Vrouwelijke gangmakers, R.K.

Het R.K. vrouwelijk verenigingsleven

Het rijke vrouwelijk verenigingsleven van de twintigste eeuw lijkt te zijn uitgebloeid. Vandaag de dag wordt er zelfs met enig dedain gesproken over o.a. de Rooms-Katholieke Vrouwenbond, de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen en de Nederlandse Bond van Boerinnen.

Het waren geen vriendinnen van uitgesproken feministen, maar ook zij waren van mening dat de moderne vrouw deel moet nemen aan het maatschappelijk leven. Daar stemden ze hun activiteiten op af. Binnen het verenigingskader leerden meisjes en vrouwen zich te organiseren, te discussïeren en zich publiekelijk te manifesteren.

Tijdens de oorlog werden de Rooms Katholiek Vrouwenbonden (die al sinds 1913 bestonden) door de Duitse bezetter opgeheven, na de oorlog keerden ze snel weer terug. Het organiseren van vrouwen gebeurde naar stand; het KGV (katholiek Vrouwen Gilde) was opgericht voor de hogere stand en de middenstand, het voor de oorlog al bestaande KAV (Katholieke Arbeiders Vrouwen) werd onderdeel van de Katholieke Arbeiders Beweging. Verder kwam er een Boerinnenbond en een Katholiek Vrouwendispuut, de laatste bestemd voor intellectuele vrouwen die een rol speelden in het openbare leven of de politiek. Deze ‘scheiding van geesten’ leefde vooral in het zuiden in de jaren vijftig.

Personeel van de typemachine fabriek Royal-Adler. Excursie R.K. vrouwengilde.

Het programma dat werd aangeboden was min of meer een voortzetting van het voor-oorlogse programma: ontwikkeling in religieuze onderwerpen ten dienste van de opvoeding, wenken voor modern huishouden, algemene ontwikkeling, excursies (bijvoorbeeld naar Nutricia) en ontspanning. Lange tijd opereerden ze vooral binnen de kaders opgesteld door clericale mannen: ‘alles in overeenstemming met de vrouwelijke roeping tot moederschap’, maar van lieverlee (van af de jaren ’60) gingen deze organisaties steeds meer hun eigen koers varen.

K.V.O. Cuijk naar Vlisco Helmond 5 – 2 – 1963

De gewone leden waren doorgaans niet de gangmakers van de organisatie, zij waren de vrouwen die het liefst bij elkaar kwamen zonder verplichtingen, om onderling gezellig samen te zijn. In de decennia na de oorlog tekende zich dan ook steeds meer een contrast af tussen het kader en de gewone leden. Voor de laatsten kon het ontspanningsgehalte eigenlijk niet groot genoeg zijn. Het doorgaans veel activistischer kader besefte dat ze, om de subsidies niet te verspelen, moest waken dat er voldoende scholing en vorming in het programma zat.

Cuijkse vrouwenbond te gast bij AaBe dekens te Tilburg.

Een subcultuur binnen het katholieke leven die ervoor heeft gezorgd dat tienduizenden vrouwen zich konden ontwikkelen binnen het maatschappelijk leven, en duidelijk maakte dat het belangrijk is om uit te gaan van wat vrouwen zelf willen.  Met een niet te onderschatten impact op de emancipatie van de vrouw.

Ondertussen in Cuijk e.o.

In 1928 begon de KVO haar werkzaamheden als (landelijke) Boerinnenbond van de NCB, nadat op 31 december 1927 de reglementen waren goedgekeurd door de bisschoppen van Breda en ‘s-Hertogenbosch. Overal ontstonden daarna de plaatselijke afdelingen.

Boerinnenbond. foto genomen op de ” kleine ” speelplaats van de Alouisius school. Dhr Claassen schoolhoofd. Burgemeester M. vd Mortel. Dokter vd Broek. Pastoor Sengers. Jaren 1930

Cuijk: op 17 dec 1939 werd in het stationskoffiehuis hotel ’t Loo in Cuijk de Boerinnenbond Sint-Lucia voor Cuijk, Vianen en Sint-Agatha opgericht als vak- en standsorganisatie van de NCB. Aanwezig waren een aantal boerinnen, de pastoors van Cuijk en Vianen, de prior van de Kruisheren van St. Agatha, het bestuur van de plaatselijke boerenbond, de directeur van de Boerenleenbank, alsmede de voorzitter en secretaris van de RK Jonge Boerenstand.
Leden moesten toen nog minstens 21 jaar zijn, indien jonger was bezit van het huishouddiploma vereist. Er gaven zich meteen al 84 leden op. De volgende vergadering werd mevr. J. Thijsen tot eerste voorzitter gekozen. Na de ledenvergadering van 26 mei 1941, is de volgende ledenvergadering pas weer op 20 jun 1945. Het aantal leden is dan gestegen tot ruim 170 personen!
Men organiseerde cursussen, lezingen, retraites (kringbedevaarten naar Katwijk) en uitstapjes. De meisjes en vrouwen werden aangemoedigd zich te bekwamen voor goede huisvrouw in de ruimste zin. In alles werd de afdeling gesteund door de boerenbond.

Viering van het 25 jarig jubileum van het Katholiek Vrouwengilde Cuijk (KVG).

In 1967 veranderde de (landelijke) Boerinnenbond van naam. Zij ging voortaan verder als Katholieke Vrouwenorganisatie (KVO) van de NCB. In deze naamswijziging kwam zeker de grotere openheid voor niet-agrarische vrouwen tot uitdrukking.
In 1989 werd het 50-jarig bestaan van de afdeling Cuijk gevierd. Als de afdeling KVO Cuijk zichzelf opheft op 18 dec 1995 zijn er nog 45 leden, waarvan de leeftijd over het algemeen tussen de 60-65 jaar ligt. Dat is dan ook de reden van opheffing. Er werden weinig jonge vrouwen meer lid en de leden kunnen de contributieverhoging niet meer betalen. [Bron: www.kvo.nu]

KVO Katwijk

Het 25 jarig bestaan van de R.K. boerinnenbond van Linden. Op de foto het bestuur met 7 leden, die vanaf de oprichting onafgebroken deel van de vereniging hebben uitgemaakt.

St Agatha: Kort na dat St Agatha een echte parochie was geworden (voor dopen, trouwen en andere kerkelijke zaken hoefde je niet meer naar Cuijk) besloten de agrarische vrouwen uit het Cuijkse kerkdorp een eigen bond op te richten. Andere dorpen hadden al een Bond en in St Agatha was er voor hen niets te doen. En het was een heel gedoe om voor alles steeds naar Cuijk te fietsen. In de gastenkamer van het Kruisherenklooster werd op 16 februari 1948 de Boerinnenbond St Agatha opgericht, onder het toeziend oog van geestelijk adviseur Selten. Dat klooster zou daarna ook lange jaren de vaste stek blijven.

Om lid te worden moest je minimaal 21 jaar oud zijn, tot de boerenstand behoren én een goed katholiek leven leiden (?). De activiteiten in de begintijd beperkten zich tot cursussen voor moeders, in ‘dekken & dienen’ en breien. Van lieverlee werd dat uitgebreid met excursies, lezingen, kraamvisites, een jaarlijkse bedevaart naar Banneux (later Katwijk) en dagjes uit. Die laatsten liepen altijd via Den Bosch, de dag werd hoe dan ook begonnen met een heilige mis in de St Jan om half zeven! Alle hoeken van het land zijn destijds bezocht, ook gingen ze wel eens de grens over. De animo hiervoor was in het begin heel groot. En alles werd nauwkeurig bijgehouden in logboeken, in schoonschrift!

Gelijk opgaand met de landelijke trend verschoof de aandacht van ontplooiing als moeder en echtgenote tot ontwikkeling van de vrouw als individu. Van het ‘instandhouden van een goed huwelijk’ naar studiebijeenkomsten over bijvoorbeeld ‘loon naar werken’. Een ding bleef echter, de gezelligheid, de dames kletsten jaren lang onverdroten voort.

De vrouwenbond.
De foto’s zijn in augustus 1995 geschonken door de heer N. v.d. Ven.