De schrijver

Al sinds hij rechtop loopt denkt de mens na over het ontstaan van de wereld en zijn eigen herkomst. De weerslag daarvan vind je in de talloze mythen en heilige verhalen van iedere cultuur. Lang golden deze verhalen als absolute waarheid en werden van generatie op generatie doorgegeven. Deze verhalen hadden geen wetenschappelijk bewijs nodig, ze boden houvast in een wereld die als geheimzinnig werd ervaren.

Historici pakken dat tegenwoordig iets anders aan, zij onderzoeken bronnen en toetsen ieder feit, zo proberen zij ontbrekende pagina’s in ons geschiedenisboek te vullen. Moderne theorieën die de oude verhalen verdringen, zou je denken. Maar, lezers maken eerder van een verhaal werkelijkheid dan van de werkelijkheid zelf. Hoe nu een geschiedeniscanon te schrijven?

Een kleine drie jaar geleden meldde ik me aan de poort van de FAD, nu Het Cuijks Archief. Of ze nog iemand nodig hadden bij het samenstellen van de exposities. Niet echt volgens toenmalig voorzitter Jos Jansen, maar hij had nog wel een andere klus. Jos zette zijn bril recht en zei: “De Cuijkse Canon, dat lijkt me wel iets voor jou”. De canon kende ik nog, ik was bij de allereerste vergaderingen op het gemeentehuis aanwezig, maar moest na een paar keer verstek laten gaan omdat ik ook regelmatig in de avonduren werk. De canon was een beetje ingedut en kon wel nieuw leven ingeblazen worden. Een opdracht die mij wel lag; geïnteresseerd in geschiedenis, kunst, cultuur en fotografie was dit een uitgelezen kans om mijn kennis ‘aan het papier toe te vertrouwen’.

Ik heb me verdiept in het onderwerp door veel, heel veel artikelen en boeken te bestuderen; wat is een canon? Welk publiek bedien je? Hoe stel je een canon samen? Canon komt van het griekse woord kanoon, dat zoveel betekent als lineaal, richtlat, maatstaf, norm. Hieruit is de klassieke canon voortgekomen, een canon van ijkpunten en boegbeelden. Een canon die kwaliteit meet en een meerwaarde heeft voor de mensheid, maar niet voor de mens! De klassieke canon gaat over universele waarden, los van ruimte en tijd. De klassieke canon staat dan ook aan de basis van de nationale musea zoals het Louvre, het Rijksmuseum en het British Museum.

En dat is nu net waar het fout gaat volgens mij. Weinigen zijn wereldburger, mensen behoren tot een stam, een gemeenschap, een familie, een volk. Met eigen waarden en normen, specifieke eigenaardigheden en vooral een eigen identiteit. Die identiteit hecht zich aan alles; gebruiksvoorwerpen en gebruiken. Zo kunnen voorwerpen, die nooit in een museum geraken, belangrijk worden, want als je het verhaal kent….

Een romantische canon lost dit op, daar staan de verhalen centraal, waarvoor is het object gebruikt, van wie is het afkomstig, met welke gebeurtenis is het verbonden? Het beschrijft een relatie tussen object en de wereld waaruit het stamt. Nu is identiteit belangrijk en wordt duidelijk dat culturen onvergelijkbaar zijn. U begrijpt nu wel dat de romantische canon aan de basis staat van de volkenkundige musea (zoals ooit het Amerika Museum in Cuijk).

In de CuijkseCanon dan ook steeds meer aandacht voor immaterieel erfgoed, de culturele en maatschappelijke activiteiten van een gemeenschap. Ik denk dat cultuuruitingen, nog meer dan monumenten, de identiteit representeren. Bijvoorbeeld de vensters over Onze taal, het Sint Anthonius en Martinusgilde en het Kuuks Karnaval.

In overleg met Jos Jansen en de toen nog bestaande ‘werkgroep canon’ heb ik besloten tot een meer verhalende en publieksgerichte geschiedschrijving. Iets minder klassieke canon, iets meer romantische canon. Erfgoed krijgt nu betekenis in een verhaal. Dan ontstaat een beeld over vroeger en zijn we in staat die andere tijd te begrijpen. Hierbij houd ik wel scherp de grens tussen historische realiteit en historische fictie in de gaten, de CuijkseCanon is geen historische roman!

Als eerste heb ik de canon een beetje afgestoft, de bestaande vensters tekstueel uitgebreid en voorzien van meer illustraties en foto’s. Daarna ben ik zelf vensters gaan schrijven. Ik zie de Cuijkse Canon ook als aanjager van culturele hygiëne: om het erfgoed te conserveren, te interpreteren, levend te maken en door te geven aan volgende generaties. Zo kan je mensen, die in tijd en ruimte van elkaar gescheiden zijn, met elkaar verbinden (de vensters over Kuukse Minse). Want als de canon iets niet mag zijn, is het de echo van voorgoed voorbije tijden!

Ik probeer zo veel mogelijk de geschiedenis van Cuijk in een groter kader te plaatsen. Zo wordt duidelijk dat Cuijk meegaat in de Nederlandse (en internationale) ontwikkelingen. Het venster over de sixties is daar een mooi voorbeeld van. Maar ook dat Cuijk veel minder Brabants is dan menigeen denkt, of wil (Onze Taal en de Boerenbruiloft).

Ik maak volop gebruik van de schatkamer van het Cuijks Archief, ik kan uren grasduinen in de archieven en kom dan als vanzelf op onderwerpen die de moeite waard zijn om te presenteren. En ik laat me inspireren door actuele gebeurtenissen, zo was de Zwarte Pieten discussie aanleiding om eens een stuk over de Sint op Cuijkse bodem te schrijven. Wandelend door Utrecht hoorde ik hoe mooi carillon muziek kan zijn, het venster Torenmuziek was geboren.

Alle vensters worden rijkelijk voorzien van foto’s uit het Cuijks Archief, soms aangevuld met foto’s of illustraties van musea, uiteraard met toestemming. De Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt schreef in zijn memoires: “Die Leute wollen sehen”. Hij wist al hoe belangrijk tekeningen, illustraties en foto’s bij publicaties zijn. Hierdoor is de canon ook een beetje een uithangbord geworden voor het omvangrijke fotoarchief van Het Cuijks Archief.

Alle vensters gaan over onze eigen cultuur. Daar meer over weten kan de vraag ‘hoe komt het dat ik ben wie ik ben’ beantwoorden. Al sinds het begin van het nieuwe millennium is Nederland ten prooi gevallen aan een gevoel van verlies van de eigen cultuur en van grote veranderingen in die cultuur. Mensen hebben nog steeds behoefte aan houvast. Kennis van je cultuur en erfgoed kan een nieuw houvast bieden. Door te laten zien waar wij de erfgenamen van zijn. Vandaar de ondertitel ‘Wie denk je dat je bent’.

Maar dan moet je wel een publiek hebben, en de CuijkseCanon verdient een groot, een breed en ook een jonger publiek. Daarom worden de verhalen/vensters digitaal gepubliceerd op de website cuijksecanon.nl. Om de zichtbaarheid verder te vergroten heb ik de CuijkseCanon aangemeld bij de site Regiocanons, daar plaats ik regelmatig vensters die dan ook zichtbaar zijn bij de Canon van Nederland.

Ga maar eens naar https://www.entoen.nu/nl/romeinselimes en dan naar regiocanons, onze canon is daar aanwezig met maar liefst 4 vensters! Bijkomend voordeel, de CuijkseCanon is nu ook te zien in het Nederlands Openluchtmuseum Arnhem, op schermen in het gebouw met de Canon van Nederland.

Verder heeft Jos Jansen ervoor gezorgd dat een aantal vensters van de CuijkseCanon ook in de gemeentegids van Cuijk zijn opgenomen, editie 2016-2017.

Inmiddels heeft de CuijkseCanon bijna achtduizend bezoeken per jaar, met een piek op de dag van de Kuukse Kwis (zeshonderd op die dag). Vergeleken met de vierhonderd bezoeken per jaar uit de begintijd een enorme vooruitgang.

Wellicht kunnen we de zichtbaarheid en bekendheid van de Canon nog verder vergroten; er zijn categorieën (gebouwen die nog maar namen lijken, op zoek naar de verloren tijd, immaterieel cultureel erfgoed) die zich uitstekend lenen voor pop-up exposities buiten het gebouw, of semi-permanent in het gebouw van Het Cuijks Archief. De foto’s en teksten zijn er al. Zo komen we misschien nog tot een ‘Stadsmuseum Cuijk’!

In 1684 schreef Pierre Bayle (Frans filosoof en publicist) in de eerste aflevering van Nouvelles de la République des Lettres: we moeten het juiste midden zien te vinden tussen het nieuws van de gazetten en het zuiver wetenschappelijke nieuws, opdat (…) de talloos vele mensen die lezen en zonder geleerdheid intelligent zijn, onze Nouvelles graag lezen. Een interessante spiegel voor historici, het maakt duidelijk dat er overal lezers te vinden zijn, ook buiten de collega’s van het vakgebied.

In ieder geval ga ik nog even door, voor ‘de talloos vele mensen die lezen en zonder geleerdheid intelligent zijn’ met schrijven over personen, creaties en gebeurtenissen die samen laten zien hoe Cuijk zich heeft ontwikkeld tot het dorp dat het nu is.

Hans Peters

Een verre voorouder en de schrijver

Een verre voorouder en de schrijver