Nieuwe tijd, nieuwe nering

Handel, middenstand en industrie van 1850 tot 1940

De negentiende eeuw is in de kunst de eeuw van de romantiek. Kunstenaars verafschuwden het hier en nu. Er bestond een groot verlangen naar een eenvoudige, ideale wereld. Zo ook de schilderijen van Vincent van Gogh uit zijn Nuenense jaren. Die zijn de vrucht van een verlangen naar een ongerepte wereld maar illustreren tegelijkertijd maar al te goed dat Brabant in die tijd een provincie van boeren was.

Vianen Piet Cornelissen bij het melken van de koe.

Vianen, Piet Cornelissen bij het melken van de koe

Veel Brabanders liepen achter de ploeg of waren in de stal te vinden. Waarbij de boeren in het noordwesten van Brabant en in het rivierdal, zoals in Cuijk, het beste af waren. Zij beschikten over vruchtbare kleigrond en konden tarwe, haver en aardappelen produceren alsmede industriegewassen zoals vlas. Was de grond te zwaar voor de ploeg werd er gras ingezaaid en vee gehouden.

Halverwege de negentiende eeuw waren er in Cuijk zes jaarmarkten met daarnaast een staalmarkt voor de graanhandel. Naast vee werd er vooral vlas en linnen verhandeld. In 1900 werden in Cuijk al 13 jaarmarkten gehouden, terwijl er iedere donderdag een graan-, staal-, en botermarkt was.

Cuijk Fokveedag aan de Maas Okt. 1931

Cuijk, Fokveedag aan de Maas Okt. 1931

Een agrarisch getint plaatsje, maar de eenzijdige landbouwstructuur werd stukje bij beetje doorbroken en de industriële gedachte begon wortel te schieten op een wijze die in deze streek voor onmogelijk werd geacht.  Na de Tweede Wereldoorlog braken de gloriedagen van de Cuijkse industrie aan, meer daarover in het venster ‘Geloof in de vooruitgang’.

Omstreeks 1860 was er al een brandspuitmakerij met 2 spuiten per jaar, een orgelmakerij dat 1 à 2 orgels per jaar afleverde, een werkplaats voor kerkornamenten voor de eredienst (in 1865: 3 altaren, 2 communiebanken, 2 koorbanken, 3 biechtstoelen en 1 lievevrouwetroon). Ook waren er een paar smeerkaarsmakerijen (kaarsen uit dierlijk vet).

Ondanks het ontbreken van electriciteit waren er een aantal fabrieken, als energiebron werd of stoom of petroleummotoren gebruikt. Bekende namen in die tijd waren o.a. de koffiemolen, balansen en basculefabrieken van Van Susteren, met een produktie van 5000 koffiemolens, 300 balansen en 75 bascules (de weegschaal met de 2 bakjes) per jaar. De boek- en courantdrukkerij van J.J. van Lindert en natuurlijk de sigarenfabrieken; de firma’s Philipsen en van Hussen, van Dongen en Reniers, van Aernsbergen, Baars en Zoon zorgden voor veel emplooi. In 1930 werkten bij Baars en Zoon 146 mannen, 31 vrouwen en 41 kinderen in wat nu een van de bekendste gebouwen van Cuijk is, het Victor Hugo gebouw in de Molenstraat.

Cuijk Victor Hugo Sigarenmakers aan het werk

Cuijk, Victor Hugo
Sigarenmakers aan het werk

In het gemeenteverslag van 1900 waren gerangschikt in de rubriek ‘ambachten’: 9 bakkerijen, 1 bierbrouwerij, 1 boekbinderij, 1 brandkastmakerij (15 brandkasten per jaar), 1 draaierij, 1 goud- en zilversmederij, 1 horlogemakerij, 5 kledermakerijen, 2 koper- en blikslagerijen, 1 kuiperij, 5 leerlooierijen, 1 mandenmakerij, 5 metselmakerijen, 7 schoenmakerijen, 1 steenhouwerij, 7 timmermanswinkels, 4 ververijen, 5 vleeshouwerijen, 1 zadelmakerij, 1 heftenmakerij en 5 grofsmederijen.

Leer en drijfriemen fabriek Regouin met links Harrie Derks en rechts v.d.Berg.

Leer- en drijfriemen fabriek Regouin

In 1907 wordt een zuivelfabriek geregistreerd op naam van J. Dekker, in 1909 de zuivelfabriek Sint Maarten genoemd. In 1917 opent G.B. Wolf een zoutzuurfabriek en in 1925 had je al de bierbrouwerij en ijsfabriek Cevelum.

Het summum was misschien wel de vliegtuigfabriek NAVO (Nederlandse Automobiel en Vliegtuigonderneming), opgericht in 1919 door J. van den Eijken. Hierover is er een apart venster ‘the van Cuijk monoplane’.

Het overzicht beëindigen we met de electrische centrale, opgericht in 1909 door de firma Dirksen. Daarmee was Cuijk een van de koplopers in Brabant.

Dit alles viel samen met de snelle en onstuitbare ontwikkeling van Noord-Brabant als industriegewest. In de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelde Noord-Brabant zich tot een van de meest prominente economische trekkers van Nederland. Ook in Cuijk en omstreken vonden steeds meer mensen werk in de nijverheid.

Onmogelijk nog te spreken van een boers dorp.