Café De Blijde Ontmoeting

De schilder Adriaen Brouwer droeg de reputatie van vrolijke kroegloper met zich mee. Maar schilderen kon hij ook, niemand anders dan hij heeft het oude kroegleven zo mooi verbeeld. Zijn schilderijen worden bevolkt door drinkende, spelende en vechtende kroeglopers. Ongeëvenaard is zijn weergave van de daarbij horende emoties: vreugde, genot en woede. Dat was in de zeventiende eeuw.

Tegenwoordige cafés zijn eerder flexwerkplekken dan kroegen. Het bier heeft plaatsgemaakt voor caffè latte, het biljart voor de laptop. Daar zitten dus allemaal mensen te werken, nijver volkje. Sommigen hebben heimwee naar de bruine kroeg waar mensen hun biertje dronken en een kaartje legden onder het genot van een vers sigaretje. Te laat, andere tijden zullen we maar zeggen.

Nog niet zo heel lang geleden kende Cuijk tal van bruine kroegjes, café De Blijde Ontmoeting in de Smidstraat was er een van. Het is intussen gesloopt, het moest plaatsmaken voor appartementen.

Marinus en Anneke Kuenen kochten het pand in 1934. Het droeg nog de sporen van de slagerij die erin gevestigd was, links en rechts nog wat botten en zo. De Kuenens verbouwden het tot café en bleven maar liefst 32 jaar kroegbaas en bazin. Omdat de kroeg niet genoeg geld genereerde bleef Marinus buitenshuis werken, bij Nutricia en Victor Hugo. Anneke was de eigenlijke kroegbaas dus, en dat deed ze met plezier. Wat haar betreft scheen de zon altijd, zelfs tijdens de minder leuke uurtjes. Zingen was haar passie en in de Blijde Ontmoeting werd dus veel gezongen.

Het bier was goedkoop, 10 cent en is in al die tijd niet veel duurder geworden. Toen Anneke het café in 1966 verkocht stond de prijs op 45 cent (nog geen 20 eurocent dus). En dan nog moest ze voorzichtig tappen: “Anneke, niet zo’n grote boord op het glas” riepen de vaste klanten. Ofwel, niet zo veel schuim, want daar zit geen bier! En dat bier ging erin als Gods woord in een ouderling.

Die vaste klanten konden op de pof drinken, een keer per week werd de schade opgenomen en betaald. De spreuk op de grote balk bij de uitgang van het café ‘Betaal voordat u de deur uitgaat’ veranderde daar niets aan. Een van de stamgasten, Cobus Thijssen pakte dat anders aan. Hij was een rasverteller en schudde de verhalen moeiteloos uit zijn mouw. Cobus zorgde ervoor dat hij in gezelschap was van jongeren, die luisterden ademloos naar zijn anekdotes. Als de jonge jenever op was zij Cobus: “Ik ga maar eens op huus an, het geld is op”, waarop de snotneusjes terstond geld lapten om Cobus van een nieuw glas jenever te voorzien. Ja, zo kan het ook. Niet gepiest en toch nat, zoals Cobus het omschreef.

Voor veel inwoners van Cuijk was dit café een plek van ontmoeting en gezelligheid, men deelde er vreugde en verdriet. Grote en kleine verhalen werden er verteld, waar of niet waar, wat maakte het uit. Wereldproblemen konden ze in een handomdraai oplossen, kleine problemen werden uitgevochten, zo ging dat. En daarbij werden woorden gebruikt, niet geschikt voor onder de kerstboom. Adriaen Brouwer zou er voldoende inspiratie opgedaan hebben voor nog een paar schilderijen.

Na de dood van haar man heeft Anneke de Muus, dat was haar bijnaam, het café van de hand gedaan. Het café kreeg een andere naam, De oude Smidse, maar voor Anneke bleef het altijd De Blijde Ontmoeting.