de Sjeem

Gebouwen die nog maar namen lijken

Op de plek waar nu woningen staan, hoek Jan van Cuijkstraat-Veldweg, stond in de tijd van de ‘Wet Handelingsonbekwaamheid’ (en nog een tijdje daarna) een opleidingsinstituut dat meisjes voorbereidde op hun klassieke rol als huisvrouw. Op die school leerden meisjes handwerken, voedingsleer, het bijhouden van een huishoudboekje en koken.

Waarschijnlijk waren de dames zich er niet van bewust dat er niet ver van die plek een paar decennia eerder met heel andere ingrediënten ‘gekookt’ werd, in de chemische fabriek, of dat het er minstens even energiek aan toeging in de electriciteitscentrale, een nog vroegere ‘bewoner’ van die locatie.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – de Sjeem

Gebouwen die nog maar namen lijken

Verborgen verhalen uit het Land van Cuijk

Ook in het Land van Cuijk zitten veel verhalen verborgen over het menselijk handelen. De mens heeft overal wel zijn sporen nagelaten in het landschap, vaak heel zichtbaar (bouwwerken, verkaveling), soms zijn er echter verhalen verstopt achter de menselijke hand in het landschap.

Er zijn plekken die hun aantrekkelijkheid ontlenen aan een spannend verhaal (bv opname locaties Harry Potter), maar we kunnen ook verhalen verbinden aan bijzondere plekken om daarmee de aantrekkingskracht te vergroten. Goed voor het toerisme maar het (historische) verhaal houdt je ook een zelfbeeld voor, je kunt er jezelf, en je voorouders in herkennen. De kracht van een locatie/gebouw, een nieuwe serie in de CuijkseCanon voor deze zomer, start eind mei; Gebouwen die nog maar namen lijken.

Het pand van deze N.C.B. aan de Molenstraat, in 1960 in vol bedrijf. Na het vertrek van de N.C.B. raakte het gebouw in verval. De naam “rattenhuis” zegt (oud) Cuijkenaren nog wel wat. Tegenwoordig staat er een supermarkt op het terrein.

‘Il vient de loin’ (Constant Gabriël)

Paul_Gabriël_il vient de loin

‘Il vient de loin’ (Constant Gabriël) Kröller-Müller Otterloo

 

 

 

Zomeravond op de velden

en de verre treinen kan men horen

“Elegie’, Maurice Gilliams 1921

Met name de Tweede Wereldoorlog heeft van de ‘Bosatlasgrens’ een sociale grens gemaakt, maar mondjesmaat worden er weer pogingen ondernomen de contacten tussen de Nederlandse en Duitse grensregio’s te herstellen. Tot en met het begin van de twintigste eeuw was er nauwelijks sprake van een grens, over en weer werd er gewerkt, gefeest, gehuwd en gereisd. Dat laatste ook per spoor, van het land van Cuijk uit zo de Niederrhein in, en verder. Dwars door het land van Cuijk liep een spoorlijn, onderdeel van de internationale verbinding Londen – Berlijn – Sint Petersburg. Moderne Tijd – ‘dat Duitse lijntje’, een verlopen dienstregeling.

Hij komt van ver, uit het niets, en rijdt op volle snelheid het Land van Cuijk binnen, de stoomtrein.

IMG_4194kopie

‘dat Duitse lijntje’

‘De trein is altijd een beetje reizen’ was ooit een slogan van de nationale maatschappij der Belgische spoorwegen. Reizigers op het Cuijkse perron zullen dat al snel veranderen in ‘de trein is altijd een beetje lijden’, of iets dergelijks. Op tijd rijdende treinen met voldoende zitplaatsen zijn een universele obsessie.

Overvolle treinen, vertragingen, saaie perrons, het doet je verlangen naar de melancholische romantiek van de treinen en stations van de negentiende eeuw. Stoomlocomotieven, indrukwekkend en overweldigend, luxe rijtuigen met pluche bekleding, conducteurs, stationshallen die deden denken aan een paleis, vendeurs en witkielen op het perron. “Le vrai bonheur, ce n’est que dans les gares”, aldus  de Franse schrijver Anatole France.

Het tempo lag lager, maar ‘de trein der traagheid’ was ook een beetje ontwikkeling, een beetje avontuur en vooral, een beetje genieten, van landschappen en mensen. Volgende week een venster over het internationale spoor dat het Land van Cuijk doorkruiste in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, treinverhalen tussen Nederland en Duitsland.

L’arriveé d’un train en gare de La Ciotat, de gebroeders Lumiére 1896.  De trein maakte zoveel indruk dat het onderwerp werd van een van de eerste films.

Spoorslags

Geloof het of niet, ongeveer een eeuw geleden reed er door het Land van Cuijk een hogesnelheidstrein, de Blauwe Brabander. Langzamer dan de TGV en de Fyra, maar wel een die op tijd reed en onderweg geen onderdelen verloor. Binnenkort zet ik u op het juiste spoor.

NBDSLIJN

Maasheggenvlechten

Op 31 maart om 12:00 uur plaatst Ineke Strouken (bij haar afscheid als directeur immaterieel erfgoed) het Maasheggenvlechten op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland tijdens een symposium Vlechtheggen en Heggenvlechten in Schijndel. Maasheggenvlechten is van oudsher een manier om heggen veedicht te maken. Kenmerkend voor de maasheggenstijl is het gebruik van alleen levend materiaal, bij voorkeur meidoorn, dat in de heg aanwezig is. Hierdoor wordt de heg met de jaren steeds sterker en dichter. Maasheggenvlechters gebruiken alleen handgereedschap en werken alleen in de winterperiode. Er wordt vooral in ‘hoog Nederland’ in deze stijl gevlochten.

Kan het mooier? Eerst het venster over het Maasheggenlandschap en dan dit erachteraan!

vlechtwerkpub1

Het geheugen van het land III

Tuiavii, een bewoner van Samoa, die begin vorige eeuw een rondreis maakte door Europa vertelt bij thuiskomst aan zijn stamgenoten hoe wij wonen: “De stenen kisten (flats) met al die mensen, de hoge steenspleten (wegen), die er doorheen kronkelen als lange rivieren, het geraas en getier, de zwarte rook dat er boven zweeft, zonder een enkele boom, zonder een plekje blauwe lucht, zonder wolken – dat alles tezamen noemen de Papalagi (blanken) ‘stad’. De stad is zijn schepping, waarop hij buitengewoon trots is. Er wonen daar mensen, die nooit een boom, nooit een bos gezien hebben, nooit de blote hemel, mensen die leven als de kruipende dieren in de lagunen, die onder de koraalriffen huizen, hoewel die beesten tenminste nog door het frisse zeewater worden omspoeld en de zon met haar warme mond nog tot hen door dringt.” Uit De Papalagi, Erich Scheurmann.

VLINDERMH

Tijd voor ons om erop uit te trekken, de natuur in. Dat kan zelfs heel dichtbij, op fietsafstand kan je genieten van een prachtig natuurgebied dat ook nog eens leest als een geschiedenisboek. Extra’s – Over-leven aan de Maas – de Maasheggen.

Het geheugen van het land I

Gajus Julius Caesar in Commentarii Rerum in Gallia Gestarum (Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië), beter bekend als de Bello Gallico (Commentaren over de Gallische Oorlog), boek II-17: “…hadden zij jonge boomen gekapt en neergebogen, zóó dat die aan de zijden nog talrijke takken lieten ontspruiten, en daartusschen plantten zij braam- en doornstruiken. Op die wijze vormden deze heiningen bolwerken, alsof ’t wallen waren, door welke men niet alleen niet binnendringen, maar zelfs met den blik niet doordringen kon.” Uit het Latijn 
door 
Dr. J. J. Doesburg.

Voor de geboorte van Christus geschreven, misschien wel de oudste schriftelijke vermelding van het Land van Cuijk. Volgende week meer…