Huize de Mazenod

Deze imposante villa staat aan de Grotestraat in Cuijk, met aan de achterzijde een schitterende parkachtige tuin. Deze mooie en goed onderhouden tuin is met zijn vele bomen en planten een oase van rust midden in het centrum van Cuijk.

Vermoedelijk was deze plek voor die tijd in gebruik voor agrarische doeleinden, terwijl de ligging ook enigszins buiten de bebouwde kom was. Dit is op dit moment haast niet meer voor te stellen. De eerste steen werd gelegd op 8 mei 1874 in opdracht van mr. Lourens Louis Jacobus Snoeck, geboren op 21 december 1883 in Cuijk. In die tijd notaris aldaar. Hij nam het notariaat over van zijn vader, mr. Adrianus Snoeck. Lourens was gehuwd met Anna Maria Spengler, geboren in 1841 en afkomstig uit Haarlem. Het echtpaar kreeg vijf kinderen en kwam in 1879 in de villa wonen.

De villa heeft enige tijd ‘Huize Carola’ geheten. Mogelijk omdat de tweede vrouw van de latere bewoner Van den Bergh Carolina heette. Deze naam is later uit de gevelsteen verwijderd, wanneer dat is gebeurd is niet bekend.

Notaris Snoeck, vermoedelijk afkomstig uit een adellijk geslacht uit de Bommelerwaard, was in Cuijk en omgeving bij vele transacties van roerend en onroerend goed betrokken. Hij komt in die jaren dan ook veel voor in de advertenties van het toenmalige Cuijkse weekblad De Echo. In 1889 verlaat hij Cuijk samen met zijn gezin, waar hij zich vervolgens heeft gevestigd is onbekend. Dat het met notaris Snoeck niet goed is gegaan moge blijken uit een advertentie in De Echo van 1893. In dat jaar vindt er in Hotel De Korenbeurs te Cuijk een openbare verkoop plaats van de boedel van Snoeck op last van de rechtbank in Den Bosch.

In de advertentie is gedetailleerd omschreven hoe de villa er toen van binnen uitzag. Beneden waren vijf kamers, een keuken en een kantoor met kluis. De kluis was aangebracht door de Cuijkse firma Caff. Boven waren acht kamers. De zolder had drie slaapvertrekken. Bij het huis hoorde ook een remise met paardenstal. Pas drie jaar later, in 1896, krijgen 200 schuldeisers voor iedere ingelegde honderd gulden f17,38 uitbetaald aldus De Echo. Het huis wordt gekocht door Alphonsus P.G.A. van den Bergh, eveneens notaris te Cuijk.

Ansichtkaart van de Grotestraat (zuidzijde). Links achteraan het Fraterhuis, rechts huis van Dr. van den Broek – later hebben de paters Oblaten hier gewoond.

Alphonsus van den Bergh is op 25 juli 1848 geboren te Veghel en is overleden te Cuijk op 12 januari 1903. Hij was gehuwd met Jacoba G.C. Smitz, geboren te Velp (Gld.) op 31 oktober 1851 en overleden te Cuijk op 19 augustus 1894. Het huwelijk bleef kinderloos. Op 5 juni 1895 hertrouwt notaris Van den Bergh met Carolina M. Th. Coolen, geboren op 7 oktober te Veghel. Uit dit huwelijk worden zes kinderen geboren. Ook notaris Van den Bergh was bij vele transacties betrokken in Cuijk en omgeving. Na zijn overlijden in 1903 vertrekt zijn weduwe in 1905 met haar kinderen naar Nijmegen.

In 1910 wordt de villa vervolgens gekocht door mevrouw Maria Eenhuis-Gervers. Zij heeft een dochter Jozepha, geboren 31 augustus 1887 te Tubbergen. Jozepha heeft geen beste gezondheid en is dan ook veel ziek. In die tijd komt er ook een nieuwe huisarts in Cuijk, dr. Joannes van den Broek.

Dr. Van den Broek komt ook herhaaldelijk aan huis bij de familie Eenhuis in verband met de ziekte van de dochter, die hij echter kan genezen. Uit de contacten groeit ook een relatie met deze dochter en op 18 januari 1913 wordt een huwelijk gesloten tussen dokter Joannes Josephus Hubertus van de Broek en Jozepha Martha Elisabeth Geertruida Eenhuis.

Dr. Van den Broek is geboren te Weert op 6 december 1877. Hij is de zoon van Casper van den Broek en Anna Maria Gorissen, beiden woonachtig in Weert. Na zijn huwelijk gaat hij in het huis wonen van zijn schoonouders, Huize Carola, waaraan al direct een spreekkamer wordt gebouwd. In 1917 wordt hun zoontje Johannes geboren, maar deze overlijdt in 1919.

Cuijk/Boxmeer Dokter J.J.H. van de Broek, huisarts te Cuijk geweest van 1913 tot 1946 en zijn vrouw in hun huis in Boxmeer. Medeoprichter van de Burgerwacht.
Voor zijn vele verdiensten werd een straat naar hem vernoemd.

Het huwelijk blijft verder kinderloos. In 1928 wordt de villa grondig verbouwd. Dr. Van den Broek is dan inmiddels al een heel bekend en geliefd persoon in Cuijk. Hij oefent zijn taak uit met veel toewijding en staat dag en nacht klaar voor de gemeenschap. Zijn vrouw begeleidt hem meerdere malen bij zijn dagelijkse ziekenbezoeken. Naast zijn werk als huisarts is hij ook nog actief in diverse instellingen zoals het Wit-Gele Kruis, het Rode Kruis, de Burgerwacht en de Katholieke Actie. Ook bij de organisatie van de Oranjefeesten laat hij zich niet onbetuigd. In 1946 draagt hij zijn dokterspraktijk over aan dr. A. Hurkens. Omdat de villa aan de Grotestraat voor hem mogelijk te groot was geworden, verhuist hij in 1947 naar Boxmeer. Dokter Van den Broek overlijdt op 23 mei 1965, zijn vrouw overlijdt vijf jaar later op 1 januari 1970. Beiden zijn begraven op het R-K. Kerkhof in Cuijk, waar ook hun zoontje ligt.

De villa aan de Grotestraat wordt in 1947 geschonken aan de paters Oblaten. Zij veranderen de naam van de villa in Huize de Mazenod, naar de stichter van de orde der Oblaten.

De congregatie van de Oblaten is door Eugéne de Mazenod gesticht in Aix de Provence in Frankrijk in het jaar 1816. Eugéne de Mazenod leefde van 1782 tot 1861 in Frankrijk en was bisschop van Marseille. De Mazenod stamde af van een adelijke familie. Hij studeerde in Parijs en werd daar ook tot priester gewijd. Na zijn studie ging hij werken in zijn geboortestreek in de buurt van Marseille. Zijn congregatie verspreidde zich over de hele wereld.

 

Het gebouw ondergaat in 1949 opnieuw een grondige verbouwing. Zo worden op de eerste verdieping een kapel en een sacristie gecreëerd. Naar de zolder wordt een trap aangebracht waar zes slaapkamers komen. Aan de buitenkant wordt het torentje verwijderd. Op de plaats waar altijd het koetshuis heeft gestaan, wordt een garage gebouwd. In 1964 worden aan de voorkant de pilaren met de kettingen verwijderd in verband met de verbreding van de Grotestraat.

Van 1985 tot 1993 nemen de zusters van Bethanië tijdelijk hun intrek in het huis en krijgt het de naam Huize Bethanië. De congregatie van de dominicanessen van Bethanië is in 1866 gesticht door de Franse dominicaan pater Lataste, die tijdens zijn pastoraat in de gevangenis onder de indruk kwam van het lot van de vrouwelijke gevangenen, daardoor ook wel ‘de apostel van de gevangenen’ genoemd. Hij werd op 5 september 1832 geboren te Cadillac in Frankrijk en voelde zich erg betrokken bij het lot van de zwakkere misdeelde mens. Tijdens een retraite in de vrouwengevangenis van Cadillac – zijn geboorteplaats – kreeg hij een diepe overtuiging om voor deze vrouwen een huis te stichten. Zij die zicht tot het religieuze leven geroepen voelen, zouden daar, na hun ontslag uit de gevangenis, opgenomen kunnen worden in de kloostergemeenschap. Zr. Henrica Dominica, 1822-1907, die door de orde van Bethanië als medestichteres wordt geëerd, maakte een begin met het externe apostolaat. Samen met haar medezusters wijdde zij zich aan het bezoeken van gevangen vrouwen en opende zij reclasseringshuizen voor meisjes.

Het doel van de congregatie van Betbanië is: “Aan vrouwen, die in zekere zin afgeschreven zijn en letterlijk in hokjes geplaatst, nieuwe kansen geven om weer als gelijkwaardige mensen mee te kunnen functioneren in kerk en maatschappij”, door hen rehabilitatie genoemd. De zusters wilden ook graag dat de Cuijkse bevolking een juist beeld kreeg van hun werk. Zij wilden een thuis zijn voor vrouwen die tijdelijk in nood verkeren om welke reden dan ook. Tijdens hun verblijf konden de vrouwen deelnemen aan de leef- werkgemeenschap van de zusters. Volgens de zusters duidelijk geen ‘blijf van mijn lijf huis’, geen crisisopvang. Als de zusters het huis in 1993 verlaten hebben, keren de paters oblaten weer terug.

Zij hebben er altijd met veel plezier gewoond. De laatste pater verliet het pand in 2009. De gemeente Cuijk werd eigenaar van het vastgoed. Het pand is in 2014 verkocht aan een ondernemer, de tuin bleef gemeentelijk eigendom en is nog steeds toegankelijk voor publiek.

Huize Mazenod van de paters Oblaten (interieur)