De staat van Cuijk

Wie zijn wij? Bestaansverheldering

“Het vertrouwde verleden biedt immers het perspectief dat mensen zichzelf kunnen plaatsen in de stroom van de tijd waarmee ze hun identiteit in het heden kunnen verstevigen”. Sam Wineburg

Waar kunnen we ons mee identificeren, wat kunnen we ons toe-eigenen en waar kunnen we betekenis aan geven? Wat draagt bij aan worteling of hechting, aan de vormgeving van onze leefwereld?

Kun je in het Land van Cuijk spreken van wij en ons? En wat bepaald dat dan? Kunnen geschiedenis en erfgoed het antwoord zijn?

In een tijd die zo snel veranderd als de onze lijkt er behoefte aan ankers. Heilige huisjes worden afgebroken, dialecten verdwijnen, familiebanden losser, andere culturen worden steeds zichtbaarder en de buurt, ach vroeger was alles…….

De behoefte af en toe eens iets te bewaren of door te geven neemt toe. Bewaren zonder te fossileren, doorgeven aan diegenen met wie je het wilt delen. Steeds vaker gebruiken mensen lokaal erfgoed om aan te tonen dat ze bij een bepaalde groep of gemeenschap horen. In een kleine gemeenschap is dat makkelijk, iedereen is op de hoogte van de verhalen, waarom een gebouw een bijnaam heeft, wanneer het de laatste keer hoog water was enz..

Was Cuijk vroeger een klein dorp in een grote wereld, nu is het een groot dorp in een kleine wereld. Er wonen meer mensen waarvan de ouders of grootouders lang niet allemaal uit de omgeving van Cuijk komen. Die kennen de verhalen niet. Misschien zijn ze geïnterreseerd, maar wie kan ze inwijden? Wat wordt er verteld en op welke manier?

Net zo goed als geschiedenis geschreven wordt door de overwinnaars is de keuze voor erfgoed subjectief. We zien het verleden nogal eens door de bril van het heden. Of zoals Huizinga het verwoordde: ‘als men maar genoeg weglaat, laat zich de geschiedenis construeren in wat men wil’.

Daarbij speelt ook nog eens de discusie in welke vorm je die kennis giet; wordt het historische kennis (academisch) of kennis van de historie (publieksgeschiedenis)?

De Cuijkse canon probeert het verleden in een meer omvattende zin te duiden in plaats van een versplinterd beeld van het verleden te geven. Het streeft naar zinvolle kennis, over wat het verleden betekent voor de wereld waarin we nu leven. Narratief en dus iets minder academisch, iets voorbij de wetenschap van het moment.

Op een manier die kenmerkend is voor verhalenvertellers, opdat de verbeelding van de lezers geprikkeld wordt. Zo kunnen erfgoed en geschiedenis opnieuw collectief goed worden, iets om te koesteren, om te delen met vrienden, om je wereld te verrijken met verhalen en emoties. Om te kunnen zeggen ‘Kuuk (of Beers – Haps etc), dat zijn wij’.

Dorp in onrust