Cuijk, als de rode haan kraait

Ooit gelezen in een landelijk dagblad: De politie houdt er rekening mee dat er nog een brandstichter rondloopt. “Dat heb je vaak,” aldus de politiewoordvoerder, “dat ze elkaar aansteken.”

Of uit de veiligheidsregels van een vakantiehuisje: ‘Indien uw kleren vlam hebben gevat, laat u dan op de grond vallen en rol heen en weer over uw as.’

Vuur wekt tegenstrijdige gevoelens op, vlammen die gezelligheid en warmte brengen maar ook een vernietigende kracht bezitten; kampvuur versus brandstapel. Ontzagwekkend en fascinerend, doch ook vreeswekkend. Taalkronkels zoals hierboven zijn grappig, maar als je huis in brand staat vergaat het lachen je al snel.

Der Ring des Nibelungen, Die Walküre. Als Brünnhilde niet gehoorzaamd aan het bevel van haar vader Wotan en de kant kiest van Siegmund ontneemt Wotan haar haar onsterfelijkheid. Na een aangrijpende klaagzang als afscheid, laat Wotan haar vervolgens slapen op een grote rots omringd door een zee van vuur, zodat alleen een onverschrokken held haar kan wekken.

Vuur dat beschermt tegen onheil, maar ook bestreden kan worden door een held, of een brandweerman zouden we nu denken. Die heldenstatus heeft de brandweer nog steeds. Ook in Cuijk e.o. staan ze paraat, 24/7. Een paar grote en/of spraakmakende branden uit onze historie. Tot en met de jaren zeventig dan, latere branden kunnen nog (te) pijnlijke herinneringen oproepen.

Boerderijbrand bij M.Wientjes, Kalkhofseweg B96, d.d. 18 juli 1955. De boerderij brandde geheel uit.Ook een volledige verbandpost van de plaatselijke E.H.B.O. ging met deze brand verloren.

 

 

 

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 23-03-1892

1895 De Echo bericht: ‘Een ontzettend feit, voorgevallen op woensdagmiddag in de afdeling Vianen onder onze gemeente (Cuijk) moeten wij vermelden. Dat het den ouders tot spiegel en waarschuwing strekke. Terwijl de echtelieden G. afwezig waren, ontstond er brand in de armelijke, hoofdzakelijk uit stroo opgebouwde woning, terwijl de kinderen thuis waren. Deze zijn naar de zolder geklommen, hebben daar waarschijnlijk met vuur gespeeld en is daardoor de brand ontstaan. De schoenmaker Jansen, die het vuur opmerkte, spoedde zich door de vlammen heen naar den zolder en redde, naar hij meende, de vier kinderen. Een van deze was echter nog in de woning achtergebleven. Te vergeefs poogde hij die met eigen levensgevaar ook nog te redden. Het vuur was echter reeds te hevig en had het hele huis in lichte laaie gezet. Alles verbrandde en niets was verzekerd. De dodelijk verschrikte ouders vonden onder het verbrande dak het half verkoolde lijkje van hun kind weder. Mogen onnadenkende ouders uit dit treurig geval de lering trekken hunne spruiten toch nimmer onbewaakt in hunne woning te laten.’

Cuijk kende in het verleden veel sigarenmakers, thuiswerkend of in fabriekjes. In de kranten uit die tijd kom je nogal eens een bericht tegen over een brand in een van die fabriekjes. 1908 sigarenfabriek Philipse en Van Hussen, 1926 Van Arensbergen en in 1969 nog Victor Hugo. Als men er snel bij was bleef de schade beperkt, tot bijvoorbeeld 100 gulden. Anders werd de fabriek ‘binnen een uur tijds in de asch gelegd’.

Wat ook goed brand is hout; in 1935 branden de houtloodsen van de firma Werten af, volgens de krant een fantastisch schouwspel. Zo kan je het natuurlijk ook bekijken.

Brand bij meubelfrabiek Werten

 

Nieuwe Brabantsche courant 11-05-1944

1947 was een topjaar voor de brandbestrijding. De grote droogte in de augustusmaand leidde her en der tot branden met ernstige gevolgen. Er woedde Peelbranden, het Reichswald brandde als gevolg van exploderende granaten en veel Brabantse dorpen werden geteisterd door grote branden. In Beers gingen op 21 augustus door brand tien boerderijen en talrijke hooimijten verloren, in Linden, op dezelfde dag, 8 boerderijen en twee schuren. De grote brand in Linden werd bestreden door meerdere brandweercorpsen: Cuijk, Mill, Beers, Gassel, Grave en Nijmegen. En van brand blussen krijg je honger. Uit een rekening, opgemaakt door ondercommandant Martens aan de gemeente Beers, blijkt dat de heren gedurende de bluswerkzaamheden 65 boterhammen genuttigd hebben. Maar je krijgt er ook dorst van, op dezelfde rekening staan ook 34 flesjes pilsener bier! Bier en barmhartigheid komen bij elkaar zullen we maar zeggen.

 

Als subvenster een heel mooi verslag van de grote brand in Linden. Met dank aan ‘De Dorps-courant’ uit Beers die dit verhaal eerder publiceerde.

Grote brand in Linden

 

 

 

De jaren zestig begonnen in Cuijk met twee grote branden. In 1963 brak er brand uit op de etage van café Royal in de Grotestraat. Het pand, voorheen het oefenlokaal van fanfare Caecilia en later filmlokaal van het Apollo theater, was in gebruik als stoffeerafdeling van de firma Werten. Vermoedelijk door een omgevallen petroleumkachel ontstaan en gevoed door lijm, hout, schuimrubber en een grote hoeveelheid stookolie breidde het vuur zich zeer snel uit. De werklieden hebben nog geprobeerd het vuur te bestrijden met hun jassen, tevergeefs. Ook de gealarmeerde brandweer kon niet direct gaan blussen. Het was februari en bitterkoud. Aansluiten van de waterslangen op de brandputten werd bemoeilijkt door sneeuw en ijs. Pas nadat de slangen uitgerold waren naar de Maas kon het bluswerk beginnen. De intense hitte verschroeide het houtwerk van de panden aan de overzijde van de straat en het vuur dreigde zelfs de (houten) ladder van de brandweer te verzwelgen. De gevel van het brandende pand was zo heet dat het bluswater in stoomwolken oploste. En net als in 1935 zorgde een brand bij Werten weer voor een fantastisch schouwspel.

Grotestraat. Brand bij meubelbedrijf Werten / Royal

De eerste Cuijkse ‘miljoenenbrand’ was in 1964, de fabriek in lederwaren van de gebroeders Manders (nu De Looierij). De jaren zestig werden in stijl afgesloten door de brand bij Victor Hugo in 1969 (zie boven).

Manders Leerlooierij, brand 19 juni 1964

Algemeen Dagblad 20-06-1964

 

 

 

 

 

 

Manders Leerlooierij, brand 19 juni 1964

brandweertoren

Iets verderop in de Grotestraat werd begin februari 1979 het woonhuis en boekhandel van J.A. Derks volledig in de as gelegd. De brand werd ontdekt door de eigenaar. Mevrouw Derks, de moeder van de eigenaar en een verpleegster van het Wit Gele Kruis konden alle drie op tijd het pand verlaten. Ondanks het stille alarm, de Cuijkse brandweer werkte niet meer met de sirene op de brandweertoren, was er in korte tijd veel volk om de brand ‘gade te slaan’, zoals men het toen formuleerde.

Brand bij boekhandel Derks 1979

 

Lees ook nog eens het venster ‘Moedig en koelbloedig, Coole Huub’, een Cuijkse brandweerman met verhalen.

Moedig en koelbloedig, Coole Huub

Brand in de boerderij van het Liefdesgesticht.
Cor Smulders, M.Buters, Nol Theunissen.