Cuijkse Taferelen

Ons beeld van de recente geschiedenis is in hoge mate ‘gekleurd’ door foto’s. Er zijn met dit medium boeiende  foto’s gemaakt die soms een groot stempel gedrukt hebben op onze beleving van de geschiedenis. In onze ogen hebben die foto’s ook onweerstaanbaar de sfeer van een vervlogen wereld.

De CuijkseCanon vertelt het verhaal van Cuijk e.o., zo veel als mogelijk ondersteund door foto’s, films en tekeningen. Niet alleen de bijzondere gebeurtenissen, ook de dagelijkse gang van zaken krijgt een plek in de canon. De meeste foto’s zijn gemaakt ‘van af de grond’. Het archief van de FAD (Cuijks Historisch Informatie Centrum) bezit talrijke foto’s gemaakt van uit een bijzonder perspectief, hoog of hoger boven Cuijk. Als je die foto’s bekijkt doet de wereld zich een beetje anders aan je voor, de werkelijkheid lijkt soms gevangen in een bijna abstract beeld.

Geniet u van een kleine collectie uit ons archief en laat u betoveren door de wereld die toch echt bestaan heeft. Geen bijschriften, voor een aangename rust en maximale focus op de af en toe heel mooie foto’s, poëtisch realisme uit Cuijk.

Extra’s – Cuijkse Taferelen, Hoog boven Cuijk.

Het grootste museum van Nederland

Citaat website Rijksmuseum het Catharijneconvent: ‘In het buitenland vindt iedereen het heel normaal, het bezoeken van die indrukwekkende kathedraal. Toch lopen veel mensen er in Nederland ongemerkt aan voorbij. En dat terwijl Nederlandse kerken de prachtigste kunstvoorwerpen herbergen, gemaakt door de beste kunstenaars en opgenomen in magistrale decors’.

Het Utrechts museum wil de schijnwerpers richten op nationaal religieus erfgoed. Dertien godshuizen werden geselecteerd, o.a. de Sint-Janskerk in Gouda. In die kerk maken de ‘Goudse Glazen’ de meeste indruk. Dit zijn 72 wereldberoemde gebrandschilderde ramen.  Op een zonnige dag creeëren zij een hemels licht in de kerk. Een welhaast magische sfeer. En de makers van deze ‘Goudse Glazen’? Twee Cuijkse broers, Dirck en  Wouter Crabeth. Als u deze kerk bezoekt (kan niet op zondag ivm de diensten), geniet dan van deze fabuleuze ramen van twee oud Cuijkenaren.

Cuijk, bakermat van de glazeniers Crabeth

Een kerk is natuurlijk bedoeld om God te eren. Hiervoor kunt u een dienst bijwonen. Maar de geschiedenis, architektuur en kunstwerken maken het ook museumwaardig. Het museum het Catharijneconvent heeft een boek uitgebracht, Kerkinterieurs in Nederland. Hierin worden honderd beeldbepalende kerkinterieurs belicht. Bedoeld om kerken in Nederland bekender en toegankelijker te maken voor het grote publiek. In dit boek ook het interieur van de Cuijkse Sint-Martinuskerk.

Gods huis aan de Maas

Liefdesgesticht St. Joseph en de Zusters van Liefde in Haps

De commissaris van de koningin van Noord-Brabant schrijft bij een bezoek aan de gemeente Haps op 2 mei 1902 in zijn verslag letterlijk het volgende over de armen in Haps: “Volgens B en W is de toestand van de armen in Haps zeer bevredigend; daar zijn geen armen, behalve een enkele, die op kosten der gemeente wordt uitbesteed.” Wat met deze uitbesteding wordt bedoeld is niet duidelijk. Deze conclusie staat echter haaks op de visie van de pastoor van de parochie Haps, die vond dat er wel degelijk noodlijdende personen in Haps waren en dat er voor deze mensen wat gedaan moest worden; hij kon het weten want hij kwam veel met deze mensen in aanraking.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – Liefdesgesticht Haps

Grooten Padbroek

O.a. op de Tranchot-kaart van 1804, de oudste topografische kaart van de wijk Padbroek (Cuijk-Zuid), samengesteld in opdracht van Napoleon, zien we boerderijen afgebeeld met namen als Grote Padbroek en Kleine Padbroek. Over de Grote Padbroek een verhaal in de serie ‘Gebouwen die nog maar namen lijken’, onder extra’s.

Wonen en werken aan de Heilige Lijn

Veel oog voor cultureel erfgoed was er eind twintigste eeuw niet. De tijdspanne dat men het ook een goed plan vond om historische binnensteden plat te bulldozeren om er Hoog Catharijnes neer te zetten.  Ook station Cuijk zou in 1975 vervangen worden door laagbouw, daar heeft men, na hevige protesten van de Cuijkse bevolking, van af gezien.

Veel andere gebouwen aan de Maaslijn hadden dit geluk niet, vandaar een nieuw verhaal in de serie ‘Gebouwen die nog maar namen lijken’, onder extra’s.

Spoorhuisje Nr. 24 stond op de weg naar Haps

de Sjeem

Gebouwen die nog maar namen lijken

Op de plek waar nu woningen staan, hoek Jan van Cuijkstraat-Veldweg, stond in de tijd van de ‘Wet Handelingsonbekwaamheid’ (en nog een tijdje daarna) een opleidingsinstituut dat meisjes voorbereidde op hun klassieke rol als huisvrouw. Op die school leerden meisjes handwerken, voedingsleer, het bijhouden van een huishoudboekje en koken.

Waarschijnlijk waren de dames zich er niet van bewust dat er niet ver van die plek een paar decennia eerder met heel andere ingrediënten ‘gekookt’ werd, in de chemische fabriek, of dat het er minstens even energiek aan toeging in de electriciteitscentrale, een nog vroegere ‘bewoner’ van die locatie.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – de Sjeem

Gebouwen die nog maar namen lijken

Verborgen verhalen uit het Land van Cuijk

Ook in het Land van Cuijk zitten veel verhalen verborgen over het menselijk handelen. De mens heeft overal wel zijn sporen nagelaten in het landschap, vaak heel zichtbaar (bouwwerken, verkaveling), soms zijn er echter verhalen verstopt achter de menselijke hand in het landschap.

Er zijn plekken die hun aantrekkelijkheid ontlenen aan een spannend verhaal (bv opname locaties Harry Potter), maar we kunnen ook verhalen verbinden aan bijzondere plekken om daarmee de aantrekkingskracht te vergroten. Goed voor het toerisme maar het (historische) verhaal houdt je ook een zelfbeeld voor, je kunt er jezelf, en je voorouders in herkennen. De kracht van een locatie/gebouw, een nieuwe serie in de CuijkseCanon voor deze zomer, start eind mei; Gebouwen die nog maar namen lijken.

Het pand van deze N.C.B. aan de Molenstraat, in 1960 in vol bedrijf. Na het vertrek van de N.C.B. raakte het gebouw in verval. De naam “rattenhuis” zegt (oud) Cuijkenaren nog wel wat. Tegenwoordig staat er een supermarkt op het terrein.

‘Il vient de loin’ (Constant Gabriël)

Paul_Gabriël_il vient de loin

‘Il vient de loin’ (Constant Gabriël) Kröller-Müller Otterloo

 

 

 

Zomeravond op de velden

en de verre treinen kan men horen

“Elegie’, Maurice Gilliams 1921

Met name de Tweede Wereldoorlog heeft van de ‘Bosatlasgrens’ een sociale grens gemaakt, maar mondjesmaat worden er weer pogingen ondernomen de contacten tussen de Nederlandse en Duitse grensregio’s te herstellen. Tot en met het begin van de twintigste eeuw was er nauwelijks sprake van een grens, over en weer werd er gewerkt, gefeest, gehuwd en gereisd. Dat laatste ook per spoor, van het land van Cuijk uit zo de Niederrhein in, en verder. Dwars door het land van Cuijk liep een spoorlijn, onderdeel van de internationale verbinding Londen – Berlijn – Sint Petersburg. Moderne Tijd – ‘dat Duitse lijntje’, een verlopen dienstregeling.

Hij komt van ver, uit het niets, en rijdt op volle snelheid het Land van Cuijk binnen, de stoomtrein.

IMG_4194kopie

‘dat Duitse lijntje’

‘De trein is altijd een beetje reizen’ was ooit een slogan van de nationale maatschappij der Belgische spoorwegen. Reizigers op het Cuijkse perron zullen dat al snel veranderen in ‘de trein is altijd een beetje lijden’, of iets dergelijks. Op tijd rijdende treinen met voldoende zitplaatsen zijn een universele obsessie.

Overvolle treinen, vertragingen, saaie perrons, het doet je verlangen naar de melancholische romantiek van de treinen en stations van de negentiende eeuw. Stoomlocomotieven, indrukwekkend en overweldigend, luxe rijtuigen met pluche bekleding, conducteurs, stationshallen die deden denken aan een paleis, vendeurs en witkielen op het perron. “Le vrai bonheur, ce n’est que dans les gares”, aldus  de Franse schrijver Anatole France.

Het tempo lag lager, maar ‘de trein der traagheid’ was ook een beetje ontwikkeling, een beetje avontuur en vooral, een beetje genieten, van landschappen en mensen. Volgende week een venster over het internationale spoor dat het Land van Cuijk doorkruiste in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, treinverhalen tussen Nederland en Duitsland.

L’arriveé d’un train en gare de La Ciotat, de gebroeders Lumiére 1896.  De trein maakte zoveel indruk dat het onderwerp werd van een van de eerste films.