Sinterklaas en Zwarte Piet, Immaterieel Cultureel Erfgoed

Op voordracht van het zogenoemde Sint & Pietengilde is het Sinterklaasfeest sinds 2015 officieel onderdeel van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland.

Het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) is een door het ministerie van OCW ingestelde instantie die waakt over al het niet- stoffelijke (levend) erfgoed van Nederland. Dat zijn sociale gewoonten zoals rituelen, uitdrukkingen, tradities, vaardigheden, noem maar op. Aan een plaatsing op de lijst kunnen niet zozeer rechten worden ontleend, maar het is wel degelijk een officiële erkenning van de traditie, inclusief al haar facetten.

Ineke Strouken, destijds directeur VIE, benadrukt dat plaatsing op de Nationale Inventaris geen waardeoordeel inhoudt. “Het zijn de gemeenschappen zelf die invulling geven aan hun tradities en aangeven waarin voor hen het belang van de traditie schuilt.”

Sinterklaas, Zwarte Piet, de gedichten, surprises, liedjes en cadeautjes verkeren dus in het gezelschap van onder andere de bloemencorso’s van Lichtenvoorde en Zundert, de Nederlandse woonwagencultuur, het prijsdansen in Nieuw-Vossemeer en Koningsdag.

Sinterklaas en Zwarte Piet, voor de liefhebbers van onze zeer diverse traditie, juist kenmerkend voor het gastvrije Nederland.

Extra’s – Immaterieel Cultureel Erfgoed – de Sint op Cuijkse bodem

de Sint op Cuijkse bodem

Cuijk in de jaren zestig

“Dat waren nog eens tijden” zult u ongetwijfeld horen van mensen die de jaren ’60 en ’70 bewust meegemaakt hebben. De muziek was beter, de auto’s veel mooier, benzine kostte niets en sigaretten nog minder. En misschien niet zo vaak voorkomend als gewenst, de rokjes waren kort, wat volgens ingewijden te maken heeft met economische hoogtijdagen.

Er zijn genoeg clichébeelden van de jaren zestig – de sixties. Passend in het huidige tijdperk zijn die inmiddels volledig gepolariseerd; voor de een ’n decennium van verbeelding en vrijheid, voor de ander een periode van onverantwoorde afbraak. Een erfenis met meerdere kanten. We zijn allemaal erfgenamen van de sixties, maar wat staat er in het testament?

‘turn on, tune in, drop out’   Moderne Tijd – De sixties, een ambigu erfenis

Cuijk in de sixties

Beat Girls voor het Hilton, foto Nationaal Archief

Cuijk in de jaren vijftig

Er was eens een tijd waarin tijd niet zo’n rol speelde. Een tijd dat we naar de winkels liepen, fietsend op vakantie gingen en we zonder datumprikker ergens op de koffie konden gaan, de achterdeur stond om die reden altijd open. Kinderen speelden nog op straat en vermaakten zich met eenvoudige spelletjes zoals Louis Paul Boon beschreef in ‘De voorstad groeit’: “Toen wij klein waren deden we dat ook: we bukten ons en keken tusschen ons beenen, dan was de lucht precies de grond waar we moesten op loopen, en de aarde scheen de hemel vol boomen en huizen die allemaal omgekeerd hingen”.

Al wandelend door Cuijk hoorde je andere geluiden toen: zingende vrouwen die de was ophingen, de smederij, binnenvaartschepen op de Maas, de stoomlocomotief, loeiende koeien, gezellig babbelende huisvrouwen.

Een tijd ook met meer geuren: de melkfabriek, de slager, vers brood, gezaagd hout van de meubelfabriek, sigaren, de bloemen in de parkjes, een bonte ‘geurschakering’.

Cuijk had op die tijd meerdere bakkers, veel meer kroegen, slagers, smeden, buurtwinkels op bijna elke hoek, winkels met ‘galanterieën’ en huishoudelijke artikelen. Veel van wat je nodig had was dicht bij huis te vinden. Een overzichtelijke en kalme wereld. Het waren de jaren stillekes zoals de Vlamingen zeggen.

De jaren dat de winkeliers hun waren (brood, zuivel, groenten) aan huis brachten, iedereen Kuuks proate, de Bescherming Bevolking (BB) de schade beperkt zou houden bij een Derde Wereldoorlog, ondergoed nog buiten aan de waslijn hing, het polygoon journaal vrolijk nieuws bracht, ‘fietsen zonder trappen’ op de Solex, reuzel op het brood, Eddy Christiani, wasmachines die je per dagdeel huurde, de wekelijkse wasbeurt in de keuken, de duivenmelkers en de bakelieten telefoon met kiesschijf. We aten nog geen pizza’s of pasta, maar kozen iedere dag voor de heilige drievuldigheid: piepers, vlees en groenten. Een wereld op zich, overzichtelijk en met verrassend weinig conflicten.

Moderne Tijd – Cuijk in de jaren vijftig.

Cuijk in de jaren vijftig

Als subvensters een echte wandeling door het Cuijk van 1950, opgetekend door J van der Cruijsen, destijds 10 jaar oud en een venster met krantenartikelen uit dat decennium.

The Kinks, Village green:

“I miss the village green,
And all the simple people.
I miss the village green,
The church, the clock, the steeple.
I miss the morning dew, fresh air and Sunday school.”

De Kinks als hoeders van het dorpsplein. Géén misplaatste ode aan ‘vroeger, toen alles beter was’, wel een tegengeluid tegen het ‘Alles Moet Anders’-devies dat zo hoorde bij het internationale revolutiejaar 1968. Zij stelden vast dat vooruitgang nu en dan achteruitgang kan betekenen.

Huize de Masenod

Op 29 mei 1960 vierde pater H. Breukers O.M.I. (Missionary Oblates of Mary Immaculate) in het provincialaat van de Paters Oblaten van Maria te Cuijk zijn veertigste priesterfeest. Pater Breukers was een der grondleggers van het werk der Oblaten in Nederland en eerste Overste van het klooster in Cuijk.

Slechts weinigen zullen zich deze pater herinneren, nog het klooster van de Oblaten in de Grotestraat, huize de Masenod, later omgedoopt in huize Bethanië. U fietst of loopt er waarschijnlijk heel vaak langs, misschien heeft u er een paar jaar geleden in de tuin wat biertjes geproefd, maar het verhaal van dit gebouw raakt in de vergetelheid.

Tijd om uw memorie op te frissen en een venster toe te voegen aan ‘Gebouwen die nog maar namen lijken’.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – Huize de Masenod

Huize Masenod

 

Zomerconcerten in Cuijk

De beiaardcultuur in Belgïe wordt tegenwoordig door de UNESCO erkend als voorbeeldpraktijk voor de omgang met immaterieel cultureel erfgoed. Intussen komt de beiaardcultuur ook voor op de Nederlandse lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Ook Cuijk heeft dit belangrijke erfgoed in huis, het carillon in de zuidertoren van de St Martinuskerk.

Dit carillon wordt iedere woensdag bespeeld door de ‘stadsbeiaardier’ Marcel Siebers, van 14.30 tot 15.15 uur. Deze zomer kunt u ook op de vrijdagen in augustus het carillon beluisteren, een viertal beiaardiers zal op de vrijdagavonden (19.00 – 20.00 uur) zomerconcerten verzorgen. Voor informatie over het carillon kunt u het venster lezen over ‘Torenmuziek Cuijk’.

Extra’s – Immaterieel Cultureel Erfgoed – Torenmuziek Cuijk

Torenmuziek Cuijk

Zomerconcerten 2020:

07 aug. Merle Kollom (Estland)

14 aug. Marcel Siebers

21 aug. Jasper Depraetere (België)

28 aug. Marc Van Bets (België) 

Luisterlocaties:

  • Romeinse Tuin, Archeologisch Centrum
  • Kerkplein en terras Café ‘Toebes’
  • Nabij passantenhaven aan de Maas
  • Klavierkamer in de toren

Een somertogje door Cuijk e.o.

Vakantie in het buitenland is deze zomer niet zo vanzelfsprekend. Gelukkig zijn er dichtbij genoeg alternatieven. U kunt zich aansluiten bij de onder rijke Gouden Eeuwers heersende trend om ‘somertogjes’ en ‘plaissierreijsjes’ te maken door de eigen Republiek. Ook dicht bij huis is er genoeg te beleven. Het Land van Cuijk is een land dat ontdekt wil worden. En voor wie wil genieten vanuit de eigen (luie) stoel,  historische ontdekkingsreisjes door Cuijk en omgeving.

Deze maand gaan we in gedachten terug naar de negentiende eeuw en een wandeling maken. Dit doen we met behulp van de aquarellen van Arnold von Geusau, die hier tijdens zijn pensioen verbleef en Cuijk en omgeving vastlegde voor de komst van de fotografie. Zijn werkjes vormen een mooi sfeerbeeld van het dagelijkse leven.

Vroegmoderne Tijd – Cuijk 1874 – 1886

Cuijk 1874 – 1886

Als verdiepingsvensters artikelen (integraal overgenomen) met zeer leesbare stukjes over Arnold von Geusau en de schilders von Geusau.

  • Arnold von Geusau, afdeling Heemkunde FotoArchiefDienst
  • P.M.H. Breukers, ‘Biografie van de Cuykse aquarellist Arnold van Geusau (1817-1886)’ in: “Merlet” 18 (1982) p. 74-78. Tijdschrift Merlet is een uitgave van de Historische Kring ‘Land van Cuijk’
  • A.J.M. Hoevenaars, ‘Een speurtocht naar de schilders Von Geusau’, in: De Mulder; uitgave van de heemkring Molenheide 29 jrg (oktober 2008), p. 13-27

van kerk tot supermarkt

“De stenen kisten met al die mensen, de hoge steenspleten, die er dooreen kronkelen als lange rivieren, het geraas en getier, de zwarte rook en het zand dat er boven zweeft, zonder een enkele boom, zonder een plekje blauwe lucht, zonder wolken – dat alles te samen noemen de Papalagi stad. De stad is zijn schepping, waarop hij buitengewoon trots is. Er wonen daar mensen, die nooit een boom, nooit een bos gezien hebben, nooit de blote hemel, nooit de grote geest van aangezicht tot aangezicht hebben aanschouwd, mensen die leven als de kruipende dieren in de lagunen, die onder de koraalriffen huizen, hoewel die beesten tenminste nog door het frisse zeewater worden omspoeld en de zon met haar warme mond nog tot hen door dringt.”    Aldus Tuiavii, een bewoner van Samoa, die begin vorige eeuw een rondreis maakte door Europa.

Gelukkig is Cuijk geen stad (meer). Het laatste verdiepingsvenster over de ‘stadspoort’ van Cuijk, van noodkerk tot supermarkt.

Moderne Tijd – de stadspoort van Cuijk – van kerk tot supermarkt

van kerk tot supermarkt

Vlees, vliegtuigen en Veghelse waar

De westpoort van Cuijk – Vlees, vliegtuigen en Veghelse waar

Eind 19de eeuw was Cuijk een agrarisch getint plaatsje, passend in de tijd, Brabant was een provincie van boeren (zie de schilderijen van van Gogh). De eenzijdige landbouwstructuur werd echter stukje bij beetje doorbroken en de industriële gedachte begon hier wortel te schieten op een wijze die in deze streek voor onmogelijk werd geacht. In de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelde Noord-Brabant zich tot een van de meest prominente economische trekkers van Nederland. En Cuijk blies haar partij behoorlijk mee. We bouwden vliegtuigen!

Zie hiervoor ook: Nieuwe tijd, nieuwe nering

Het tweede verdiepingsvenster over de westpoort van Cuijk, Moderne Tijd, de stadspoort van Cuijk.

Vlees, vliegtuigen en Veghelse waar

De westpoort van Cuijk – het molentijdperk

Noord-Brabant kende vroeger ‘richtwegen’, kaarsrechte zandpaden en karrensporen die de dorpen met elkaar verbonden. Die paden richtten zich op de kerktorens aan de horizon. Als je van uit het westen Cuijk naderde liep je richting (oude) kerktoren. Eenmaal bij de standaardmolen aangekomen stond je aan de poort van Cuijk. Een plek waar tot vandaag ondernemers goederen en diensten aanbieden.

Het eerste verdiepingsvenster over de westpoort van Cuijk

De westpoort van Cuijk – het Molentijdperk

De stadspoort van Cuijk

In deze tijd is volkshuisvesting en stedenbouw een zaak van architecten en stedenbouwkundigen. En die lijken het niet altijd met elkaar eens te zijn; gaan we voor een (romantische) tuinstad, een (functionele) compacte stad, of iets ertussenin? Over één aspect lijkt men het doorgaans wel eens te zijn, de poort van de stad. Een herkenbare, unieke entree voor iedereen. Denk aan de stadspoorten van weleer of bijvoorbeeld het door Pierre Cuypers ontworpen Centraal Station van Amsterdam. De oostpoort van Cuijk is uiteraard de Maaskade met de Martinuskerk. Maar van het westen uit?

Vandaag een introductie, de komende weken (iedere week) een verdiepingsvenster over deze westpoort van Cuijk.

Moderne Tijd – De stadspoort van Cuijk