De Beerse Maas

Citeren

Na de rampen van 1920 & 1926 werd duidelijk dat de gehele Maas van af Mook, tot aan de nieuwe monding in de Amer aanzienlijk moest worden verruimd en genormaliseerd. In 1931 is daarmee begonnen, een enorm werkverschaffingsproject voor 1800 man.

Watersnood 1920

Een project van nationaal belang en met internationale belangstelling. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog bezocht een groep journalisten de ‘Maasverbetering werken’ bij Grave. De reporters uit Nederland, in gezelschap van vertegenwoordigers van de Poolse regeringsdienst, Le petit Parisien, de Kölnische Zeitung, het Deutsche Nachrichtenbüro, Zwitserse en Tsjechische pers, keken de ogen uit. Honderden arbeiders uit alle delen van het land werkten aan de voltooiing van een reusachtig werk. Het landschap werd compleet herschapen.

Volgens een Nederlandse reporter: ooit zal men het verhaal van de Beersche Maas vertellen als een sprookje: ééns was dit land, dat nu vol staat met ruizelende boomen, met boerderijen en dat doorsneden wordt door wegen, één vlak en egaal wei­land. In den einder lagen de dorpen met hun torens, maar in deze 20.000 H.A. stond geen huis en geen boom. Des winters viel de Maas het land binnen en het werd een eindelooze binnenzee.’

En daarmee verdween een oeroude vraag: “De Beerse Maas: is dat nu een rivier die af en toe droogvalt, of land dat vaak onderloopt?”

Moderne Tijd – De Beerse Maas, een herschapen landschap

 

Cuijk, als de lucht micarood kleurt

Ooit gelezen in een landelijk dagblad: De politie houdt er rekening mee dat er nog een brandstichter rondloopt. “Dat heb je vaak,” aldus de politiewoordvoerder, “dat ze elkaar aansteken.”

Of uit de veiligheidsregels van een vakantiehuisje: ‘Indien uw kleren vlam hebben gevat, laat u dan op de grond vallen en rol heen en weer over uw as.’

Brand bij boekhandel Derks 1979

Vuur wekt tegenstrijdige gevoelens op, vlammen die gezelligheid en warmte brengen maar ook een vernietigende kracht bezitten. Ontzagwekkend en fascinerend, doch ook vreeswekkend. Taalkronkels zoals hierboven zijn grappig, maar als je huis in brand staat vergaat het lachen je al snel.

Een klein overzicht van een paar grote en/of spraakmakende branden uit onze historie. Inclusief een subvenster met een prachtig verslag van een grote brand in Linden en een verwijzing naar het venster over de Cuijkse brandweerman Huub Jacobs.

Extra’s – Cuijk, als de rode haan kraait: Cuijk, als de rode haan kraait

De grote brand in Linden 1947: 1947 Grote brand in Linden

Cuijkse brandweerman Huub Jacobs: Coole Huub

Brand in de boetderij van het Liefdesgesticht.
Cor Smulders, M.Buters, Nol Theunissen.

Cuijk, zegge en schrijve

Geschiedenis kent maar een uitkomst, de toestand hier en nu. Maar wat als? Er zijn natuurlijk veel meer mogelijkheden geweest dan de uitkomst die wij achteraf kennen. Wat als je je fantasie de vrije loop laat en een tegendraadse geschiedenis schrijft. Over een Cuijk dat niet bestaat maar wel had kunnen bestaan. Geen pure fictie, maar een op historische feiten gebaseerde variant van de geschiedenis zoals we die kennen.

Wat als de Romeinen hier gebleven waren? Hoe zou Cuijk er dan uitzien? Het latijn als voertaal, Romeinse goden, badhuizen, onze zonen dienend in het Romeinse leger – in oorlog met het machtige Chinese rijk, een mini-arena met vechtende gladiatoren, misdadigers hangend aan kruizen nabij de toegangswegen?

Je kunt zo een nieuw verleden construeren, toegevend aan een verlangen naar een andere afloop. Met onze huidige kennis van de Romeinse Tijd kom je al een aardig eind. Je ziet het waarschijnlijk al voor je, een castellum met vicus aan de Mosa genaamd……..? Ja hoe eigenlijk? Hoe noemden de hier wonende Kelten en Romeinen die plek? En hoe spelden ze die naam?

Tegenfeitelijk of niet, we zijn er nog steeds niet uit.

Start – Cuijk, zegge en schrijve

 Cuijk, zegge en schrijve

Militum Ceuclum, annos singulos 2021

Het nieuwe jaar

De instelling van nieuwjaarsdag heeft waarschijnlijk een heidense oorsprong. Ook de Romeinen vierden dit kalenderfeest uitbundig met dolle feestvreugde en dat ging gepaard met grote losbandigheid. Dat was niet helemaal naar de zin van de kerk. Die verordineerde in de zesde eeuw voor de eerste drie dagen van het nieuwe jaar een vasten, een soort van middeleeuwse lockdown.

De kerk keurde wel meer feestdagen af; ze waren niet door God ingesteld, de zondagsheiliging werd er minder door en het ging met allerlei losbandigheden gepaard (foei). Omdat verreweg de meeste heidense feestdagen onuitroeibaar bleken heeft de kerk ze later maar opgenomen in de kerkelijke kalender, zoals met Kerstmis.

Hoe dan ook, we zijn intussen gewoon elkaar het allerbeste te wensen voor het nieuwe jaar. Toch kenden we in het verleden ook wel verwensingen met betrekking tot het nieuwe jaar. In de zeventiende eeuw bijvoorbeeld: ‘de galgh totje nuwe jaer krijghen’ (de galg als nieuwjaarsgeschenk krijgen). En in de negentiende eeuw de variant: ‘de duivel voor uw nieuwjaar krijgen’.

Beiden zijn verwensingen in woede geuit; ik hoop dat je iets vreselijks overkomt, ik wil je niet meer zien, rot op.

Dat wens je natuurlijk niemand, tenzij het een virus is. Moge COVID-19 de galg als nieuwjaarsgeschenk krijgen!

Zodat we in 2021 kunnen zeggen: “Das war einmal”.

Sinterklaas en Zwarte Piet, Immaterieel Cultureel Erfgoed

Op voordracht van het zogenoemde Sint & Pietengilde is het Sinterklaasfeest sinds 2015 officieel onderdeel van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland.

Het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) is een door het ministerie van OCW ingestelde instantie die waakt over al het niet- stoffelijke (levend) erfgoed van Nederland. Dat zijn sociale gewoonten zoals rituelen, uitdrukkingen, tradities, vaardigheden, noem maar op. Aan een plaatsing op de lijst kunnen niet zozeer rechten worden ontleend, maar het is wel degelijk een officiële erkenning van de traditie, inclusief al haar facetten.

Ineke Strouken, destijds directeur VIE, benadrukt dat plaatsing op de Nationale Inventaris geen waardeoordeel inhoudt. “Het zijn de gemeenschappen zelf die invulling geven aan hun tradities en aangeven waarin voor hen het belang van de traditie schuilt.”

Sinterklaas, Zwarte Piet, de gedichten, surprises, liedjes en cadeautjes verkeren dus in het gezelschap van onder andere de bloemencorso’s van Lichtenvoorde en Zundert, de Nederlandse woonwagencultuur, het prijsdansen in Nieuw-Vossemeer en Koningsdag.

Sinterklaas en Zwarte Piet, voor de liefhebbers van onze zeer diverse traditie, juist kenmerkend voor het gastvrije Nederland.

Extra’s – Immaterieel Cultureel Erfgoed – de Sint op Cuijkse bodem

de Sint op Cuijkse bodem

Cuijk in de jaren zestig

“Dat waren nog eens tijden” zult u ongetwijfeld horen van mensen die de jaren ’60 en ’70 bewust meegemaakt hebben. De muziek was beter, de auto’s veel mooier, benzine kostte niets en sigaretten nog minder. En misschien niet zo vaak voorkomend als gewenst, de rokjes waren kort, wat volgens ingewijden te maken heeft met economische hoogtijdagen.

Er zijn genoeg clichébeelden van de jaren zestig – de sixties. Passend in het huidige tijdperk zijn die inmiddels volledig gepolariseerd; voor de een ’n decennium van verbeelding en vrijheid, voor de ander een periode van onverantwoorde afbraak. Een erfenis met meerdere kanten. We zijn allemaal erfgenamen van de sixties, maar wat staat er in het testament?

‘turn on, tune in, drop out’   Moderne Tijd – De sixties, een ambigu erfenis

Cuijk in de sixties

Beat Girls voor het Hilton, foto Nationaal Archief

Cuijk in de jaren vijftig

Er was eens een tijd waarin tijd niet zo’n rol speelde. Een tijd dat we naar de winkels liepen, fietsend op vakantie gingen en we zonder datumprikker ergens op de koffie konden gaan, de achterdeur stond om die reden altijd open. Kinderen speelden nog op straat en vermaakten zich met eenvoudige spelletjes zoals Louis Paul Boon beschreef in ‘De voorstad groeit’: “Toen wij klein waren deden we dat ook: we bukten ons en keken tusschen ons beenen, dan was de lucht precies de grond waar we moesten op loopen, en de aarde scheen de hemel vol boomen en huizen die allemaal omgekeerd hingen”.

Al wandelend door Cuijk hoorde je andere geluiden toen: zingende vrouwen die de was ophingen, de smederij, binnenvaartschepen op de Maas, de stoomlocomotief, loeiende koeien, gezellig babbelende huisvrouwen.

Een tijd ook met meer geuren: de melkfabriek, de slager, vers brood, gezaagd hout van de meubelfabriek, sigaren, de bloemen in de parkjes, een bonte ‘geurschakering’.

Cuijk had op die tijd meerdere bakkers, veel meer kroegen, slagers, smeden, buurtwinkels op bijna elke hoek, winkels met ‘galanterieën’ en huishoudelijke artikelen. Veel van wat je nodig had was dicht bij huis te vinden. Een overzichtelijke en kalme wereld. Het waren de jaren stillekes zoals de Vlamingen zeggen.

De jaren dat de winkeliers hun waren (brood, zuivel, groenten) aan huis brachten, iedereen Kuuks proate, de Bescherming Bevolking (BB) de schade beperkt zou houden bij een Derde Wereldoorlog, ondergoed nog buiten aan de waslijn hing, het polygoon journaal vrolijk nieuws bracht, ‘fietsen zonder trappen’ op de Solex, reuzel op het brood, Eddy Christiani, wasmachines die je per dagdeel huurde, de wekelijkse wasbeurt in de keuken, de duivenmelkers en de bakelieten telefoon met kiesschijf. We aten nog geen pizza’s of pasta, maar kozen iedere dag voor de heilige drievuldigheid: piepers, vlees en groenten. Een wereld op zich, overzichtelijk en met verrassend weinig conflicten.

Moderne Tijd – Cuijk in de jaren vijftig.

Cuijk in de jaren vijftig

Als subvensters een echte wandeling door het Cuijk van 1950, opgetekend door J van der Cruijsen, destijds 10 jaar oud en een venster met krantenartikelen uit dat decennium.

The Kinks, Village green:

“I miss the village green,
And all the simple people.
I miss the village green,
The church, the clock, the steeple.
I miss the morning dew, fresh air and Sunday school.”

De Kinks als hoeders van het dorpsplein. Géén misplaatste ode aan ‘vroeger, toen alles beter was’, wel een tegengeluid tegen het ‘Alles Moet Anders’-devies dat zo hoorde bij het internationale revolutiejaar 1968. Zij stelden vast dat vooruitgang nu en dan achteruitgang kan betekenen.

Huize de Masenod

Op 29 mei 1960 vierde pater H. Breukers O.M.I. (Missionary Oblates of Mary Immaculate) in het provincialaat van de Paters Oblaten van Maria te Cuijk zijn veertigste priesterfeest. Pater Breukers was een der grondleggers van het werk der Oblaten in Nederland en eerste Overste van het klooster in Cuijk.

Slechts weinigen zullen zich deze pater herinneren, nog het klooster van de Oblaten in de Grotestraat, huize de Masenod, later omgedoopt in huize Bethanië. U fietst of loopt er waarschijnlijk heel vaak langs, misschien heeft u er een paar jaar geleden in de tuin wat biertjes geproefd, maar het verhaal van dit gebouw raakt in de vergetelheid.

Tijd om uw memorie op te frissen en een venster toe te voegen aan ‘Gebouwen die nog maar namen lijken’.

Extra’s – Gebouwen die nog maar namen lijken – Huize de Masenod

Huize Masenod

 

Zomerconcerten in Cuijk

De beiaardcultuur in Belgïe wordt tegenwoordig door de UNESCO erkend als voorbeeldpraktijk voor de omgang met immaterieel cultureel erfgoed. Intussen komt de beiaardcultuur ook voor op de Nederlandse lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Ook Cuijk heeft dit belangrijke erfgoed in huis, het carillon in de zuidertoren van de St Martinuskerk.

Dit carillon wordt iedere woensdag bespeeld door de ‘stadsbeiaardier’ Marcel Siebers, van 14.30 tot 15.15 uur. Deze zomer kunt u ook op de vrijdagen in augustus het carillon beluisteren, een viertal beiaardiers zal op de vrijdagavonden (19.00 – 20.00 uur) zomerconcerten verzorgen. Voor informatie over het carillon kunt u het venster lezen over ‘Torenmuziek Cuijk’.

Extra’s – Immaterieel Cultureel Erfgoed – Torenmuziek Cuijk

Torenmuziek Cuijk

Zomerconcerten 2020:

07 aug. Merle Kollom (Estland)

14 aug. Marcel Siebers

21 aug. Jasper Depraetere (België)

28 aug. Marc Van Bets (België) 

Luisterlocaties:

  • Romeinse Tuin, Archeologisch Centrum
  • Kerkplein en terras Café ‘Toebes’
  • Nabij passantenhaven aan de Maas
  • Klavierkamer in de toren

Een somertogje door Cuijk e.o.

Vakantie in het buitenland is deze zomer niet zo vanzelfsprekend. Gelukkig zijn er dichtbij genoeg alternatieven. U kunt zich aansluiten bij de onder rijke Gouden Eeuwers heersende trend om ‘somertogjes’ en ‘plaissierreijsjes’ te maken door de eigen Republiek. Ook dicht bij huis is er genoeg te beleven. Het Land van Cuijk is een land dat ontdekt wil worden. En voor wie wil genieten vanuit de eigen (luie) stoel,  historische ontdekkingsreisjes door Cuijk en omgeving.

Deze maand gaan we in gedachten terug naar de negentiende eeuw en een wandeling maken. Dit doen we met behulp van de aquarellen van Arnold von Geusau, die hier tijdens zijn pensioen verbleef en Cuijk en omgeving vastlegde voor de komst van de fotografie. Zijn werkjes vormen een mooi sfeerbeeld van het dagelijkse leven.

Vroegmoderne Tijd – Cuijk 1874 – 1886

Cuijk 1874 – 1886

Als verdiepingsvensters artikelen (integraal overgenomen) met zeer leesbare stukjes over Arnold von Geusau en de schilders von Geusau.

  • Arnold von Geusau, afdeling Heemkunde FotoArchiefDienst
  • P.M.H. Breukers, ‘Biografie van de Cuykse aquarellist Arnold van Geusau (1817-1886)’ in: “Merlet” 18 (1982) p. 74-78. Tijdschrift Merlet is een uitgave van de Historische Kring ‘Land van Cuijk’
  • A.J.M. Hoevenaars, ‘Een speurtocht naar de schilders Von Geusau’, in: De Mulder; uitgave van de heemkring Molenheide 29 jrg (oktober 2008), p. 13-27