De Beerse Maas, een herschapen landschap

Het rivierengebied is al tenminste vanaf het Neolithicum (6400 – 3650 jaar geleden) bewoond. De mens heeft, zeker in de beginperiode, zijn activiteiten zoveel mogelijk aangepast aan de verschillen die van nature in het landschap aanwezig waren. De invloed van de mens op het landschap was dus relatief gering. Tot in de Late Middeleeuwen, toen de rivieren bedijkt werden en het rivierengebied op grote schaal werd ontgonnen. 

De Maas is een regenrivier met veel kronkels. Hierdoor heeft de rivier een sterk wisselend waterpeil, treedt ze regelmatig buiten haar oevers en zorgt zo jaarlijks voor de nodige overlast. Ongeveer 1000 na Christus werden de eerste kaden en rivierdijken aangelegd. Dit begon in het westen en verplaatste zich steeds verder naar het oosten. Met de doorgaande bedijking van west naar oost schoof ook de neiging om buiten de oevers te treden op naar het oosten. Na zware regenval kwam het water overal tot hoog aan de dijken.

Als veiligheidsklep hier was de dijk ter hoogte van Beers verlaagd. Bij hoog water kon de Maas uitstromen in de brede bedding tussen de hogere gronden in het zuiden en de Maasdijk in het noorden, een brede strook onbewoond land, om uiteindelijk via de Dieze bij Den Bosch weer in de Maas terug te vloeien. Dit ging met veel minder geweld gepaard dan een dijkdoorbraak en er bleven meer hoger gelegen delen droog. Alleen in Den Bosch kregen ze natte voeten.

Situatie in de jaren twintig

Toch bleef het misgaan bij Cuijk. Hier maakt de Maas een bocht naar het westen en waren er grote meanders die de doorstroming afremden en het waterpeil dramatisch deden stijgen. Op deze plaats kon de Maas het natuurgeweld niet aan en bezweken de dijken keer op keer. Er moest een andere oplossing komen. Eind 19e eeuw dringt het besef door dat een goede waterbeheersing een zaak van nationaal belang is. Het water van de grote rivieren moet op een gecontroleerde manier afgevoerd worden. Dat zorgt voor betere scheepvaartverbindingen, bespaart veel waterellende en je voorkomt een voortdurend gevecht om de ruimte; rivier, natuur, industrie, boeren, woningbouw, alles claimt de schaarse ruimte in ons rivierengebied.

Watersnood 17 – 1 – 1920 Panorama overstroomd Cuijk vanaf N.C.B.- gebouw

Zeker na de rampen van 1920 & 1926 werd duidelijk dat de gehele Maas van af Mook, tot aan de nieuwe monding in de Amer aanzienlijk moest worden verruimd en genormaliseerd. In 1931 is daarmee begonnen, een enorm werkverschaffingsproject voor 1800 man.

De Waal kreeg een eigen nieuwe monding, de Nieuwe Merwede, hierdoor kon het water van de Waal sneller afgevoerd worden. De verbinding tussen Maas en Waal werd ter hoogte van Alem gescheiden, hierdoor kon De Waal het water van de Maas niet meer opstuwen. Door het graven van de Bergsche Maas werd de uitmonding van de Maas  naar de Amer verlegd. Alles bij elkaar werd de afvoercapaciteit van de Maas aanzienlijk verhoogd (en in feite een deel van de vroeg-middeleeuwse loop van de Oude Maas gereconstrueerd!).

De arbeiders, die in kampen bij het werk woonden, kregen 24 cent per uur plus één gulden vijftig broodgeld per week. Na acht weken werden ze vervangen door een nieuwe ploeg. Het werk was zwaar, een nieuwe bedding graven was handwerk! De bovenlaag van klei werd met schoppen afgegraven en met kruiwagens afgevoerd. Daarna ging een baggermolen verder. Toch kwamen de meeste arbeiders tijdens hun verblijf aan, het eten in de kampen was zeer voedzaam. En eens in de veertien dagen mochten ze, op staatskosten, een weekend naar huis. Arbeiders uit de omgeving die verder dan 20 kilometer van het werk woonden werden per bus opgehaald, de rest mocht fietsen. In 1942 kwamen deze Maasverbeteringswerken gereed. Volgens de Heidemaatschappij een triomf over de wilde natuur, de Maas – die vanouds onberekenbare en weerbarstige rivier – was tot de orde geroepen!

Met het sluiten van de overlaten werd de weg vrijgemaakt voor een nieuwe inrichting van het landschap. De Beerse Maas, ook wel de groene rivier genoemd, was eeuwenlang ‘onland’ geweest, noch water, noch land. Een onafzienbare vlakte, leeg en onbewoonbaar. Na de cultuurtechnische transformatie zag je er wegen, sloten, gemalen, boerderijen en grote arealen landbouwgrond. Er was 20.000 hectare vruchtbare rivierklei beschikbaar gekomen. Bijna een halve Noordoostpolder!

Beerse overlaat, handenarbeid 

Een project van nationaal belang en met internationale belangstelling. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog bezocht een groep journalisten de ‘Maasverbetering werken’ bij Grave. De reporters uit Nederland, in gezelschap van vertegenwoordigers van de Poolse regeringsdienst, Le petit Parisien, de Kölnische Zeitung, het Deutsche Nachrichtenbüro, Zwitserse en Tsjechische pers, keken de ogen uit. Honderden arbeiders uit alle delen van het land werkten aan de voltooiing van een reusachtig werk. Het landschap werd compleet herschapen.

Volgens een Nederlandse reporter: ooit zal men het verhaal van de Beersche Maas vertellen als een sprookje: ééns was dit land, dat nu vol staat met ruizelende boomen, met boerderijen en dat doorsneden wordt door wegen, één vlak en egaal wei­land. In den einder lagen de dorpen met hun torens, maar in deze 20.000 H.A. stond geen huis en geen boom. Des winters viel de Maas het land binnen en het werd een eindelooze binnenzee.’

En daarmee verdween een oeroude vraag: “De Beerse Maas: is dat nu een rivier die af en toe droogvalt, of land dat vaak onderloopt?”

De dichting van de Beerse overlaat.

De dichting van de Beerse overlaat.