Geloof het of niet

Binnenkort bezoekt een belangrijke buitenlandse gast Nederland. Een oude man in wie sommige heilig geloven en anderen doen alsof hij niet bestaat. Maar hoe dan ook de initiator van het grootste spel van Nederland: gedichten, surprises, fabels, zingen en spelregels alleen bekend bij de ‘ingewijden’. Een heerlijk ouderwets feest voor jong en oud, Sinterklaas.

Hij ondervindt tegenwoordig wel wat concurrentie, maar volgens de catechismus van Sint-Nicolaas van Godfried Bomans heeft hij weinig te vrezen:

Vraag: Heeft Sinterklaas ook vijanden?
Antwoord: Sinterklaas heeft drie vijanden, te weten: de Paashaas, het Kerstmannetje en zij, die weigeren Hem als ernst te beschouwen. Van de eerste twee zegt Hij dat Hij niet gelooft dat ze bestaan, en van de derde dat het niet bestaat dat ze niet geloven.

In het weekend van zijn aankomst een venster over de Sint op Cuijkse bodem.

Porta Caeli, hier heb je wat aan elkaar

Het groeiende woningtekort na de Tweede Wereldoorlog voerde de druk op voor ouderen om huizen vrij te maken voor jongeren. Daarnaast werd het door het toenemende individualisme minder vanzelfsprekend dat kinderen voor hun ouders blijven zorgen. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog werd dan ook gewerkt aan de uitbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat. Daartoe behoorde onder meer de algemene invoering van pensioenen, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een recht op bijstand en werd de toegang tot onverzekerbare risico’s en langdurige zorg vastgelegd; dit laatste in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (awbz). De uitgangspunten waren steeds dezelfde: elke inwoner van Nederland kan aanspraak maken op deze verzorgingsarrangementen volgens behoefte, en elke bewoner draagt eraan bij volgens draagkracht. Bovendien ging het niet langer om gunsten, maar om rechten. Bij aanvang lag de focus op de bejaardenoorden, waar ouderen graag naartoe verhuisden om met leeftijdsgenoten de laatste jaren door te brengen, zo was de gedachte. In Cuijk werd dat het Porta Caeli.

Moderne Tijd – De ouderenzorg in Cuijk

Porta Caeli van boven af gezien

Gelukkig in een gesticht

Oktober is de Maand van de Geschiedenis, met dit jaar als thema ‘geluk’. Daar sluiten wij ons graag bij aan met een verhaal over het Liefdesgesticht in Cuijk.

Het Liefdesgesticht is misschien wel de eerste multifunctionele accommodatie van Cuijk geweest, bewoond door de Zusters van Liefde. Zij hebben zich honderdzeventig jaar ingezet voor de Cuijkse gemeenschap. O.a. voor een goed verzorgden ouden dag, lichamelijk en geestelijk. Pionierswerk door de Zusters van Liefde.

De overige goede werken leest u in de eerste van een drietal vensters (Liefdesgesticht – Porta Caeli – Maartenshof) over de bejaardenhuisvesting/ouderenzorg in Cuijk.

Moderne Tijd – De ouderenzorg in Cuijk – Gelukkig in een gesticht

Huidige zorgcentrum Castella

Cuijkse Taferelen

Ons beeld van de recente geschiedenis is in hoge mate ‘gekleurd’ door foto’s. Er zijn met dit medium boeiende  foto’s gemaakt die soms een groot stempel gedrukt hebben op onze beleving van de geschiedenis. In onze ogen hebben die foto’s ook onweerstaanbaar de sfeer van een vervlogen wereld.

De CuijkseCanon vertelt het verhaal van Cuijk e.o., zo veel als mogelijk ondersteund door foto’s, films en tekeningen. Niet alleen de bijzondere gebeurtenissen, ook de dagelijkse gang van zaken krijgt een plek in de canon. De meeste foto’s zijn gemaakt ‘van af de grond’. Het archief van de FAD (Cuijks Historisch Informatie Centrum) bezit talrijke foto’s gemaakt van uit een bijzonder perspectief, hoog of hoger boven Cuijk. Als je die foto’s bekijkt doet de wereld zich een beetje anders aan je voor, de werkelijkheid lijkt soms gevangen in een bijna abstract beeld.

Geniet u van een kleine collectie uit ons archief en laat u betoveren door de wereld die toch echt bestaan heeft. Geen bijschriften, voor een aangename rust en maximale focus op de af en toe heel mooie foto’s, poëtisch realisme uit Cuijk.

Extra’s – Cuijkse Taferelen, Hoog boven Cuijk.

Het grootste museum van Nederland

Citaat website Rijksmuseum het Catharijneconvent: ‘In het buitenland vindt iedereen het heel normaal, het bezoeken van die indrukwekkende kathedraal. Toch lopen veel mensen er in Nederland ongemerkt aan voorbij. En dat terwijl Nederlandse kerken de prachtigste kunstvoorwerpen herbergen, gemaakt door de beste kunstenaars en opgenomen in magistrale decors’.

Het Utrechts museum wil de schijnwerpers richten op nationaal religieus erfgoed. Dertien godshuizen werden geselecteerd, o.a. de Sint-Janskerk in Gouda. In die kerk maken de ‘Goudse Glazen’ de meeste indruk. Dit zijn 72 wereldberoemde gebrandschilderde ramen.  Op een zonnige dag creeëren zij een hemels licht in de kerk. Een welhaast magische sfeer. En de makers van deze ‘Goudse Glazen’? Twee Cuijkse broers, Dirck en  Wouter Crabeth. Als u deze kerk bezoekt (kan niet op zondag ivm de diensten), geniet dan van deze fabuleuze ramen van twee oud Cuijkenaren.

Cuijk, bakermat van de glazeniers Crabeth

Een kerk is natuurlijk bedoeld om God te eren. Hiervoor kunt u een dienst bijwonen. Maar de geschiedenis, architektuur en kunstwerken maken het ook museumwaardig. Het museum het Catharijneconvent heeft een boek uitgebracht, Kerkinterieurs in Nederland. Hierin worden honderd beeldbepalende kerkinterieurs belicht. Bedoeld om kerken in Nederland bekender en toegankelijker te maken voor het grote publiek. In dit boek ook het interieur van de Cuijkse Sint-Martinuskerk.

Gods huis aan de Maas

Liefdesgesticht St. Joseph en de Zusters van Liefde in Haps

De commissaris van de koningin van Noord-Brabant schrijft bij een bezoek aan de gemeente Haps op 2 mei 1902 in zijn verslag letterlijk het volgende over de armen in Haps: “Volgens B en W is de toestand van de armen in Haps zeer bevredigend; daar zijn geen armen, behalve een enkele, die op kosten der gemeente wordt uitbesteed.” Wat met deze uitbesteding wordt bedoeld is niet duidelijk. Deze conclusie staat echter haaks op de visie van de pastoor van de parochie Haps, die vond dat er wel degelijk noodlijdende personen in Haps waren en dat er voor deze mensen wat gedaan moest worden; hij kon het weten want hij kwam veel met deze mensen in aanraking.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – Liefdesgesticht Haps

Grooten Padbroek

O.a. op de Tranchot-kaart van 1804, de oudste topografische kaart van de wijk Padbroek (Cuijk-Zuid), samengesteld in opdracht van Napoleon, zien we boerderijen afgebeeld met namen als Grote Padbroek en Kleine Padbroek. Over de Grote Padbroek een verhaal in de serie ‘Gebouwen die nog maar namen lijken’, onder extra’s.

Wonen en werken aan de Heilige Lijn

Veel oog voor cultureel erfgoed was er eind twintigste eeuw niet. De tijdspanne dat men het ook een goed plan vond om historische binnensteden plat te bulldozeren om er Hoog Catharijnes neer te zetten.  Ook station Cuijk zou in 1975 vervangen worden door laagbouw, daar heeft men, na hevige protesten van de Cuijkse bevolking, van af gezien.

Veel andere gebouwen aan de Maaslijn hadden dit geluk niet, vandaar een nieuw verhaal in de serie ‘Gebouwen die nog maar namen lijken’, onder extra’s.

Spoorhuisje Nr. 24 stond op de weg naar Haps

de Sjeem

Gebouwen die nog maar namen lijken

Op de plek waar nu woningen staan, hoek Jan van Cuijkstraat-Veldweg, stond in de tijd van de ‘Wet Handelingsonbekwaamheid’ (en nog een tijdje daarna) een opleidingsinstituut dat meisjes voorbereidde op hun klassieke rol als huisvrouw. Op die school leerden meisjes handwerken, voedingsleer, het bijhouden van een huishoudboekje en koken.

Waarschijnlijk waren de dames zich er niet van bewust dat er niet ver van die plek een paar decennia eerder met heel andere ingrediënten ‘gekookt’ werd, in de chemische fabriek, of dat het er minstens even energiek aan toeging in de electriciteitscentrale, een nog vroegere ‘bewoner’ van die locatie.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – de Sjeem