Wonen en werken aan de Heilige Lijn

De spoorlijn van Nijmegen naar Venlo, de Maaslijn, werd ooit door spoormensen de ‘Heilige Lijn’ genoemd. Het spoor doorkruiste een gebied met veel kapellen, kloosters, kerken en bedevaartsoorden. Een gelovige streek met oude feesten en tradities. Maar niet alles was heilig, veel gebouwen die hun functie verloren werden rücksichtslos afgebroken. Veel oog voor cultureel erfgoed was er eind twintigste eeuw niet. De tijdspanne dat men het ook een goed plan vond om historische binnensteden plat te bulldozeren om er Hoog Catharijnes neer te zetten.

De wachtpost van de overweg in de Molenstraat in 1972. Inmiddels gesloopt…….

Ook stations en wachtposten moesten erhaan geloven. Deze waren bijna allemaal gebouwd in de zogeheten ‘Waterstaatstijl’, een bouwstijl in de neoclassicistische traditie. Een sobere, functionele bouwstijl, gebaseerd op een modulesysteem waarmee je eindeloos kon variëren. De gebouwen werden eenvoudigweg aan de omstandigheden aangepast. En verder geen fratsen, vandaar de soms ook wel volkse benaming ‘wat er staat’.

Het Nederlandse spoorwegnet, inclusief kunstwerken en veel gebouwen, is bijna volledig door een Nederlands ingenieurskorps aangelegd. Met name door ingenieurs van Rijkswaterstaat, vandaar de naam ‘Waterstaatstijl’.

NB: Typische ingenieursbouw en de kwalificatie ‘Waterstaatstijl’ heeft dan ook lange tijd een negatieve bijklank gehad. In architectuurhistorische publicaties werd steevast denigrerend gesproken over deze bouwstijl. Tegen de latere sloop van waterstaatgebouwen was van uit die hoek dan ook niet veel verzet.

bouwtekening-Maaslijn

De ingenieurs van Rijkswaterstaat konden, middels hun standaardontwerpen, snel en goedkoop bouwen. Waterstaat wees erop dat ‘bij de ontwerpen alle ornamentiek streng vermeden is en er alleen naar gestreefd is geworden door den vorm van het gebouw het vereischte karakter aan de zaak te ge­ven’.

 

Kenmerkend voor de bouwstijl zijn het risaliet, een gedeelte van de gevel dat over de hele hoogte naar voren uitspringt, het zadeldak, dat gekruist wordt door een iets lager dak in dezelfde vorm, de ruime oversteek van op houten consoles rustende daken en het gebruik van zowel rode als gele bakstenen.

station Cuijk 1883

Van de 7 stations aan de Maaslijn in deze Waterstaatstijl zijn er nog maar 3 over: Boxmeer (nu Rijksmonument), Cuijk en Meerlo-Tienray. Deze laatste heeft als enige nog een origineel bijgebouw. Station Cuijk zou in 1975 vervangen worden door laagbouw, daar heeft men, na hevige protesten van de Cuijkse bevolking, van af gezien.

Spoorhuisje Nr. 24 stond op de weg naar Haps

Van de 71 wachterswoningen resteren er nog maar 4! De meesten zijn, na invoering van geautomatiseerde systemen voor beveiliging, gesloopt (wachterswoningen stonden vnl. bij overwegen, bruggen en wissels). Veel te laat heeft men de cultuurhistorische waarde ervan gezien. De overgebleven wachtershuisjes zijn in privé bezit, dat is waarschijnlijk hun redding geweest.

Zie ook:

dat duitse lijntje, een verlopen dienstregeling

Spoorwegromantiek

Tante Treintje

Cuijk aan het spoor

 

 

Wat rest zijn een paar gebouwen, tekeningen, foto’s en een verborgen verhaal.