De watersnood van 1920

In de nacht van 16 op 17 januari 1920 breekt de Maasdijk op tal van plaatsen door, ook de spoordijk bij Katwijk begeeft het, Cuijk en de Kuukse Hei overstromen in ernstige mate.

De toestand verergerd

Peter Minten heeft, samen met Buters en Christiaans, dijkwacht in de nacht van de doorbraak, ze zijn voorzichtig want ze weten ‘hoe dol d’n diek is’; hoe hoog het water staat te eener, en hoe laag ’t land licht te andere zijde van d’n diek. Ze speuren en zoeken, vinden ‘un piep’ (een gat) en stoppen het. Even later dichten ze een ander gat met zesentwintig zakken zand, en terwijl ze daar net klaar zijn slaat verderop ineens het water door de dijk heen, geen stoppen aan, ze moeten alarm slaan…… het water doet dat trouwens zelf al, door zijn woedend gebruis….en redden gaan, ‘de hunnen en de aander’.

Water….water….water op de akkers, water in de straten, water in de huizen, meters hoog….water van de kelder tot het dak. Sommige mensen lijden weinig schade, maar de meesten verliezen veel, en velen verliezen alles.

Watersnood 17 - 1 - 1920 Panorama overstroomd Cuijk vanaf N.C.B.- gebouw

Watersnood 1920 Panorama overstroomd Cuijk vanaf N.C.B.- gebouw

Een inwoner, met water in de kelder, beklaagt zich: ‘daar lagen mijn steenkolen, mijn aardappelen en zuurkool – en ik had mijn wintervoorraad zoo nodig! – Ik krijg mijn kelder in geen jaar weer droog’. Maar ook mensen op het dak van hun huis, wachtend op bootjes, dode varkens en koeien die ronddrijven, een zoon die zijn zieke moeder, tot zijn middel door het water badend, naar een feestgebouwtje brengt. Geen mensenlevens te betreuren maar desondanks veel ellende, ongerief en schade.

De omvang van de ramp werd nog eens bevestigd door het bezoek van koningin Wilhelmina en prins Hendrik. Zij bezoeken Cuijk en de Hei in een roeibootje en hare majesteit spreekt de sussende woorden: ‘wees maar tevreden – ik zal wel voor u zorgen’.

Naast deze troostende woorden is er natuurlijk ook concrete hulp; daklozen worden gehuisvest in een trein (die kon toch niet rijden door de kapotte spoordijk), de Sint Josephsvereniging en het Liefde-gesticht. Pontonniers en mariniers verzorgen de logistiek en veel kinderen worden ondergebracht bij Nijmeegse gezinnen. Ook het leger des Heils sluit zich hier bij aan en zodoende kan men in korte tijd ‘groote hoeveelheden levensmiddelen, onderkleeding, sokken en dekens‘ uitreiken.

Watersnood Cuijk (16 Jan 1920), Luchtfoto Cuijk-Centrum; rechtsboven: gebied 'De Valuwe'.

De donkere zijde van de ramp

De ramp had echter ook nog een bijzonder donkere zijde….de ramp had voorkomen kunnen worden!

Eeuwen lang lagen er langs de Maas geheel geen dijken, men liet eenvoudigweg ‘Gods water over Gods akker lopen’. Wanneer de rivier meer water kreeg af te voeren dan normaal, stroomde zij overal over haar oevers. Het inundatie-gebied was meestal weiland en werd daarom groene rivier genoemd.

In de tiende en elfde eeuw begonnen de bewoners van deze streken lage dijken aan te leggen. Deze werden in de loop der tijd ook nog eens telkens verhoogd om niet bij elk hoogwater ‘natte voeten’ te krijgen. Natte voeten is een, maar belangrijker achtte men de economische schade; het verlies van oogst en vee, of zoals in die tijd verwoord: ‘het te niet gaan van de vruchten die de landman van zijn arbeid en aangewend kapitaal verwachtte’.

Later kwam men tot de conclusie dat de rivier al haar water toch niet kon afvoeren en het  weinig zin had de dijken alsmaar te verhogen. Besloten werd twee vakken onbedijkt te laten, een beneden Cuijk – de bovenmond van de Beersche Maas en een bij Beers – de benedenmond van de Beersche Maas. Rivierverruiming opdat de Maas bij hoog water meer water kan afvoeren.

Eind negentiende eeuw begon Rijkswaterstaat flink aan de Maas te sleutelen; Maas en Waal werden gescheiden, de Nieuwe Merwede werd aangelegd om het water van de Waal sneller af te voeren, de Maasmond werd verlegd en verder werd besloten tot kanalisatie van de Maas. De belangrijkste reden, ervoor zorgen dat het dichtbevolkte Holland (dat deels onder de zeespiegel ligt) wateroverlast te besparen, desnoods ten koste van overstromingen tussen Cuijk en ’s Hertogenbosch. En bedankt.

Erger nog, men meende dat de Maas hierdoor voldoende water kon afvoeren om de bovenmond te kunnen dichten. Die bovenmond werd gedicht door de aanleg van een spoordijk tbv de lijn Nijmegen-Venlo. Met als gevolg dat de benedenmond bij Beers onmogelijk voldoende water kon lozen om de dijken te ontlasten. Bovendien werd er door landeigenaren in Beers een keerkade gelegd en die veroorzaakte voor het grootste deel een abnormaal hoge waterstand waarop de dijken niet berekend waren.

Watersnood te Cuijk, 16 januari 1920. Panorama van de overstroomde Cuijksche hei, de doorbraak van de spoorweg is duidelijk zichtbaar.

Burgemeester J. van de Mortel heeft zijn zorgen geuit over de ophoging van de Beersche Overlaat door Rijkswaterstaat en vergeefs aangedrongen op ruiming van de keerkade; telegrafisch heeft hij ‘voor den ramp’ de autoriteiten bericht ‘dat Cuijk zou onderloopen als dat niet gebeurde’.

En het resultaat? Nul,  …..de gevolgen zijn bekend!