Op zoek naar de verloren tijd

Hadrianus Junius, de schrijver van ‘Batavia’ stoorde zich aan gaten in het collectieve geheugen van de Hollanders. Hij schreef dat toe aan een algemene vergeetachtigheid van de bewoners van de Lage Landen als het om hun eigen verleden ging:

‘waarom zijn wij dan eigenlijk zo onverschillig, zo anders dan andere volken, dat we onze geschiedenis als het ware in diepe stilte op het kerkhof laten liggen, en toestaan dat ze vergeten wordt en verdwijnt? Ons verleden wordt verwaarloosd en overdekt door de schade die de tijd veroorzaakt heeft of door boosaardigheid of luiheid van de schrijvers. Wij geven ons verleden geen kans op onsterfelijkheid.’

Gelukkig is er de Cuijkse Canon, als aanjager van de culturele hygiëne: om het erfgoed te conserveren, te interpreteren, levend te maken en door te geven. Maar zonder welke ontwikkeling dan ook te dwarsbomen. Want alles gaat door, wij zijn geen herhalingen van vroeger, maar erfgenamen.