Cuijk, zegge en schrijve

 

 

Ceuclum, Ceucium, Ceudiaco, Kuik, Kuc, Chuc, Cuch, Cuich, Chuic, Cuche, Kvich, Quich, Kuch, Kuich, Cuik, Cuk, Kuc, Kuk, Kuic, Kvic, Cuc, Cuhc, Cuyck, Cuijk

 

Volgens de site landvancuijk.nl is het Land van Cuijk een toeristische parel. Op een beperkt aantal vierkante kilometers valt er veel te zien en te beleven. Eeuwen van vaderlandse geschiedenis en het monumentale en zeer gevarieerde landschap leent zich bovendien voor uitdagende wandel- en fietstochten. Helemaal mee eens.

Tijdens die tochtjes leest u ongetwijfeld de plaatsnaambordjes. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik kan nauwelijks een dorpje of stadje passeren zonder me af te vragen waar die naam vandaan komt.

Onderzoek naar toponiemen (uit het Grieks topos = plaats en onoma/onyma = naam) kan aardig wat informatie verschaffen over het verleden. Geografische namen kunnen zeer oud zijn en zeker de schrijfwijze kan het een en ander onthullen over hoe mensen destijds het landschap zagen (natuurnaam) en gebruikten (cultuurnaam). Naam volgt vorm & functie als het ware. Natuurnamen verwijzen vaak naar bebossing, bodemgesteldheid of geaccidenteerd terrein. Cultuurnamen vooral naar nederzettingen, ontginningen en infrastructurele werken.

Plaatsnamen kunnen heel oud zijn met middeleeuwse-, Romeinse- of zelfs Keltische wortels. Wie in staat is de betekenis van deze namen ‘te lezen’ ontdekt informatie over bodemgesteldheid, begroeiing, functie van een plek, een specifiek landschapselement of de eigendomssituatie bijvoorbeeld. Boeiend en een aanknopingspunt voor het achterhalen van de bewoningsgeschiedenis.

Helaas geven toponiemen hun geheimen niet makkelijk prijs. De schrijfwijze verandert nogal eens, soms volgt deze de ontwikkeling van de gesproken taal (klankverandering dan wel verkorting) of wordt het simpelweg van bovenaf opgelegd.

Om maar eens een voorbeeld te noemen, Cuijk. Misschien wel Nederlands (wereld?) kampioen als het gaat om schrijfwijzen van haar naam. En daarmee begint ook de ellende als het gaat om de naamsduiding. Het is nu vooral gissen naar de oorspronkelijke betekenis.

De Tabula Peutingeriana of Peutingerkaart is een kopie van een Romeinse reiskaart uit de 3e of 4e eeuw. Hier een uitsnede van het gebied waar Cuijk zou liggen.

Om de oorsprong van de naam Cuijk te achterhalen moet je eigenlijk zo dicht mogelijk bij het moment van naamgeving komen. Oorkonden en oude kaarten zijn daarvoor zeer geschikt. Met de komst van de Romeinen begint de geschreven geschiedenis, de eerste schriftelijke bronnen voor onze streek. De Romeinen maakten gebruik van wegenkaarten die schematisch opgezet waren (de Tabula Peutingeriana of Peutingerkaart is een kopie van zo’n kaart). Je kunt ze niet lezen als de huidige kaarten, maar wel zoals je bijvoorbeeld een metrokaart bekijkt om er iets uit af te leiden. Interpretatie van zo’n kaart leidt doorgaans tot de nodige discussies (waar bevinden we ons?). En dan moeten we het ook nog doen met kopieën, en die kunnen fouten bevatten. Zodoende weet je niet (meer) of een naam correct is overgeschreven.

Toch is er een grote behoefte tot een verklaring te komen. Bij lastig te duiden plaatsnamen ontstaan nu en dan de meest uiteenlopende oplossingen. Het aantal verklaringen evenaart dan soms het aantal naamkundigen! Wat het er ook niet beter op maakt is dat goedbedoelende leken daar hun fantasierijke oplossingen nog eens aan toevoegen.

Laten we eens een paar gedachtespinsels de revue passeren.

Cuijk, Kuik, Noord-Brabant, Romeins 1050 Ceuclum, 1096 Henrici de Cuck, 1108 H. De Kuch, 1237 Kuc. Germaans keukja, bij Indo Germaans geug: krommen, een kromming. Inderdaad gaat de Maas bij Kuik na eerst noordelijk te zijn gegaan dan naar het westen. Anderen denken aan Kukko: kleine heuvel. Een Gallo-Romeinse oorsprong volgens de site www.volkoomen.nl

Albert Delahaye: Ceuclum op de Peutingerkaart moet als Cevelum gelezen worden. Van een Romeinse naam kan je geen Germaanse maken volgens hem. Cevelum verwijst dan volgens Delahaye naar het Franse Chevilly zoals Noviomagi eigenlijk Nouiomagi is en Caruone gewoon Carvone. Hij baseert zijn theorie op het wisselende gebruik van de letters V en U (door en naast elkaar) door de Romeinen. De metrokaart discussie, de kaart waar we Ceuclum/Cevelum lezen geeft niet het huidige Nederland weer, maar Frankrijk!

Ook andere onderzoekers lezen Frankrijk waar anderen Nederland zien. Zij interpreteren de tweemaal genoemde Mose tussen Noviomagi en Ceuclum niet als de Maas maar als de plaatsnamen Mézières-sur-Oise en Mouzay.

Situeren we Cevelum dan toch in Nederland dan kan dat volgens sommigen ook wel weer gelezen worden als Gennep of Sevenum. Daar waren ook nederzettingen in die tijd, aldus A.J. van der Aa in zijn geografisch woordenboek uit 1841.

Volgens De Kroniek van Nijmegen staat er wel degelijk Cevelum. Pagina 25: “Waarheen leidden de 4 hoofdwegen die in Noviomagus samenkwamen? De tweede naar Maastricht over Mook, waar hij de Maas passeerde, over Cuyk (Cevelum)”.

Oudere historici hielden het bij Cevelum. Halverwege de 20e eeuw kwam een enkele historicus met de opvatting dat er Ceuclum gelezen moest worden, aangezien dat etymologisch beter op Cuyk aansloot.

Cevelum of Ceuclum? Anderen lezen het weer als Cudiacum (M. Schönfeld), Ceudiaco, -cum (B. H. Stolte) of Ceucium (M. Gysseling). Hans Borghmans voegt daar nog Ceudicum aan toe, hij bekijkt met een vergrootglas de Peutinger kaart. De uitleg van Cuijk via ‘keukja’, Ceuclum (soms zelfs Cevelum) snijdt volgens Borghmans geen hout. In zijn visie is Ceudicum een verlatijnste naam van Kudik; plaats waar het vee samengedreven kon worden op een ‘diek’. Ku staat niet voor koe maar voor vee. Hij beroept zich ook op het dialect, Cuijk werd (en wordt) uitgesproken als Kuuk, dat volgens hem een verbastering is van Kudik. (Noot schrijver: accenten, zoals bij ons het Keltisch, kunnen inderdaad zeer hardnekkig zijn, maar dat kan dan ook gelden voor Keukja).

De Cuijkse archeoloog J.E. Bogaers beweerde dat Cuijk zeer waarschijnlijk in werkelijkheid Ceudiacum heette, een emendatie (verbetering) van B.H. Scholte’s Ceudiaco.

Je vraag je zo langzamerhand af of ze allemaal naar dezelfde kaart gekeken hebben. Toch wel, maar de kaart heeft minstens twee voorvaders gehad, een in majuskels (hoofdletters) en een in minuskels (kleine letters) geschreven, al dan niet in uncialen (schrijfletter met geronde vormen) uitgevoerd. Dat betekent dat letters verschillend gelezen kunnen worden. Er kan verwarring ontstaan tussen de -cl- en -d-, de -co- en -m-, en de -a- wordt op een kopie bijna als een -u- geschreven. Dan is verklaarbaar dat Ceuclum door verkeerd lezen én overschrijven is ontstaan uit Ceudiaco/cum – Ceudiuco – Ceuclum. De oernaam kan dan Keltisch zijn, afgeleid van de persoonsnaam Ceudo met toevoeging -iacum.

Naamkundigen, historici en leken, ze kunnen het er maar niet over eens worden wat de oudste schrijfwijze is van Cuijk, noch hoe dat vroeger uitgesproken werd. Ze kijken daarbij naar een kaart die anders gelezen moet worden dan de huidige atlassen, een kaart die mogelijkerwijs kopieer fouten bevat, die je ook met een vergrootglas niet verbeterd.

De plaatsnaam Cuijk als spiegel van het verleden? Dat kan, maar dan eerst maar eens dat beeld in de spiegel scherpstellen.

Wat zou het heerlijk zijn even kort die Romeinse Tijd te bezoeken en aan ‘n Romein te vragen: “Bij Jupiter, Cuijk? Quomodo autem scribo vobis? Of aan een verre voorouder (een Keltische Kuukse): “Cuijk, hoe zedde en schriefde dèh?”

Wisten de brouwers iets wat de geleerden ontgaan is?