In de (rook)wolken zijn…

Dat is andere tabak

Halverwege de zestiende eeuw bezorgde Jean Nicot de Villemain (Frans ambassadeur in Portugal) Catharina de Medici in Parijs het geneeskrachtige wondermiddel tabak. De tabak, net ontdekt in Amerika, zou haar hoofdpijn kunnen verlichten. Of het geholpen heeft weten we niet, maar Jean’s tweede voornaam leeft voort in het meest bekende bestanddeel van tabak, nicotine.

Nu kleeft vooral het woord gif aan tabak, maar tot ver in de twintigste eeuw was het bovenal een genotsmiddel. Zo waardevol dat het bewaard werd in dure tabaksdozen met prachtige spreuken; ‘Eerst het geld verbruijt, dan het zeegat uijt’ (een zeeman en een dame van lichte zeden als begeleidend plaatje), of ‘ De zee mag men een schip betrouwe, maar hoedt u voor lichte vrouwe’.

Tabak was rijkelijk voorhanden, voor iedere gelegenheid was er wel een sigaret, een sigaar, een pijp of pruimtabak (om op te kauwen). Cuijk had eind negentiende, begin twintigste eeuw veel sigarenfabriekjes en een paar tabakszaken. Twee verkopers krijgen aandacht in dit venster.

Rutten-Arts  “De winkel is altijd mijn grootste hobby geweest”

Voor goedkope rookwaren (maar ook benzine en drank) ga je naar Duitsland, dat weten grensbewoners. Helaas gaat die vlieger niet op als een Duitser hier tabakswaren komt verkopen. Verenigd Europa of niet, vadertje staat eist z’n accijns.

interieur  winkel Rutten, foto uit 1950

Peter Rutten, geboren in Goch, wilde graag in Cuijk een eigen zaak beginnen. In de jaren ’30 van de vorige eeuw ging zijn droomwens gedeeltelijk in vervulling. 11 december 1935 opende hij een eigen winkel in het centrum van Cuijk, waar hij levensmiddelen en rookartikelen verkocht. Het was wel een gok dus bleef Peter in eerste instantie in loondienst bij zijn toenmalige werkgever, zijn vrouw dreef de zaak.

De Tweede Wereldoorlog zorgde voor de nodige veranderingen; na de capitulatie in mei 1940 nam Peter ontslag en besloot zich geheel aan zijn eigen zaak te wijden. Door de schaarste aan goederen kwamen levensmiddelen en tabak op de bon. Alles werd geleverd in afgepaste hoeveelheden en het was zaak zelf de orders geplaatst te krijgen bij de leveranciers en niet afhankelijk te zijn van het Rijksbureau. Peter reisde hiervoor stad en land af, met succes. In het laatste oorlogsjaar werd er nog, in verband met de evacuatie, van Beers uit verkocht. Verder had de winkel oorlogsschade, het interieur was behoorlijk vernield.

Cuijk Molenstraat 1984, pand Rutten

In 1948 werd de winkel gemoderniseerd voor een nieuwe start, met handhaving van de in die tijd veelvoorkomende combinatie levensmiddelen/rookwaren. Dit bleef tot de jaren ’70 zo. Peter was sinds de jaren ’50 aangesloten bij een inkooporganisatie voor levensmiddelen. Maar de concurrentie met de grootwinkelbedrijven was niet vol te houden. Dan kan je uitbreiden, stoppen of specialiseren. Omdat voor Peter altijd de nadruk had gelegen op rookartikelen werd besloten de levensmiddelentak af te stoten en verder te gaan als sigarenmagazijn. Dit was zijn lust en zijn leven: “Voor advies over een sigaar sta ik altijd klaar” aldus Peter Rutten. En zo hoefde hij ook niet met pensioen, de winkel was voor hem een geliefde vorm van vrijetijdsbesteding en dan denk je niet aan stoppen. Vooral het praatje met iedereen in de winkel deed hem goed.

Toch was zijn wereld groter dan de eigen zaak, Rutten is ook actief geweest in diverse middenstandsorganisaties. Zo was hij 24 jaar bestuurslid van de Kruideniersbond (kring Nijmegen) en heeft hij dertig jaar zitting gehad in de plaatselijke middenstandsvereniging. Hiervoor is hij, bij z’n afscheid, beloond met de gouden bondsspeld.

Afscheid nemen van zijn zaak deed hij pas op 86 jarige leeftijd! Na meer dan 55 jaar achter de toonbank. 9 februari 1991 ging zijn winkeldeur definitief op slot. Een maand later ontving hij van de burgemeester een zilveren koninklijke eremedaille.

 

Nico Claassens      “Heb wat aanloop”

Nico Claassens Kaneelstraat 1982

Nico Claassens, geboren in de Kaneelstraat, in het pand waar zijn vader een zaak in rookartikelen (Cuba) dreef. Vader Claassens had ook nog een sigarenfabriek onder de naam Santos. Nico weet nog dat tijdens de watersnood van 1921 de sigaren door de Stationsstraat dreven. Vader heeft nog de sigaren gedroogd in de oven van bakker van Daal, maar ze waren niet meer om te roken.

De appel valt niet ver van de boom, Nico begon als sigarenmaker bij Victor Hugo, tot de grote brand van oktober 1969 daar een einde aan maakte. Daarna kwam Nico bij slijpsteenindustrie NV De Maas terecht. Die baan combineerde hij met het winkeltje, dat alleen op vrijdagavond en zaterdag geopend was. Hij had z’n vaste klanten en de aanloop beviel hem prima. Moderniseren hoefde niet zo nodig: “als het teveel wordt dan sluit ik de boel gewoon”. Een tevreden roker is geen onruststoker.

Opvallend dat beide heren zo tevreden zijn met een vaste werkplek gedurende zeer lange tijd, en er niet over peinsden om ‘met pensioen te gaan’. Gelukkig in hun eigen kleine wereld, petje af!