De dood van een orgelman

Nederlanders zijn dol op online-shoppen, maar even zo goed willen ze op zaterdag in de stad lopen, winkelen is leuk, het is een activiteit die in de mens is verankerd. Zo af en toe hoor je dan ook nog een oud muziekinstrument, het draaiorgel. In veel steden kom je nog een orgelman tegen, in Cuijk niet meer. Wat is er gebeurd?

Vrijdag 22 september 1989; orgelman Jan Kelders en zijn vrouw Riet rijden in hun blauwe Fiat 127 bestel de Haagsestraat uit. Hun gezichten staan op onweer. Het lijkt een vlucht, de bestelauto volgeladen met kleding en waardevolle goederen, ook hebben ze waardepapieren en een stapeltje bankbiljetten bij zich. Bestemming onbekend en dat is zo gebleven. Tot op heden tast iedereen, zoon Wim, de politie, de buurt en bekenden in het donker. Ze lijken van de aardbodem verdwenen, alleen de Fiat is teruggevonden. Waarom?

Al maanden boterde het niet tussen Wim en zijn ouders. Jan en Riet waren het niet eens met de keuze van hun zoon, die had zelf een vriendin uitgezocht. De drie-eenheid werd daarmee ruw verstoord, Wim behoorde niet langer zijn ouders toe en dat viel verkeerd. Vriendin Monique en moeder Kelders lagen elkaar niet, met felle ruzies als gevolg. Toen het stel ook nog eens aankondigde te gaan trouwen was de maat vol. Moeder sprak geen woord meer met haar zoon. Om een breuk met zijn vriendin te forceren gingen zijn ouders tijdelijk uit elkaar en dreigden ook met zelfmoord. Wim was niet te vermurwen. En toen?

De avond voor de verdwijning probert Wim de boel te lijmen, maar stoot op een muur van zwijgen, voor praten was het te laat. De volgende dag als Wim bij de werkplaats komt, waar hij nog dagelijks werkt, merkt hij dat zijn ouders zo’n beetje hun hele hebben en houden hebben ingepakt. Enkele uren later vertrekken ze, Wim weet even niet hoe te reageren. Hij zal ze nooit meer zien. Met voorbedachten rade? Aanvankelijk besteedt de politie weinig aandacht aan de zaak, gewoon een huiselijke ruzie, vroeg of laat komen ze wel boven water. Maar dat gebeurt niet, de auto wordt in Vlissingen gevonden maar verder geen enkel spoor. Ze nemen geen geld op, paspoorten worden niet verlengd, geen brief, geen Kerstgroet. Er wordt in Engeland gerechercheert, vader Jan bezocht daar regelmatig orgelbeurzen, zonder resultaat. Het verhaal van zoon Wim is eigenlijk het enige aanknopingspunt. En daarmee kwamen de roddels; heeft hij zijn ouders vermoord? Wim heeft toch in de werkplaats een betonnen vloer gestort, vlak na de verdwijning! De politie onderzoekt het gerucht maar vindt het niet nodig de vloer open te breken. Jaren later, inmiddels is er een kapsalon gevestigd in het pand, is ter geruststelling de bodem gescand met hightech apparatuur, zonder resultaat. Geen lijken onder de vloer en geen slecht karma dus voor de coupe soleil. Wie weet het nog?

Jan en Riet Kelders leefden sober en waren geen gemakkelijke mensen volgens familie en kennissen. Het waren zonderlinge mensen, buitenbeentjes. Zoon Wim werd erg beschermd, had weinig vrienden en was voorbestemd zijn vader op te volgen, hij alleen, niemand erbij. In hun besloten wereld heerste harmonie, die verstoren riep onheil op. De recherche sluit zelfmoord uit maar noemt het zeer onwaarschijnlijk dat ze nog leven, de orgelman is dood.