De vleesgigant

Vleeswarenfabriek Homburg was decennialang een begrip in Cuijk en ver daarbuiten. De vleesgigant vestigde zich in 1949 in het Maasdorp en bood tijdens de hoogtijdagen in de jaren zeventig werk aan meer dan tweeduizend werknemers uit letterlijk alle windstreken. Een Britse overname leidde uiteindelijk de ondergang van het bedrijf in. Voormalig directeur Cees Homburg en Astrid van Leek, die een boek schreven over de geschiedenis van Homburg, kijken terug op woelige jaren. “Wijken als Cuijk-Noord en Padbroek zijn ontstaan door de aanwezigheid van Homburg in Cuijk.”

Vrachtwagen van Homburg

Vrachtwagen van Homburg

Cees Homburg trekt nog een keer aan zijn sigaret en zet zich stevig in zijn comfortabele stoel van waaruit hij uitzicht heeft over de Mookerheide. De bijna 82-jarige Cees geniet van zijn pensioen. De ogen glinsteren wanneer hij vertelt over het bedrijf dat door zijn voorouders werd gesticht en waar hij zelf als directeur nog de scepter zwaaide: Vleeswarenfabriek Homburg in Cuijk. Eind jaren ‘40 kwam hij samen met zijn vader Simon, die de slagerij in Cuijk opzette toen het bedrijf in Haarlem uit zijn voegen barstte, mee naar het Maasdorp. Hij zag het bedrijf uitgroeien tot vleesgigant. Eerst als ‘zoon van’, later als leidinggevende. “Op een gegeven moment was elke inwoner in Cuijk werkzaam bij Homburg. Bij wijze van spreken dan”, grapt hij.
Toch had het niet veel gescheeld of Homburg had zich nooit gevestigd in Cuijk. Cees’ vader Simon overleefde op 10 april 1945 maar ternauwernood een ‘aanslag’ van de geallieerden. “Mijn vader reed via de Afsluitdijk naar een grondstoffenfabriek in Friesland. Omdat die dijk in handen was van de Duitsers, gingen de Duitse soldaten mee. Die zaten vóór op de auto. Een Engels vliegtuig dat toevallig overvloog, dacht hierdoor dat er een belangrijke Duitse figuur in die auto zat en heeft toen de auto beschoten. De soldaten waren op slag dood, maar mijn vader overleefde het. Wel raakte hij zijn rechteronderbeen kwijt.”

‘Goede jaren’

In de jaren van de wederopbouw gaat het Homburg voor de wind (‘Cees: Al moesten we wel eerst de door de Duitsers in beslag genomen fabriek terugkopen van de Nederlandse overheid’). De slagerij groeit, maar omdat het bedrijf midden in een woonwijk staat, is uitbreiding geen optie. Op dat moment leest Simon Homburg dat in Cuijk een slagerij aan het spoor ter overname wordt aangenomen. Burgemeester Louis Jansen van Cuijk en Louis de Wijze nemen vervolgens het initiatief om de eigenaar van Homburg over de streep te trekken en op 7 november 1949 verhuist het gezin met de zaak naar Cuijk. Zelf gaat de familie in Nijmegen wonen. Die datum is niet toevallig. “Op die dag werd namelijk de vleesdistributie opgeheven”, weet Cees. “Daarvoor ging vlees nog ‘op de bon’ vanwege de schaarste. Al diezelfde avond waren we in productie met de machines die ‘s ochtends nog in de slagerij in Haarlem stonden.”

Een veertigtal personeelsleden komt mee vanuit Noord-Holland. Via de regionale pers worden nieuwe medewerkers gezocht. Een dag later staan honderden ‘boerenjongens’ buiten de poort te wachten om aan de slag te kunnen. “Dat was het voordeel van het agrarische gebied rond Cuijk”, kijkt Cees terug. “Op alle boerderijen liepen jonge knechten rond die het harde werk niet schuwden, maar voor wie eigenlijk niet genoeg werk op de eigen boerderij was. Velen van hen konden bovendien al met messen omgaan vanwege het slachten op de boerderij. Het werden waardevolle krachten.” Als begin jaren ‘50 ook de export naar Engeland op gang komt, gaat het ineens hard. “Naast Homburg zat een smederij, H.J. Langen. Die maakte voor ons een productielijn waarmee we boterhammenworst geautomatiseerd in blikjes konden krijgen. Dat ging voor die tijd in een ongehoord tempo van 120 blikjes van 200 gram per minuut! Die gingen bijna allemaal met de stempel ‘Luncheon Meat’ naar Engeland. De samenwerking met H.J. Langen werd daarna ook uitgebreid en zorgde ervoor dat qua innovatie en ontwikkeling van machines Homburg altijd voorop liep.”

Groei

De automatisering betekende niet dat er minder werk kwam voor de medewerkers. “Juist het tegenovergestelde is waar. Het waren goede jaren, want er was een grote vraag naar vleeswaren en we hadden ook nog vleessnijders nodig, er werd geslacht, de grondstoffen moesten verwerkt worden en natuurlijk moest alles verpakt worden.” Het bedrijf groeit in die tijd qua oppervlakte ook van 3 hectare naar ruim 7 hectare. De productie laat zich verdelen in drie hoofdactiviteiten: Ham- en schouderconserven (1), vleeswaren algemeen, inclusief conserven (2) en inpak- en expeditieafdeling (3). Homburg werd één van de drie grote jongens binnen de vleesindustrie, samen met Zwanenberg en Hartog (het huidige Unox, red.). De expansie van het vleesbedrijf betekende ook dat Cuijk een bloeiperiode doormaakte. ‘Meer dan 10.000 monden hadden letterlijk en figuurlijk een goed belegde boterham aan Homburg. Er werd een nieuw gemeentehuis gebouwd, een eigen brandweerkazerne, de Maasboulevard en een schouwburg in een tijd dat veel steden het nog met een dorpshuis moesten doen’, luidt één van de citaten uit het boek Homburg – van slagerij tot vleesindustrie.

Gastarbeiders

Door overname van kleinere bedrijven zette de groei door en daarmee nam ook de vraag naar nieuw personeel toe. “Maar iedere Cuijkenaar die hier kon werken, werkte er al zo’n beetje. We zijn toen gaan kijken wat er mogelijk was.” Het is het begin van de tijd dat gastarbeiders worden aangetrokken, omdat Nederland op dat moment nog geen 1 procent werkloosheid kent! “Te beginnen in 1963 met een groep van zo’n 80 Belgen, die elke dag vanuit Leopoldsburg met de bus kwamen.” Daarmee werd het tekort echter niet teniet gedaan en dus werden andere maatregelen genomen. “Het was de tijd van Joop den Uyl (oud-Minister President, red.) en er waren toen nog wat beperkingen om arbeidskrachten uit andere landen te halen. Via het gemeentelijke arbeidsbureau kregen wij te horen dat we krachten in Spanje mochten halen”, vertelt Cees, die op dat moment – net als zijn broer Wim – zelf in het bedrijf zat. “We zijn toen naar een klein plaatsje in de buurt van Pamplona (Spanje) gegaan, waar bijna letterlijk een ‘vleeskeuring’ plaatsvond. ‘Loop eens op en neer’, zeiden we dan. Een bevriende klant die Spaans en Engels sprak, vertaalde voor mij. In 1963 kwamen de eerste 140 Spanjaarden. Ik heb ze nog persoonlijk verwelkomd op het station van Roosendaal.” Bij Homburg worden P.O.C.’s (Personeels Opvang Centra) opgezet waar uiteindelijk zo’n 400 buitenlandse medewerkers komen te wonen. “Na de Spanjaarden volgen werknemers uit Joegoslavië en nog later Turken en Marokkanen die overkwamen van andere vleeswarenfabrieken die gesloten werden. Bij Homburg in Cuijk was echter in die tijd nog altijd werk voor ze.”

personeel Homburg

personeel Homburg

‘Op een gegeven moment was elke inwoner in Cuijk werkzaam bij Homburg. Bij wijze van spreken dan.’

In 1971 werken maar liefst 2.100 mensen bij Homburg. Om hen te huisvesten worden nieuwe wijken opgetrokken. Eerst in Cuijk-Noord en later in Padbroek. “Want die P.O.C.’s waren niets anders dan barakken. Maar toen duidelijk werd dat zij langdurig in Nederland zouden blijven en de mogelijkheid kregen om hun vrouw en kinderen over te laten komen, moest er ook geschikte huisvesting gevonden worden. Burgemeester Van Zwieten en ik waren goed bevriend. Wij hebben toen de wijk De Valuwe en later Padbroek in het leven geroepen. De eerste zeventig huizen in die wijk waren ook eigendom van Homburg.”

Ondergang

Het begin van het einde wordt ingezet rond 1972. Simon Homburg, dan 65 jaar, wil van zijn pensioen genieten en verkoopt het bedrijf aan de hoogste bieder. “Dat werd het bedrijf Lyons, een Britse levensmiddelengigant die ook tientallen hotels bezat, maar die helaas weinig verstand had van vleeswaren. Ze rommelden eigenlijk maar een beetje aan”, vertelt Cees, die na de overname technisch directeur werd en de divisies Europa en Amerika beter op elkaar moest laten afstellen. “Maar de grote baas kon of durfde geen beslissingen te nemen. Dan werd bijvoorbeeld besloten om in Frankrijk een laboratorium te beginnen. Dan zocht ik een geschikte locatie en stonden we op het punt de papieren te tekenen en dan werd de keutel weer ingetrokken. Dat zorgde voor spanningen. Lyons was groot geworden met thee. Het bleek al snel een kwestie van ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Er waren ook een boel tegenstrijdige belangen.”

Een nieuwe klap volgt wanneer de Amerikaanse voedselwarenautoriteit de regelgeving voor de import van vleeswaren aanscherpt (Cees: ‘Vooral om de eigen markt te beschermen, want inmiddels konden ze in Amerika ook vlees verwerken natuurlijk.’). “Er hoefde maar een scheur in één karton te zitten en de hele container met blikken vlees werd afgekeurd en zonder pardon teruggestuurd naar Nederland. Toen daarna de valutakoers inzakte en één dollar niet meer gelijk was aan vier gulden, konden we geen prijsverhogingen meer doorvoeren, werden de opbrengsten minder en daalde de omzet. De export bepaalde 80 procent van de jaarlijkse omzet van 400 miljoen gulden.” Cees adviseert zijn broer Wim om te investeren in de binnenlandse markt. Hij krijgt hier geen akkoord op. Een gemiste kans, meent hij. ‘Het bedrijf kon dat in 1972 nog gemakkelijk missen, want er werd miljoenen winst gemaakt. Het had Homburg, naar mijn mening, misschien voor een gedeelte van de overgang kunnen redden’, laat Cees optekenen in het boek.

Homburg produkt

Homburg produkt

Het kantelpunt wordt een paar jaar later al bereikt, temeer omdat ook de Oost-Europese markt in opkomst is. In 1980 volgt de eerste reorganisatie. Vestigingen van Homburg in Linthorst, Wilp en Wijhe worden gesloten. Het is de eerste stap op weg naar wat in het 212 pagina’s tellende boek (tweede druk) wordt omschreven als ‘een dramatische dag’. “Op 4 november 1988 werden voor de laatste maal varkens geslacht bij Homburg. Daarna ging de poort dicht en kwamen 200 mensen op straat te staan. Sommigen konden nog elders aan de slag”, zegt Cees tot slot.

In 1993 gaat Homburg failliet, de rest gaat in de uitverkoop. Op 24 september 2003 gaat Homburg helemaal dicht. Het 10,5 hectare tellende terrein ligt inmiddels alweer een paar jaar braak.

Door Martijn Schwillens, integraal overgenomen uit  Kliknieuws.nl