de Sjeem, de Cuijkse elektriciteitscentrale

Begin twintigste eeuw was de gemeente Cuijk ervan overtuigd dat het tijd werd voor elektrische straatverlichting en dat de inwoners van dit nieuwe fenomeen gebruik moesten kunnen maken. Na een positieve uitspraak van een adviesbureau besloot de gemeenteraad op 25 september 1909 een concessie te verlenen aan de firma Dirksen & de Vries uit Nijmegen voor ‘de oprichting en exploitatie eener Electrische Centrale te Cuijk’.

De concessionaris werd toegestaan: ‘het spannen, leggen en hebben van geleidingen in en over den openbaren gemeentegrond en het openbaar gemeentewater voor de levering van electrischen stroom voor verlichting, verwarming en beweegkracht’. Op 3 juni 1910 kon men beginnen met de stroomlevering, waarmee Cuijk een pioniersrol vervulde, het was een van de eerste gemeenten met een eigen elektrische centrale. De opening werd verricht door burgemeester J. v. d. Mortel die vol lof was over de centrale: “want de electrische stroomen stellen ons niet alleen in staat het schoonste, zuiverste en minst gevaarlijke licht te betrekken; maar geven ook dit groote voordeel, dat eenieder door middel van zeer gemakkelijk te bedienen electro-motoren zich de noodige kracht kan aanschaffen, om alle mogelijke werktuigen, hetzij groot of klein, in beweging te brengen. Den Bouwmeester wordt bedankt voor de snelle bouw, de firma Thomassen uit Arnhem voor de levering en monteering der prachtige machine voor de motorische kracht, de heer Pierson uit Parijs voor de levering van de generator en tenslotte fanfare Caecilia ‘voor de opluistering van den avond.” De plaatselijke pers schreef het volgende: “Voortaan worden de straten in de gemeentekom zomer en winter beschenen door de helle stralen van het moderne elektrische kunstlicht. De petroleumverlichting heeft afgedaan.”

Cuijk had nu elektrische verlichting, op straat en in gebouwen. De fanfarezaal had “prachtig kleurrijk electrisch licht, waardoor de concerten in aantrekkelijkheid zullen winnen”, aldus de directeur van Caecilia.

De Jan van Cuijkstraat.Links de huishoudschool en de fabriek chemische fabriek van Renieri.

Al snel kon de industrie niet meer zonder, blijkens een brief van de firma Baars en Zoon (sigarenfabriek) aan de gemeente. Toen de levering een tijdlang stil lag beklaagde Baars en Zoon zich hierover, ze verzoeken de gemeente er alles aan te doen de levering van stroom te herstellen: “nu zullen we spoedig winter hebben en dan zou het ontbreken van dat licht voor mijn arbeiders in Cuyck een beduidende loonderving ten gevolge hebben”.

De continu levering van stroom, dat was wel een serieus probleem. De Centrale werd in de loop der tijd, met onderbrekingen, door meerdere eigenaars geëxploiteerd; 1910 Dirksen & de Vries, 1912 E. de Vries, 1913 N.V. Electrische Centrale Noord-Brabant-Oost, 1916 van der Eijken en tenslotte de PNEM van af 1920. Tot 1926 is er nog wel een gemeentelijk electriciteitsbedrijf, maar op 7 december 1926 besluit de raad dit distributiebedrijf op te heffen en de leidingen en dergelijke te verkopen aan de PNEM voor 42.500 gulden.

Het is waarschijnlijk maar niet helemaal duidelijk dat de stroomvoorziening vanaf 1917 niet meer vanuit de centrale aan de veldweg plaatsvond, want in dat jaar werden de gebouwen verkocht aan de Heer G.B. Wolf uit Bussum. Hij besloot er een chemische fabriek in te vestigen en tevens een metaalsmelterij en botaxfabriek. Waarschijnlijk is chemisch verbasterd tot sjeemies, vandaar de bijnaam van het gebouw ‘de Sjeem’. De gemeente verleende een Hinderwetvergunning voor deze activiteiten. De vergunning werd jaarlijks verlengd tot 1923.

Na de 2e wereldoorlog werd de fabriek overgenomen door Ovenbouw Renerie, die in 1966 weer vertrok naar het industrieterrein in Katwijk.

De leegstaande fabriek en het terrein raakten in verval en waren een bron van ellende voor de gemeente. Alleen de jeugd had het er wel naar haar zin. In de carnavalsoptocht van 1968 maakte men op een ludieke manier gewag van deze bouwval. De gemeente trok zich dat aan, en in 1969 werd met de sloop begonnen. De schoorsteen werd op 11 november om 11 minuten over elf met een handvol springstof geveld.

Wat rest is een naam, een paar foto’s en een verborgen verhaal.