Romeinse glazen kan

schenkkan, glas, 69-100 na Chr.

schenkkan, glas, 69-100 na Chr.

Deze glazen kan, die nog bijna helemaal gaaf is, is gevonden in een Romeins graf in Cuijk, waar in de Romeinse tijd een nederzetting lag. De kan is met behulp van verschillende technieken gemaakt.

Naast vaatwerk van aardewerk en van brons werd in de Romeinse tijd ook glazen vaatwerk gebruikt. De uitvinding van de glasblaaskunst, ca. 50 v.Chr., ergens langs de kust van Syrië of Palestina, maakte glas tot een veelgevraagd gebruiksartikel. Bij opgravingen van nederzettingen overal in het Romeinse rijk zijn glasscherven teruggevonden. Eén van de meest verspreide producten was ongetwijfeld de vierkante glazen fles, gebruikt voor transport en opslag van vloeibare voedingsmiddelen zoals olijfolie.

De afgebeelde glazen kan is een bijzonder stuk dat tot het tafelservies der meer welgestelden behoorde. Het exemplaar is te voorschijn gekomen in Cuijk. In het jaar 1913 werd daar een aantal tuintjes van huizen, langs de markt en de hoofdstraat gelegen, omgespit op zoek naar Romeinse oudheden. Hierbij werd veel compleet aarden vaatwerk en een enkel stuk van glas gevonden.

Krantenberichten brachten dr. J.H. Holwerda van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden ertoe ter plekke een kijkje te gaan nemen. Hij constateerde dat het opgegraven materiaal afkomstig was uit graven, die ooit gelegen hadden langs een van de uitvalswegen van de nederzetting die in de Romeinse tijd te Cuijk had bestaan. De meeste graven dateerden uit de Flavische periode, de tijd waarin de keizers van de Flavische dynastie regeerden (circa 70-100 n.Chr.). De kan, die op een klein stukje aan de rand na, helemaal gaaf is, werd in een van deze graven gevonden.

De kan is volgens een speciaal procédé gemaakt. Zij is voorgeblazen in een geribde, cilindrische vorm, vervolgens is zij verder geblazen. De hals is een kwart slag ten opzichte van het lichaam gedraaid, waardoor de lichte draaiing van de ribben op de hals is ontstaan. Het oor is apart aangezet. Het is voorzien van een middenrib. Het uiteinde is lang uitgetrokken en met een scherp voorwerp getand. De kleur van het glas is groenblauwachtig. Dit is meestal de natuurlijke kleur van glas.

Bron: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.