De geur van wierook en net gedoofde kaarsen (1)

Devotie thuis

Rond 1850 begon de katholieke kerk (opnieuw) systematisch te werven voor haar geloof. Sinds de verlichting hadden zich meer en meer mensen van het geloof afgekeerd, met name fabrieksarbeiders en verarmde stadsbewoners. Volgens theologen was er zelfs sprake van een ‘neoheidendom’. De katholieke kerk pastte een oude truk toe, niet alles vernieuwen, maar volkse gebruiken ombuigen en een geschikte plaats geven in de katholieke praktijk. Met gebruikmaking van het al bestaande beeld- en symboolprogramma probeerde men vroomheid, die de nadruk op het gevoel legde, te herwinnen. Volksmissionarissen verkochten ‘devotionalia’, o.a. kruisbeelden, rozenkransen, bidprentjes, wijwaterbakjes en ook vrome geschriften. Met succes, van lieverlede ontstond er een typisch katholiek milieu met een geloofspraktijk in overeenstemming met de kerkelijke leer.

Processiecultuur

Vianen Processie met Herman Thijssen als baldakijndrager

De H.Sacramentsprocessie in 1936 te Linden.

De processiecultuur is een belangrijk onderdeel van het Rijke Roomse Leven. Katholieken wilden hun geloof in alle glorie belijden en zichtbaar uitdragen. Een processie verbond de parochiegemeenschap onderling.

De Boxmeerse Vaart is een eeuwenoude processie, die jaarlijks veertien dagen na Pinksteren door Boxmeer trekt. Het middelpunt van de stoet is de groep die in een draagkist de reliekschrijn met het Heilig Bloed draagt.De ‘Vaart’ gaat terug op een ‘bloedwonder’ uit de vijftiende eeuw. Tijdens de Heilige Mis verandert wijn in het bloed van Christus. In de vijftiende eeuw twijfelde een priester hieraan. Toen hij wijn morste op het altaardoek bleek de vlek bloed te zijn. Sindsdien wordt deze doek bewaard in een kostbare reliekhouder en is er een processie rond ontstaan.

Boxmeerse Vaart

Zusters

In de negentiende eeuw kwamen de vrouwenkloosters opnieuw tot bloei. Vele vrome

Zuster Benilda v.d. Akker.

meisjes, met name van het platteland, deden (al dan niet vrijwillig) hun intrede in een kloosterorde. Ook vrouwelijke ordes kennen een onderscheid tussen contemplatieve (non) en actieve religieuzen (zusters). De zusters gingen buiten het klooster werken als verpleegster of lerares. Een belangrijke taak voor hen was de ‘hermissionering’, met name van de industriesteden. Liefdadigheid gekoppeld aan het winnen van zieltjes.

In Cuijk en Haps leefden en werkten ze in de Liefdesgestichten (zie vensters elders in deze canon).

Sjef Burgers met zusters van Liefde

Bedevaart

Aanvankelijk begaven bedevaartgangers (pelgrims) zich naar het Heilige Land of naar ver weg gelegen plaatsten in Europa. Daar probeerde ze relikwieën aan te raken of te kussen, hopend op een loutering van hun hele leven door de kracht van de heilige (diens virtus). In de negentiende eeuw, toen pelgrimstochten als vrome vakantiereizen een massaal fenomeen werden, ontstond er een enorme markt voor relikwieën en souvenirs. Een relikwie kon de plaatselijke economie een enorme boost geven! De attributen zette men thuis doorgaans in als devotionalia, er werd een beschermende, helende en zelfs wonderbrengende kracht  aan toegekend.

Haps jaren 20/30. Bedevaart van Hapsenaren naar Kevelaar Dld. Veel vrouwen droegen toen nog de echte Brabantse poffers.

Van uit het Land van Cuijk gingen de gelovigen meestal naar Kevelaar, dat nu nog steeds veel pelgrims op bezoek krijgt.