Tante Treintje

Een leven tussen de spoorbomen.

Cuijk Dina Muller overwegwachtster N.S

De trein van vijf uur komt en Dina Muller snelt naar de handels om de spoorbomen te laten zakken. Dan bellen naar het station, terug naar de klok om die op te draaien. Nog een keer kijken, zwaaien naar de machinist van de passerende trein, opletten tot de klok is uitgerinkeld, bomen weer opendraaien en verder met eten koken.

In die tijd had nog niemand van het woord multitasken gehoord, maar Dina kon het als geen ander. En dat dag in, dag uit, jaar in, jaar uit. Omdat het Cuijkse spoorboekje geen geheimen voor haar kende kon ze met gemak tussendoor in de tuin werken, de was doen, boodschappen halen, poetsen etc..

Van kinds af aan hebben spoor en trein haar leven beheerst. Vader werkte bij het spoor en moeder bediende de overwegbomen bij Vortum (Sambeek). Spelenderwijs leerde ze alles van treinen, net als haar veertien broertjes en zusjes. Van af het moment dat haar moeder zo doof werd dat ze de bel niet meer horen kon namen de kinderen Muller het zware werk aan de spoorbomen over. Dina was zeventien toen ze in dienst kwam bij de spoorwegen, als hulpwachteres op post 38, voor 35 cent per dag. Op haar twintigste kreeg ze een vaste aanstelling als overwegwachteres.

De laatste Stoomlocomotief van de NS te Cuijk in 1957. Op de foto staat nog Dina Muller, die de bediening had van de spoorbomen. Huberdina Jacoba Muller. Geboren: 17 september 1898 / Overleden: 9 januari 1970. 36 jaar bediende Dina Muller de spoorbomen van de overgang Molenstraat/Beerseweg. In die tijd zijn daar nooit ongelukken gebeurd, mede omdat zij streng toezicht uitoefende. Zij woonde in de wachtpost 23 bij de overweg( inmiddels gesloopt). Naast een verzetsmedaille vd spoorwegen, {onderdak bieden aan een onderduiker} kreeg ze ook een eremedaille van de Orde van Oranje Nassau. Op 18 juni 1960 kwam er einde aan haar werkzaamheden, aan het spoor.

Na vijf jaar wachtgeld werd zij in 1924 te Cuijk benoemd. Zij betrok de woning (Wachtpost 23) aan de spoorwegovergang Molenstraat/Beerseweg, maar was vooral te vinden in het houten keetje naast de woning. Die diende als kantoor, meldingspost, rookhok en noem maar op.

Wacht nog efkes Dina, laat mij er nog even door.

Nagenoeg veertig jaar heeft Dina, zonder een fout te maken, ervoor gezorgd dat de overweg tijdig afgesloten werd. Dina is op dat punt altijd onverbiddelijk geweest; de spoorbomen waren op tijd dicht, al stond de directeur van de NS zelf voor de spoorbomen te wachten. Een keer heeft ze zelfs een boze blik van de Commisaris van de Koningin gehad, toen zij de bomen net voor zijn wagen dichtdraaide. Dat was niet naar zijn zin, maar plicht is plicht.

Veel zorg besteedde ze aan het passeren van de overweg door kinderen. Zij leerde hen voorzichtig te zijn en ja, in haar schortzak was altijd wel snoep om te trakteren. Juichende kinderen voor gesloten bomen, dat is nu wel eens anders. Voor hen was Dina ‘Tante Treintje’.

Cuijk Dina Muller bij slag bomen N.S

Met de fabrieksarbeiders had ze meer te stellen, die probeerden er altijd tussendoor te vliegen. Maar geen gevaarlijke stuntjes op Dina’s overweg: “Ik stuur ze gewoon terug en dan hebben ze maar te gaan”. Ruim drieendertig jaar heeft ze zo voor de veiligheid van de inwoners van Cuijk gewaakt. Een prestatie op zich.

Ze breken Tante Treintje af.

Maandag 20 juni 1960 te 5.30 uur voormiddag worden bij de overweg km 31.023 van het baanvak Nijmegen-Venlo in de gemeente Cuijk automatische-halve-overwegbomen met twee extra rode knipperlichten met schel in dienst gesteld.

Een zakelijke mededeling van het seinwezen met grote gevolgen voor Dina Muller. Dit betekende het einde van haar taak als overwegwachteres. Ondanks alles was Dina eigenlijk wel blij, het werk viel haar intussen zwaar en ze besefte maar al te goed dat niemand anders dit werk zou kunnen overnemen. Ze had vrede met de overdracht van haar werk aan een ‘automatische installatie’. Voor de Cuijkse kinderen echter waren spoorwegovergang en tante Dina één. Zij zagen de elektrificatie van de beveiliging dan ook als het afbreken van Tante Treintje.

Tante Treintje neemt afscheid.

Met het afscheid van de overwegwachteressen is, na het verdwijnen van de stoomlocomotieven, misschien wel het laatste stukje romantiek uit het spoorwegleven verdwenen.

18 juni 1960 12.10 uur bediende Dina Muller voor de laatste maal de overwegbomen. Spoorwegbeamten, buurtbewoners, familie en vooral veel kinderen waren aanwezig om haar te bedanken en toe te zingen. Erkentelijkheid van de zijde van de NS werd uitgesproken door lijnchef van der Meer, die nog eens vaststelde wat het waard is een vertrouwd iemand bij een wachtpost te hebben.

Cuijk Dina Muller einde slagbomen N.S

Als dank had ze tijdens Koninginnedag al een Koninklijke ondescheiding gekregen, de eremedaille in brons, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. Ook de NS had intussen al een duit in het zakje gedaan, haar huisje was geverfd, behangen en verder dusdanig opgeknapt dat ze weer jaren vooruit kon in haar Wachtpost 23. Bovendien mocht ze er tot aan haar ‘dood’ blijven wonen. “Gelukkig, want ik woon hier op het mooiste punt van Cuijk”.

En het houten keetje, die kreeg een plek als serre in haar tuin. Daar kon Dina geen afscheid van nemen, het spoorbloed kruipt immers waar het niet gaan kan.

Cuijk Dina Muller overwegwachtster