II De Boerenbruiloft

Geschiedenis schrijven

Iets doen, zo belangrijk dat het niet meer vergeten wordt. Soms gebeurt dit met opzet, soms gaat het vanzelf. De Boerenbruiloft op de Cuijkse carnavalsmaandag is misschien wel van beiden een voorbeeld.

Al enige jaren voor de eerste boerenbruiloft in 1977 dacht het bestuur van de Nölers na over een invulling van de carnavalsmaandag. Net in die jaren wilde ‘Den Haag’ enige grenscorrecties toepassen op de provinciegrenzen. Cuijk e.o. zouden bij het gewest Nijmegen, dus Gelderland gevoegd worden. Eigenlijk een logische keuze gezien de cultuurhistorische achtergrond. Eeuwenlang vormde de Peel een natuurlijke grens tussen het Land van Cuijk en westelijk Brabant. Dat hoor je al aan de ij-klank; westelijk ijs/konijn, hier ies/knient. De Peel en diens noordelijke verlenging wordt ook wel de mijn/mien-linie genoemd. Met de regio’s Kleef en Zuid Gelderland was van oudsher veel meer contact: werk, huwelijken, boodschappen. En luister maar eens hoe enthousiast ze hier tijdens een feestavond meebrullen met Duitse schlagers. Het dialect uit onze regio behoorde tot het Kleverlands.

De lijntjes in de Bosatlas zijn dus van jongere datum dan de cultuurgrenzen.

 

 

 

Het Kleverlands dialectcontinuüm

 

Maar goed, met een Brabantse burgervader (van der Rakt), een Brabantse gemeentesecretaris (Hofmans) en een Brabants geaffilieerd carnavalsgezelschap zou dat niet gebeuren. “We gaan de maandag invullen met een Brabantse boerenbruiloft”, moet iemand (waarschijnlijk Ad Cooijmans) gebruld hebben. En zo gebeurde. De inmiddels geïnstalleerde commissie Boerenbruiloft van de Nölers zou via de Boerenbruiloft laten zien dat Cuijk Brabants is dan wel moet zijn. “We gaan geschiedenis schrijven!”

De geschiedenis ingaan als

Gerrit van den Akker en Mientje van Stiphout zullen herinnerd worden als het eerste boerenechtpaar, Hannus en Drika. De namen zijn ontleend aan een bestaand Cuijks boerenechtpaar, Hannus en Drika Jilissen van de Beerseweg. De huwelijksplechtigheid werd een groot succes. Het boerenpaar verscheen in deftig zwart, witte pofmuts en grijze schort. Een groot aantal Cuijkenaren had zich ook in typisch Brabantse boerenkledij gestoken, op z’n paasbest zelfs.  Het boerenpaar werd vervoerd in een witte huifkar, getrokken door een ‘Bels perd’.

In de stoet ook nog fraaie historische kostuums dragende leden van het St Sebastianusgilde uit Vianen, ruiters van de Maasruiters en Cuijkse bakkers met een vijfmeter lang krentenbrood. Muzikaal werd het opgetuigd door hofkapel de Houwers en de Blaozers en de Durdouwers uit St Agatha. Veel ‘Brabantser’ konden ze het niet maken.

Maar liefst vier veldwachters, met echte sabels en uniformen, zouden de orde bewaken. De uniformen waren eerst nog gehuurd, later kregen ze eigen ‘veldwachterskleding’, gemaakt door Tiny van Oostrum. De sabels, gekocht op een rommelmarkt in België, waren zo echt dat de politie een vergunning moest afgeven om ze in het openbaar te mogen dragen.

In de Grotestraat stonden lange tafels voor de bruiloftsgasten. Daar werd ‘boeremoes’ geserveerd en ‘brandewien met suuker’. Voor de bereiding van de boerenpot konden de koks terecht in de keuken van het toenmalige bejaardencentrum Porta Caeli. Het krentenbrood werd uiteraard met goeie botter bestreken.

Het bruidspaar werd uitgebreid gefêteerd in de Korenbeurs; toegezongen door Zang Veredelt, een dans van volksdansvereniging Debka, muziek van de kapellen en veel felicitaties, soms met echte boerencadeaus.

 

De geschiedenis herhaalt zich

Een feest van formaat, dat mag geen eenmalige gebeurtenis zijn. Dus kennen we tot op de dag van vandaag de maandagse Boerenbruiloft. De opzet is al die jaren min of meer dezelfde gebleven. Voor het feest werd wel al spoedig een tent geregeld, deze kwam op de plek van boerenstamcafé de Gouden Leeuw. De eerste jaren wel zonder vloer, dus aanmodderen, en zonder toilet! De heren konden het uitgewerkte bier nog wel kwijt in het struikachtig gewas rondom de tent, de dames waren echter aangewezen op de nabije cafés. In de tent bleef het een groot feest, de Döpkes zongen luidkeels, Debka danste alsof het een lieve lust was, de Houwers en de Blaozers (later hofkapel de Tröters) en de Durdouwers kregen ondersteuning van de Milhezer Waldkapelle en de Vrolijke Dauwtrappers uit Maasland. En was er even geen muziek dat hief Harry Kroezen zijn lijflied aan: “Dur zulle altied boere blieve, dur zulle altijd boere zien”. Zo kan je tot in de lengte der dagen alles opnieuw laten gebeuren.

Een hele geschiedenis

Om een lang verhaal kort te maken, Ad Cooijmans, de Urste Boer den Beste, moest ervoor zorgen dat in aanwezigheid van het boerenpaar een vruchtbaarheidsboom geplant werd. Op de een of andere manier moet dit geleid hebben tot de geboorte van de ‘Oerboer’. Aan de Veldweg stond de stadsboerderij van moeder van de Cruysen en haar zoon Huub. Louis de Wijze kwam op het idee Huub te benoemen tot Kuukse Oerboer. Huub vond dit een schitterend idee en van af dat moment was de boerderij aan de Veldweg het startpunt van de optocht naar de woning van de bruid. Die optocht gaat daarna verder naar het gemeentehuis en dan naar de boerentent. Alles wat boer is of zich zo voelt sluit zich onderweg aan.

Af en toe wordt er ook een huwelijk ‘officieel voltrokken’, het huwelijk is dan geen geintje. In 1979 trouwen Piet Timmers en Wesselien Gademan, in 1980 gevolgd door Frans Linssen en Tonneke Toonen. Ook zij mochten delen in de traditie; trouwringen ter grootte van een armband (gemaakt door Harrie Kroezen) in ontvangst nemen.

‘De geschiedenis is het heden, gezien door de toekomst’

Toen de vroegere Cuijkse burgemeester van Zwieten in Den Bosch geïnstalleerd werd als burgemeester bracht een aantal Cuijkenaren een bezoek aan de Brabantse hoofdstad, verkleed als boeren-echtpaar! Om maar te benadrukken: Cuijk is Brabants en wil Brabants blijven.

PS: bovenstaand citaat is van Godfried Bomans, van wie ook de typering ‘blauwgekielde waanzinnigen’ is.