Prehistorische opgravingen in de gemeente Cuijk

De reconstructie van de prehistorie is geen eenvoudige zaak. Archeologen kunnen niet in een tijdmachine stappen of een videofilm bekijken om erachter te komen wat de mens at en zoal de hele dag deed. Uit de prehistorie kennen we bovendien geen teksten. Het enige wat archeologen tot hun beschikking hebben, zijn de gebruiksvoorwerpen die men in het verleden heeft achtergelaten of andersoortige sporen die door hun activiteiten zijn veroorzaakt. Door deze voorwerpen en sporen zorgvuldig te bestuderen en in een onderliggende relatie te plaatsen, probeert de archeoloog te reconstrueren hoe de mens vroeger leefde.

De archeoloog beschouwt de mens nogal eens, en dan vaak onbewust, als een ‘Homo economicus’. Dat het accent bij de reconstructie gelegd wordt op de economie is ook wel te begrijpen. De meeste vondsten hebben daar betrekking op: pijlspitsen, bijlen, aardewerk, maalstenen, botten en huisplattegronden. Het is bijzonder moeilijk om uitspraken te doen over de aard van de sociale organisatie, rituele handelingen en religie. Voorwerpen die met dergelijke activiteiten te maken hebben, zijn schaars en daarbij is het best wel moeilijk de oorspronkelijke betekenis vast te stellen.

De geschiedenis van de mens begint eigenlijk pas op het moment dat hij de natuur begint te manipuleren, rond 2 miljoen jaar geleden. Maar concrete gegevens zijn schaars, want de meeste voorwerpen die werden gemaakt zijn vergaan. De oudste menselijke sporen in ons land zijn 250.000 jaar oud, van de Homo erectus.

Ook in de gemeente Cuijk zijn resten gevonden van zeer vroege bewoning, uit de late oude Steentijd (laat paleolithicum, 35.000 – 10.000 jaar geleden). Er zijn restanten van haardplaatsen en vuurstenen werktuigen gevonden bij de zandwinning in de Kraaienbergse plassen, aanwijzingen voor een jachtkamp uit de oude Steentijd. Jagers trokken door deze streken op zoek naar kuddes. Ook uit de midden Steentijd (het mesolithicum) zijn er resten gevonden. Vuurstenen werktuigen en pijlspitsen, bij de Sint Martinuskerk, Valkenhorst, Kievitenveld en de zandwinningen langs de Maas. Stammen trekken van kamp naar kamp, gelegen op hooggelegen zandkoppen en rivierduinen.

In de nieuwe Steentijd (neolithicum) zien we een geleidelijke overgang van louter consument naar producent. De landbouw werd geïntroduceerd met daaraan gekoppeld een plaatsvastere bewoning. In de nabijheid van de woning lagen akkers en weiden voor het vee. Door het wegjagen van dieren, het wieden van onkruid en het zaaien van gewassen kon men eigen voedsel produceren. Hetzelfde gebeurde met de dieren, door rustige ‘kuddedieren’ te selecteren die het meeste vlees leverden of de grootste melkopbrengst hadden werd de jager/verzamelaar nog minder afhankelijk van de jacht. In Cuijk zijn geslepen stenen werktuigen als dissels en bijlen gevonden, nodig voor het bewerken van bouwhout. Ook is er, bij de Valkenhorst en in Beers, vaatwerk van klei gevonden uit de middenfase van het neolithicum. Deze wordt toegeschreven aan de Michelsbergcultuur. Verder nog klingen van het kwalitatief goede Zuid-Limburgse Rijckholt-vuursteen. Klingen vormen de basis voor vuurstenen dolken, bijlen, schraapwerktuig, pijlspitsen e.d..

kling cuijk

Kling vuursteen. Midden-Neolithicum 3100-3000 BC. Cuijk-Linden. RMO Leiden

De ‘technologische’ vernieuwingen landbouw en trekdieren (de os voor het trekken van de ploeg en de kar) bereikten hun hoogtepunt met de introduktie van metaal, eerst brons, later het veel hardere ijzer. Brons werd geïmporteerd en daarna gerecycled. Het grote voordeel van ijzer is dat de grondstof in ons land voorkomt. “Internationale’ netwerken van handelscontacten ontstonden en bezit werd belangrijk. Dit laatste leidde tot sterke sociale verschillen, zoals blijkt uit de wijze van begraven.

De dichtheid van vindplaatsen uit de late prehistorie, met name uit de ijzertijd, is in Cuijk zeer hoog. Er zijn oa aardewerk, spinklossen, weefgewichten, bronzen sikkels en barnstenen kralen gevonden. Verder grafveldjes en tal van nederzettingssporen, maar ook, nieuw in de ijzertijd, glas – een La Tène armband (een van de eerste in Nederland gevonden).

Een glazen armband

La Tène armband, Cuijk Vossehol

Uit iedere periode na het verschijnen van de ‘Homo Erectus’ zijn er vondsten gedaan in de gemeente Cuijk. Deze passen heel goed bij het beeld dat we hebben van de ontwikkeling van de prehistorische mens; die van een geleidelijke overgang van egalitaire jagers en verzamelaarsgemeenschap naar een staat met een eenvoudige markteconomie. Een staat geleid door een elite en met een rijk sociaal- en cultureel leven.

De komst van de Romeinen maakte een einde aan dit uitermate interessante proces en tevens aan de prehistorie. Van nu af aan zou er over onze gebieden en zijn bewoners geschreven worden. In de ogen van anderen werden wij, geheel ten onrechte, barbaren!

Met dank aan Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Oog in oog met de geschiedenis: museum Ceuclum , Rijksmuseum van Oudheden

Wilt u meedenken over dit onderwerp? Neem dan contact met ons op.