Het Maartenshof, extramuralisering en verpleegzorg

“Dit kleine vertrek is mijn laatste kamer.Naast het raam staat in de lengte mijn bed – meer een uit zijn krachten gegroeid kinderledikant met houten spijlen rondom.Een kleine meter vanaf mijn voeteneind, tegen de witte muur, staat een klein wit boekenkastje (van Ikea). Er staan wat boeken in en mijn prachtige tiendelige Sesam-encyclopedie. Naast dit boekenkastje een klein ladenkastje, waarin mijn cd’s. Erbovenop wat grammofoonplaten en een stapel boeken.Tegen dezelfde muur een ‘werktafel’ met glazen bovenblad (van Wehkamp), waarop mijn kleine portable Brotherschrijfmachine. De rolstoelleuningen passen precies onder die tafel. Voorts is er een vaste wastafel met spiegel. Niet te vergeten de kledingkast en dan heb je het gehad. Het is een monnikscel maar ik hoef tenminste niet langdurig in de ‘huiskamer’ te verblijven. Iedereen daar is me wezensvreemd.Je zult wel begrijpen dat ik me hier vaak ongelukkig voel. Weg mijn woning op de vierde verdieping van een oud grachtenpand, waar ik achtien jaar zo rustig woonde. Weg mijn oude rotzooi aan meubels en kasten waar ik me thuis voelde. Oud zijn is afstand doen van bijna alles waarmee je je in de loop der jaren hebt omringd. Oud zijn is ook het steeds weer overleven van nieuwe lichamelijke belemmeringen.”

Aldus de in 2015 overleden Nederlandse schrijver Frans Pointl, die de laatste jaren doorbracht in een Amsterdams verpleeghuis. Hij woonde nota bene in een kamer met uitzicht op zijn oude woning. Pointl stond niet bekend als een vrolijke frans en was zeker geen doorsneebewoner. Toch is zijn elegie voor de meeste bewoners en mantelzorgers zeer herkenbaar.

Moderne Tijd – De ouderenzorg in Cuijk – het Maartenshof

personeel Maartenshof