Oudheid

Ceuclum – Romeinse legerplaats en landbouwgebied aan de Maas

periode 0-500

Het is rond het jaar 0. Het Romeinse rijk breidt zich steeds verder in noordelijke richting uit, totdat het schijnbaar onverslaanbare leger een halt werd toegeroepen bij de rivier de Rijn. Deze rivier markeert op dat moment de noordgrens van het grote Romeinse Rijk. Daarboven leven de barbaren, onder die rivier wordt het land gerekend tot het ‘beschaafde’ Romeinse gebied.

De weinige bewoners die de Cuijkse regio op dat moment bevolkten zouden veel gaan merken van de invloed die de Romeinen hadden op de noordelijke grensstreek. In de Romeinse periode krijgt Cuijk voor het eerst, letterlijk, een plek op de kaart. Romeinen kozen de plaatsen waar hun legerplaatsen verrezen erg zorgvuldig. Een plek moest bijvoorbeeld strategisch liggen, goed zicht hebben op de omgeving of een belangrijke verdedigingspositie hebben. Een klein plateau aan de rand van de Maas, dichtbij een doorwaadbare plek in deze rivier voldoet aan veel van de Romeinse eisen voor het vestigen van een legerplaats. Men bouwt hier een eerste fort met de naam Ceuclum. Deze Romeinse naam zou afgeleid zijn van het Keltische woord Keukja, wat ‘bocht in de rivier’ betekent. Deze vroege nederzetting werd verwoest tijdens de Bataafse opstand in 69 na Christus, toen Bataven door de Romeinse verdediging stootten en het achterliggende land verwoestten.

De noordelijke Rijngrens moest daarna zwaarder bewaakt worden tegen indringers van buitenaf. ‘Barbaarse’ volkeren als de Bataven en Friezen zouden hier weer het Romeinse rijk aan kunnen vallen en dan door kunnen stoten naar het hart van het Rijk: Rome. Om het niet zover te laten komen, bedenken de Romeinen een verdedigingssysteem met meerdere linies. Deze grens inclusief verdedigingslinies wordt in het Latijn de limes genoemd. De Rijn was een eerste verdedigingslinie, daarachter kwamen forten en versterkte wegen om manschappen aan te voeren. Daarachter kwam nog eens een linie met forten, wegen en bruggen en een stelsel van velden en akkers om alle manschappen van voedsel en voorraden te voorzien. Ceuclum bevond zich in deze tweede linie van verdediging.

Bataafse ruiter, masker is om emoties te verbergen

Bataafse ruiter, masker is om emoties te verbergen

Na de verwoesting in 69 na Christus werd een nieuw fort gebouwd op dezelfde plek. Het nieuwe fort (castellum = militair kampement) werd groter en steviger en er kwam een aparte burgerlijke nederzetting (vicus) naast. Dit zorgde voor meer bedrijvigheid in de omgeving van het fort; landbouw, visserij en ambachtelijke bedrijfjes waren nodig om het Romeinse castellum te kunnen onderhouden. De inheemse boerennederzettingen waren gericht op zelfvoorziening. Ze konden niet genoeg surplus leveren om te voldoen aan de grote vraag naar levensmiddelen vanuit het fort. De Romeinse overheid stimuleerde de bouw van villae rusticae, grootschalige boerenbedrijven met overproduktie voor de forten en de nederzettingen. Waarschijnlijk stond er in de buurt van Haps een villa rustica. Zo werd de hele omgeving van het fort in dienst van het fort gesteld. Zie ook het venster ‘castellum Ceuclum’.

Ook waren er, voor die tijd, drukke wegen in de buurt en een grote brug. Deze brug werd in de 4e eeuw na Christus gebouwd om de grote heerbaan vanuit Maastricht door te laten lopen richting Nijmegen. Meer over deze brug kunt u lezen onder het kopje ‘De Romeinse brug’.

Oog in oog met de geschiedenis: museum het Valkhof Nijmegenarcheologisch park XantenArcheon Romeinse villa

Deze post is ook beschikbaar in: Engels