Het kruisherenklooster te St. Agatha

Rond 1300 bouwden bewoners van het Land van Cuijk langs de Maas een kapelletje, dat werd toegewijd aan de Heilige Agatha. Diederik van Horn, voogd over het land van Cuijk destijds, vertrouwde in 1371 de zorg voor het kapelletje toe aan de orde van het Heilige Kruis. Daarop kwamen er drie Kruisheren naar St. Agatha die zich vestigden naast de kapel. In de loop der jaren zijn de Kruisheren hier steeds blijven wonen en is het kapelletje uitgegroeid tot een klooster. De geschiedenis van dit klooster kunnen we in grote lijnen opdelen in vier perioden: een bloeiperiode in de middeleeuwen, een strijd om te overleven gedurende de reformatie, een nieuwe bloeiperiode vanaf de tweede helft van de 19e eeuw en sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft het klooster deels een nieuwe bestemming gekregen.

De Kruisheren
Rond 1210 werd deze orde gesticht door Theodorus van Celles in het plaatsje Huy, dat even ten zuiden van Luik ligt. Kruisheren zijn zogenaamde reguliere kanunniken, dat wil zeggen: priesters die samenleven volgens een kloosterregel. Het kloosterleven dat zij leiden wordt aangeduid met de term vita mixta; een mengeling van beschouwende bezigheden en activiteiten in de samenleving, met name in het pastoraat en in het onderwijs.

Bloeiperiode in de middeleeuwen
Gedurende de 14e eeuw groeide St. Agatha uit tot een vooraanstaand klooster binnen de orde van het Heilige Kruis. Deze orde bestond destijds uit een zeventigtal kloosters, gelegen in Noordwest-Europa. Wat de priorij van St.Agatha vooral kenmerkte was de strenge leefwijze die daar gehanteerd werd. Vanuit St. Agatha werden Kruisheren naar elders gestuurd om daar orde op zaken te stellen of om een nieuw klooster te stichten. Het klooster kreeg een sleutelpositie voor de regio, het werd een belangrijk economisch knooppunt. In de 15e eeuw beschikte het klooster over een eigen scriptorium en een boekenbinderij. Boeken en werken van geestelijke schrijvers werden overgeschreven en geïllustreerd. Een bekende illustrator die hier rond 1500 werkzaam was is Johannes van Deventer. Van hem is een prachtige Graduale bewaard gebleven die op de afbeelding hiernaast te zien is.

 Een overlevingsstrijd tijdens de reformatie
Toen in 1568 de Tachtigjarige Oorlog aanving, lag het klooster van St. Agatha gevaarlijk tussen de legers van de Spanjaarden en de troepen van Willem van Oranje in. Daarom vroegen de Kruisheren aan prins Willem, sinds 1559 heer van het land van Cuijk, om bescherming. Ze kregen hulp maar konden echter niet verhinderen dat het klooster ten val viel aan plunderingen. Pas tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) zagen de kloosterlingen kans om de kloostergebouwen te herstellen. Prins Maurits verleende hen tolvrijheid bij de aanvoer van bouwmaterialen over de Maas. Ook schonk hij een prachtig glas-in-lood raam voor de kerk, dat zich sinds 1874 in het Rijksmuseum bevindt. Zie venster Mauritsraam.
Na de vrede van Munster in 1648 mochten de Kruisheren in St. Agatha blijven wonen maar vervielen al hun bezittingen aan de staat. Ze moesten het klooster voortaan huren.

Een nieuwe bloeiperiode
Na meer dan twee eeuwen touwtrekken werd in 1887 de knoop doorgehakt: de Kruisheren kregen de kloostergebouwen terug maar het grondgebied dat zij tot de reformatie bezaten bleef van de overheid. Voor de kloosterlingen waren er inmiddels betere tijden aangebroken. Ze hadden in 1840 van koning Willem II toestemming gekregen om weer novicen aan te nemen. Dat was nog net op tijd, aangezien van de hele middeleeuwse orde toen nog maar vier hoogbejaarde leden over waren in St. Agatha en Uden. Onder leiding van magistergeneraal Henricus van den Wijmelenberg groeide de gemeenschap snel en er werden met St. Agatha als moederhuis weer nieuwe kloosters gesticht. Ook werd St. Agatha het studiehuis van de orde, jonge Kruisheren kregen hier hun theologieopleiding. Deze bloeiperiode hield aan tot de jaren zestig van de vorige eeuw.

Gedeeltelijke herbestemming
Net als bij andere kloostergemeenschappen nam in de loop van de jaren zestig het aantal intredingen sterk af. De gemeenschap van St. Agatha vergrijsde. Het aantal bewoners werd te klein om het klooster zelfvoorzienend te houden en de boerderij werd in erfpacht gegeven. Voor de leegstaande gebouwdelen werden verschillende tijdelijke oplossingen gevonden en uiteindelijk werd in 2006 het klooster de thuisbasis voor het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. Nog steeds wonen een aantal Kruisheren in het klooster wat het een unieke positie in Nederland geeft. Het is namelijk tot op de dag van vandaag het enige middeleeuwse klooster dat in functie is. Een bezoek aan het klooster en het Erfgoedcentrum is zeker de moeite waard.

Referenties:

  • Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, Langs kloosters in Noordoorst-Brabant: de oudste kloosters van Nederland. Sint Agatha, 2011.
  • Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, Openingsboek: Klooster Sint Aegten. Sint Agatha, 2006.
  • L. Heere osc, 600 jaar Sint Agatha. Sint Agatha, 1971.