Scouting Cuijk

welpen, leidsters ca 1947

Gilwelltekens, maankompas, trekmes, tuidraden, epaulet, vuurboog en paklijst. Voor sommige misschien codetaal, anderen kunnen het uittekenen. Uitrusting en gereedschap van scouts, behorende tot een organisatie die al meer dan honderd jaar bestaat. Ook in Cuijk nog steeds volop aktief. Met behulp van een paar stafleden een venster over scouting in Cuijk, van de oprichting net na de oorlog tot de grote fusie in 1973. In ongeveer duizend woorden een klein overzicht, met veel foto’s.

Extra’s – Immaterieel Erfgoed – Scouting Cuijk

Bezetter en bevrijder bespied

Wij kunnen het ons niet voorstellen hoe het is in een oorlogsgebied te leven. Geschiedenisboeken beschrijven doorgaans de gebeurtenissen abstract; aantallen doden en gewonden, opmars van het leger, successen en verliezen etc. Maar hoe vergaat het de ‘gewone man en vrouw’? Hoe komen die de oorlog, of beter, de dag door? Het aantal personen dat de Tweede Wereldoorlog meegemaakt heeft en er nog over kan vertellen neemt zienderogen af.

Zo af en toe stuit je op een juweelte; een dagboek of brieven uit de oorlog. Antoon van den Berg, wonende op het Hagelkruis in Cuijk, heeft de laatste dagen van de oorlog in zijn eigen woorden , met spelfouten en al, vastgelegd. Een oorlogsdagboek geschreven door een persoon die het overkomt. Zijn verslag van die menselijke catastrofe is nuchter en met aandacht voor de dagelijkse bezigheden. Leven en oorlog lopen door elkaar! Zijn verhaal lezende besef je eens te meer dat de mens een oerdrang heeft tot overleven, om er in iedere omstandigheid maar weer iets van te maken. Sinterklaas wordt gevierd en zoals Antoon schrijft op 27 december 1944: ”Zoo zachtjes aan wend men aan alles, ook aan ’t levensgevaarlijke”.

De aftocht van de Duitser en de intocht van de bevrijder, door Antoon van den Berg.

Moderne Tijd – Cuijk 40-45 – Bezetter en bevrijder bespied

Unieke dagboekfragmenten uit WO II

Zondagavond 3 september 1944: “Gij weet dat de bevrijding voor de deur staat”, klinkt het uit de luidsprekers van Radio Oranje.  Maandag 4 september verkondigt premier Gerbrandy dat “ ..de geallieerde legers de Nederlandse grens overschreden hebben..”. Dat bleek niet waar, maar was voor de Duitsers en collaborateurs voldoende reden om de dag daarop op de vlucht te slaan, het is dan ‘Dolle Dinsdag’.

Wellicht heeft Antoon van den Berg dit aangegrepen om in de pen te klimmen en de gebeurtenissen in Cuijk e.o. aan het papier toe te vertrouwen, waarvoor dank. Zo krijgen we een mooie schets van de bevrijding van Cuijk, in 2019 vijfenzeventig jaar geleden. Antoon woonde op het Hagelkruis, waar nu de Cuijkse Stier (Exporum) staat. Van daar uit had hij een goed zicht op de bewegingen van de troepen en de beschietingen. Volgende week enkele passages uit zijn dagboek.

De veldwachter

Voor de meeste Nederlanders betekende de olympische zomer van 1928 een opwindende kennismaking met de moderne wereld. Ze proefden voor het eerst Coca-Cola, zagen voor het eerst een neger, aten exotisch voedsel zoals Italiaans ijs en Belgische frites! Op 28 juli liep de hele wereld door de poort van het gloednieuwe Olympisch Stadion. Op de tribunes zag sportjournalist Leo Lauer ‘mensch-gewriemel’. Op het veld zag hij ‘Egyptenaren met hun fez. Zoo van sigarettendoosjes afgeloopen’, ‘Schotten met de doezelzakken onder den arm’, ‘Iersche dwergjes’, ‘eenige chocolademannen’.

Voor de meesten een enthousiaste ontmoeting met de rest van de wereld. Maar er was ook weerstand. Voor het eerst deden vrouwen mee aan de atletiek- en turnwedstrijden. Een doorn in het oog van de protestanten. ‘De vrouw, door de sportmanie aangegrepen, verliest haar gevoel voor kieschheid. Dat wat haar siert, dreigt te verdwijnen,’ vond de Anti-Revolutionaire Partij.

En de olympische wielrenners konden niet zo maar de weg op. Officieel moest elke fiets een belastingplaatje hebben (!) en wedstrijden op de weg waren toen nog verboden. Levensgevaarlijk. Bovendien waren er nogal wat burgemeesters tegen de blote benen van de renners. ‘Naaktfietsen’ heette dat. Het kwam voor dat veldwachters hun sabel tussen de spaken staken om de renners aan te houden.

De veldwachter, handhaver van de openbare orde. Was het hebben van gezag en respect ook toen al geen eenvoudige zaak, in de zomer van 1928 is het allemaal goed gekomen. Maar hoe ging dat in Cuijk, hoe werden de burgers hier in het gareel gehouden?

 

Moderne Tijd – De Veldwachter

Van nachtwacht tot pliesie

Wat (of wie) is er nodig om de overlast  van boeven en nihilisten of het geweld van anarchisten  te bestrijden? Volgende week een venster over de bromsnorren van Cuijk.

Personen op de foto slechts ter illustratie, voor zo ver bekend hebben zij nooit in het “kroetegat’ gewoond.

Carne vale of Carrus navalis?

Het woord carnaval heeft zeer waarschijnlijk een Latijnse oorsprong. Het kan afstammen van de Latijnse uitdrukking, carne vale (vaarwel aan het vlees), dat verwijst naar de vastenperiode van veertig dagen waarin christenen geen vlees mochten eten. Het kan ook een verbastering zijn van het Latijnse woord voor scheepswagen, carrus navalis, wat een verwijzing zou zijn naar de traditionele optochten tijdens het feest.

De carnavalsoptocht, voor velen het hoogtepunt van het carnavalsfeest. Maanden van voorbereiding om dan, voor een groot publiek, te schitteren en te pralen. Wel eerst goed het reglement lezen, er mag meer niet dan wel en de grens tussen kritisch en kwetsend is tegenwoordig heel erg dun.

Jammer, de insteek was oorspronkelijk dat van een gekostumeerd vreetfestijn waarbij men elkaar belachelijk maakte, dan wel een ludiek protest tegen imperialistische krachten.

Hoe dan ook, of u er nu een bourgondisch (met boerenkiel in cafés en zalen) dan wel een Rijnlands (in verenigingsverband op straat) carnaval van maakt, zet de wereld maar op z’n kop en geniet van de vreugde en overvloed tijdens dit ‘heidense overleven’.

Moderne Tijd – Cuijk in het vijfde seizoen – IV De Optocht

…en daarna, tijd om terug te keren naar de echte wereld, maar – graag met de goede kant naar boven.

Een dionysische vervoering

Stel, er is buitenaards leven en op een goede dag landt een vliegend schoteltje in Cuijk, net op het moment dat er hier carnaval is. Het groene mannetje loopt de Schouwburg binnen en wat ziet het: een kokende zee van zingende en botsende, springende en hotsende mensen. Wezens met wijdopen ogen, extatisch, om hun as draaiend, de armen gespreid en het hoofd in de nek geworpen. E.T. heeft op weg naar hier een spoedcursus Nederlands gevolgd, maar kan geen touw vastknopen aan het gebral en gelal. Hoe aan onze buitenaardse bezoeker uit te leggen wat hier aan de hand is. Niet doen!

Het carnaval is van ons, wat het ook wezen mag, wij zijn zo, jullie niet.

Moderne Tijd – Cuijk in het vijfde seizoen – III de Pronkzitting

’t Is geen kunst om boer te worden, maar om boer te blijven

Een evenement in zwart, wit en veel grijstinten, maar wel een die kleur geeft aan de carnavalsmaandag. Dan trekt er een gezelschap boeren door de Cuijkse straten, samengesteld uit alle rangen van de gemeentelijke hiërarchie. Als de rattenvanger van Hamelen loopt het boerenbruidspaar voorop, steeds meer volgelingen sluiten zich bij de stoet aan. Zij allen verhogen de feestroes en proberen duidelijk te maken dat Cuijk Brabants is, maar is dat wel zo?

Moderne Tijd – Cuijk in het vijfde seizoen – de Boerenbruiloft

Een sprookje voor blauwgekielde waanzinnigen

Ook dit jaar is er weer een vijfde seizoen, nu begin maart. En dat wordt als volgt berekend; de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente op 21 maart – en dan een stuk of 40 dagen terugtellen. Een niet al te makkelijke methode om te bepalen wanneer het carnaval is, maar dan staat de wereld op z’n kop, dus waarom ook niet.

Als Jan Sluijters hierbij was geweest had hij dat zeker met olieverf vereeuwigd, en was het nu te zien in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Jan Sluijters – de Wilde Jaren.

Spotten met de machtsverschillen, symboliseren van de overwinning van het leven over de dood, bespotten en vieren van de menselijke sexualiteit, en dat feestend tot je erbij neervalt…..Carnaval.

Tijdens dit feest is er geen onderscheid tussen arm en rijk, arbeider of baas, jong of oud, gelovig of ongelovig, blank of zwart. Tijdens enkele dagen in het jaar is er volledige gelijkheid en heerst er een broederlijke vrolijkheid. Ieder heeft de vrijheid zijn leven even te veranderen. Een arbeider kan zich even miljonair wanen, een atheïst kan zich in een priester verkleden. Men kan zelfs van huidskleur veranderen, en dat allemaal door het ‘carnavalsrecht’ op de karikatuur.

Vandaag deel 1 Hoe het begon.

Moderne Tijd – Cuijk in het vijfde seizoen

’t ene jaar zit aan het andere vast

Oftewel, in het verleden ligt het heden – een mooie spreuk voor de CuijkseCanon.

     GELUKKIG NIEUWJAAR

Begin januari een reeks vensters over het Cuijkse karnaval,

een periode waarin de wereld op z’n kop staat en die mijn opa uit het Rijnland (Niederrhein), het vijfde seizoen noemde!