Bloed en heldenmoed. Aber warum?

‘Hoe de Duitscher de Maas overstak’

10 mei 1940, 03.00 uur in de ochtend; transportvliegtuigen stijgen op van vliegveld Fliegerhorst Ostheim bij Keulen om Luftlandetruppen naar Nederland te vliegen. Opdracht: de Maas bruggen veiligstellen. Die bruggen waren onmisbaar voor de Duitse opmars. Zuid-Nederland moest bliksemsnel ingenomen worden want dan was…..der Weg frei nach Frankreich!

Fliegerhorst Ostheim is tegenwoordig het terrein van een ziekenhuis, sommige gebouwen zijn nog in gebruik en zelfs herkenbaar als oorlogsarchitektuur. Aan de Maas herinneren de bunkers aan de jaren ’40-’45.

Staande op de oevers van de Maas bij Cuijk kun je het Reichswald zien, Duitsland is dichtbij. In de jaren ’30 van de vorige eeuw draaide de Duitse oorlogsindustrie op volle toeren. Een nieuwe oorlog zou deze keer waarschijnlijk niet aan Nederland voorbijgaan. Dat is ook de reden dat Defensie de Maaslinie bedacht. Samen met de daar achter liggende Peel-Raam stelling (die aansloot op de Grebbelinie) en de IJssellinie zou die een Duitse aanval moeten vertragen. Nederland wilde tijd winnen, ze rekenden op Engelse en Franse hulp bij een Duitse aanval.

Katwijk – korporaals Kloet, Rothuis en Jaspers als bewakers op de spoorbrug bij Katwijk

De Maaslinie bestond uit 300 rivierkazematten (kleine bunkers), bemand door zeven bataljons. Iedere kazemat bood beschutting aan drie man en was voorzien van een watergekoelde Lewis mitrailleur of een kanon. Van uit de bunker was er prima zicht op de overkant van de Maas en het terrein op de eigen oever.

Kapitein F. van Hoogenhuyze (†) 10 mei 1940

In mei 1940 was reservekapitein F.G.H. (Frans) van Hoogenhuyze in Katwijk gestationeerd om leiding te geven aan de derde compagnie van het 2e Bataljon 26ste Regiment Infanterie.

Van Hoogenhuyze had als opdracht ‘standhouden’. Dit bleek op de dag van de Duitse inval onbegonnen werk. 160 soldaten, 15 mitrailleurs, drie kanonnen en nog wat lichte handwapens waren bij lange na niet opgewassen tegen een overweldigend Duits leger dat alles tot in de puntjes voorbereid had. Die overmacht was niet om niets, de Duitsers wilden zo snel mogelijk doorstoten naar het westen om daarna België en Frankrijk onder de voet te lopen. Voor deze Blitzkrieg werd een enorm leger ingezet met soldaten die stijf stonden van de pervitin (crystal meth). Daar was geen kruid tegen gewassen. Ze hadden dan ook minder dan een dag nodig om de Nederlandse weerstand bij Katwijk te breken.

High Hitler

De Maas vormde een belangrijke hindernis in de opmars naar het westen. De Duitsers was er veel aan gelegen deze rivier zo snel mogelijk over te steken met het behoud van een maximaal aantal bestaande bruggen. Die vlieger ging in Katwijk dus niet op. Vlak voor de komst van de Duitsers werd de spoorbrug tussen Katwijk en Mook opgeblazen (deze werd later hersteld met een noodbrug). Ook de veerpont werd tot zinken gebracht.

 

De spoorbrug over de Maas na de meidagen 1940
Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht
https://nimh-beeldbank.defensie.nl/

korporaal Martinus Jaspers (†) 10 mei 1940
Posthuum het Bronzen Kruis ontvangen voor ‘moedig optreden tegenover den vijand’

Verslag uit het militair rapport: ‘Midden op de brug bevonden zich de korporaals Montenari en Jaspers (†). Sergeant Nefs (†) stond bij het politieposthuis bij het westelijk landhoofd. Toen de brugwacht van den oostelijken oever terugkwam en mededeelde, dat de duitschers in aantocht waren, heeft Montenari geroepen, of de brug mocht gaan. Sergeant Nefs heeft toen met den arm het teeken gegeven ‘telefoneren’ en ‘neen’ geschud. Even later ging hij het posthuis binnen, telefoneerde , kwam daarna op de brug en zei: “Kom jongens, dan moet het maar gebeuren”. De sergeant hield toezicht op het ontsteken van het vuurkoord en ging daarna met beide korporaals naar den westelijken oever. De vernieling slaagde, evenals die van viaduct en pont. Nauwelijks was het personeel op zijn plaats of de eerste vijandelijke patrouilles verschenen op den oostelijken oever. Onmiddelijk werd het vuur geopend.                            De vijand was er!’

Toch wist de Nederlandse verdediging het de Duitsers knap lastig te maken. Dat had niet zo zeer te maken met de bewapening, maar veel meer met de heldhaftigheid van de soldaten. Dit lokte wel een felle Duitse reactie uit. Na overgave werd Frans van Hoogenhuyze zonder pardon gefusilleerd.

sergeant Franciscus Nefs  (†) 10 mei 1940
Op 8 mei schreef hij nog aan zijn zoon Peer: “verder hoop ik dat je vooral in deze benarden spannende tijd, moeder in het bijzonder overal in bijstaat”

Een overlevende soldaat doet verslag over hoe het er aan toeging in kazemat Noord: “Op het oogenblik dat de granaat op ongeveer 20 cm voor mijn oog uit elkaar sprong, stond ik juist door het kijkvizier van het kanon te kijken. Het vizier werd voor mijn gezicht weggerukt, terwijl de gummiring van dit vizier, waartegen mijn oog rustte, door een scherf werd opengescheurd. Granaatscherven vlogen door de kazemat. Korporaal Haanstra werd aan zijn dijbeen getroffen, zelf kreeg ik een scherf in mijn linkerpols. Sergeant Nefs werd door een scherf in de borst getroffen, waardoor onmiddelijk de dood intrad.”

In de vroege ochtend, omstreeks half 5, was er het eerste vuurcontact met de Duitsers. De kazematten werden bestookt met mortieren opdat de Duitsers met rubberboten konden oversteken. Die oversteek was niet zonder risico, ze hadden last van het Nederlandse mitrailleur vuur als ook van eigen (Duits) ‘te kort liggend’ vuur (volgens vaandrig de Liefde schoot de vijandelijke artillerie ‘vrij slecht’!).Maar liefst 3 aanvalsgolven werden afgeslagen en er waren veel slachtoffers aan beide zijden.

Kazemat Zuid ontving om 11 uur een voltreffer; 6 korporaals der politietroepen werden op slag gedood, het kanon was vernield en in de kazemat brak brand uit. In kazemat 115S sneuvelde de commandant sergeant Clevis eveneens door een voltreffer.

Tekst bidprentje van sergeant P.J.J. Clevis (†) 10 mei 1940

Aan het begin van de middag lukte het de Duitsers de rivier over te steken. Eenmaal aan de overkant was er een versperring van prikkeldraad en moesten ook nog alle kazematten een voor een worden veroverd. Aan de inslagen (bunkers én huizen in Katwijk) was af te lezen hoeveel geweld de Duitsers gebruikt hadden.

H.C.J. Wismans en zijn zuster Clara poseren bij een kazemat in Katwijk.

Kapot geschoten huis in de Veerstraat in Katwijk.

Sergeant Zeelen beschrijft het slot van het gevecht: “Zoo ging het den geheelen morgen; inslaan van granaten en zelf vuren, tot op een gegeven oogenblik alles stil werd. We zagen niets en hoorden slechts hier en daar nog een geweer of een mitrailleur vuren. Plotseling meen ik een commando te hooren geven in het duitsch. Ik kijk en luister. Daar schreeuwt een soldaat: ‘daar loopt een Duitscher sergeant, en onder de weg nog een’. Onmiddelijk heb ik den mitrailleur omlaag gericht en gevuurd. Zij vuurden terug; eerst werd het kijkglas stukgeschoten, daarna hoorde ik het water uit den watermantel loopen en weigerde de mitrailleur…… We hoorden iemand over de kazemat loopen en er werd in het duitsch gevraagd of er nog iemand in de kazemat was. Ik antwoordde Ja. Even gebeurde er niets, toen riep de korporaal mij van buiten af toe ‘sergeant kom er maar uit als ge kunt. Alles heeft zich hier overgegeven. U bent de laatste. Doe uw wapens af en kom er maar uit’. Is er niets meer aan te doen? vroeg ik. ‘Nee sergeant, op mijn erewoord’.

Dezelfde middag nog legden de Duitsers een 8-tons pontonbrug bij Katwijk. De Duitse troepen waren om 3 uur in Beers  en om 5 uur in Mill. Op 11 mei werd de Zuid-Willemsvaart overgestoken en op 12 mei reden de eerste pantserwagens over de Moerdijkbruggen. Een niet te stoppen opmars.

Walsh noodbrug bij Katwijk
Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht
nimh-beeldbank.defensie.nl/

Een gezonken veerboot, kapotte bunkers, beschadigde huizen, een vernielde spoorbrug, tientallen gewonden, 27 Duitse en 13 Nederlandse militairen gedood. Een trieste balans van een bitter gevecht bij Katwijk.

Een vraag die nooit weggaat….

Veel Duitse soldaten namen een fotocamera mee om verslag te doen van de oorlog (Kriegstagebuch). Er is ook een foto gemaakt van twee dode Nederlandse militairen in een bunker bij Katwijk.

Als onderschrift staat in het fotoalbum: “Warum?”.

korporaal Petrus Lambertus Verplak (†) 10 mei 1940 in rivierkazemat-zuid “daarom geef ik nu manmoedig mijn leven…zo laat ik aan de jongeren een edel voorbeeld achter, hoe men met moed en overtuiging een dood kan sterven voor een verheven en heilig doel”

korporaal A.Stoets (†) 10 mei 1940

korporaal Jan Hendrik Pels (†) 10 mei 1940
“ik heb den strijd gestreden, ik heb mijn plicht vervuld jegens God en het vaderland”