Onze Taal

Het Kuuks, Brabants of Kleefs. Witte gei’t?

Linden onderwerpen: landbouw; veeteelt; werktuig(en); werk; lokale geschiedenis, uit de Nederlandse dialectenbank

Het idee van natiestaten, een volk met een eigen culturele identiteit binnen nauwkeurig bepaalde grenzen, stamt uit de negentiende eeuw. Sindsdien zijn deze grenzen stabiel en wordt er doorgaans in iedere natiestaat een eigen taal gesproken. Taal, dialect en accent zijn echter veel ouder dan het begrip natiestaat. Noch een staatsgrens, noch een natuurlijke grens zoals een rivier hoeven een breuk te vormen in een dialectcontinuüm.

Cuijkenaren die over de grens, bijvoorbeeld in Kleef, plat Kuuks proaten kunnen weleens verrast zijn hoe goed zij begrepen worden en nog meer als de antwoorden komen in een taal die erg veel op het Cuijks dialect lijkt.

Onze dialecten zijn nu eenmaal verwant aan elkaar en stammen af van één grote Germaanse taal. Verwant, maar met eigenaardigheden. Dat laatste is te danken aan accenten. Die kunnen bijzonder hardnekkig zijn, zeker als een bewonersgroep groot genoeg is om een subcultuur met een eigen taalvariant te vormen. Een accent is een fonetisch trekje uit je eerst geleerde (originele) taal en overdraagt op een tweede taal. Voor geboren en getogen Nederlanders is het een koud kunstje te horen of een spreker uit Limburg, België of het Gooi komt, ook al spreekt hij grammaticaal vlekkeloos Nederlands.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling is de taalkundige situatie hier een paar keer veranderd. Tot de komst van de Romeinen werd er Keltisch gesproken. Deze taal werd geleidelijk vervangen door het Latijn, maar met een duidelijk Keltisch accent. De aanwezige bevolking was talrijker dan de nieuwe machthebbers. Toen de Romeinen zich in de derde eeuw terugtrokken achter een tweede verdedigingslinie (Keulen – Maastricht – Tongeren – Boulongne-Sur-Mer, de latere Nederlands-Franse taalgrens!) kregen de Germanen vrij spel in deze streken. Zij hadden geen boodschap aan het Latijn en de bevolking moest opnieuw haar taal opgeven. Iedereen over op het Germaans, maar nog steeds met het vertrouwde Keltische accent! En door hun overtal ten opzichte van de Germanen groeide dit plaatselijke accent uit tot de norm.

Dit verklaart enkele Nederlandse eigenaardigheden die je in andere Germaanse talen niet hoort. Bijvoorbeeld de lange uu, in Duitse en Engelse dialecten een au; muur versus Mauer en uur versus hour. En hier: Kuuks, thuus, muus, bluumke, kuukske, vuul enz..

Cultuur-historisch is het Land van Cuijk verbonden met Gelre, een voormalig Hertogdom in het Nederlands-Duits grensgebied waar de grote rivieren de Rijn, Maas, Waal en Ijssel bij elkaar komen. Taalkundig is het Kuuks ook eerder een variant van het Kleverlands dan een vorm van het Brabants, vandaar de verstaanbaarheid onder ouderen net over de grens. Hiermee is het ook nauw verwant aan het Noord-Limburgs en het Zuid-Gelders.

verspreiding Kleverlands, bron Wikipedia.

verspreiding Kleverlands, bron Wikipedia.

Het verschilt van streek tot streek, maar dialecten verdwijnen. En de politieke grens tussen Nederland en Duitsland veranderde na de tweede Wereldoorlog in een sociale grens. Waren er tot 1940 nog veel grensoverschrijdende activiteiten zoals werk, huwelijk, kermis- en familiebezoek, na het einde van de oorlog keerden de Nederlanders de Duitsers de rug toe. De dialecten aan beide zijden van de grens groeiden uit elkaar en richtten zich steeds meer op de standaardtaal.

Als je nu in Kleef komt merk je dat vooral de jongeren communiceren in het Engels (?) en de rest ‘bei vorbild’ moeite heeft met het hoog Duits. Jammer, want er was een gemeenschappelijke taal, het Kleverlands dialect. Zelfs nu na het verdwijnen van de grenzen blijven we, op korte afstand, toch een beetje vreemden voor elkaar.

Tijd voor een herwaardering van het dialect. Alle negatieve associaties ten spijt, zoals ‘dom’ en ‘ongeletterd’, blijkt uit onderzoek onder basisschoolkinderen dat kinderen die dialect spreken, en dus tweetalig opgroeien, een veel beter taalgevoel ontwikkelen. Bovendien kan het opnieuw van waarde zijn bij grensoverschrijdende activiteiten en het wegnemen van grensgerelateerde barrières.

Met dank aan Charlotte Giesbers: ‘Dialecten op de grens van twee talen’, haar proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Radboud Universiteit Nijmegen.