Het Mauritsraam

Het Rijksmuseum had lange tijd een glas-in-lood raam in bezit dat oorspronkelijk eigendom was van het Kruisherenklooster Sint Agatha. Het raam, dat gedateerd wordt tussen 1613 en 1620, was een geschenk van Prins Maurits. Hij was pandheer van de stad Grave en het Land van Cuijk. Tot 1795 behoorden die tot de Nassause Domeinen en zodoende stond het klooster onder beschermheerschap van de prins. Maurits was hiermee de enige protestantse schenker van een raam in Noord-Brabant!

foto Theo Bögels

Het raam was vermoedelijk voor het koor bestemd. Ontwerper en uitvoerder zijn niet bekend, maar in 1616 heeft Jan Baptist van der Veken, voor de Kathedraal van Antwerpen, Maurits’ gezworen vijanden aartshertog Albert van Oostenrijk en aartshertogin Isabella van Spanje op eenzelfde manier afgebeeld. Hij zou de ontwerper kunnen zijn.

Omschrijving Rijksmuseum: Prins Maurits is erop afgebeeld in verguld harnas, met hermelijnen mantel en geplooide kraag, blootshoofds, in biddende houding, geknield op een bidstoel voor een lessenaar waarop een boek. De lessenaar staat op een tafel met een donkerblauw kleed met gouden franje gedekt. Helm en handschoenen liggen op de grond voor de tafel. De prins bevindt zich in een koepel door vier vrijstaande Korintische zuilen gedragen; boven zijn hoofd een baldakijn waaruit een lauwerkrans afhangt. De koepel wordt bekroond door het wapen van Maurits en het devies van de Orde van de Kousenband: ‘Honi soit qui mal y pense’ (Wee degene die er kwaad van denkt). Wapen door twee lopende jongelingen gesteund. Het wapen leunt tegen het bovenstuk van de koepel.

Op een negentiende eeuwse foto heeft het raam onderaan nog drie panelen. Op deze panelen, die er niet bij horen, is Maria Elisabeth Clara van den Bergh afgebeeld in biddende houding. Zij was een nicht van Maurits en echtgenote van graaf Albert van den Bergh, die later het Karmelietenklooster in Boxmeer stichtte.

Ter gelegenheid van zijn inhuldiging maakte koning Willem III een rondreis door Nederland. Tijdens deze reis bezocht hij op 27 juni 1841 ook het klooster in Sint Agatha. Daar zal hij zeker het Mauritsraam gezien hebben. Het raam werd later, in 1874, door de prior van het klooster aan de Nederlandse staat geschonken. Als reden werd opgegeven ‘Ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van koning Willem III’. Die reden is de prior van het klooster door architect Cuypers ingefluisterd. Hij moest en zou het raam verwerven voor ‘zijn’ Rijksmuseum. Daartoe heeft hij de Kruisheren meermaals per brief gemaand het raam ‘te schenken’. Citaat uit een van Cuypers brieven: ‘Het komt mij voor dat men zeer goed het gebrande venster kan afstaan, onder dankbaarheidbetuiging aan het Huis van Oranje voor de bescherming van St Agatha.’

In 1887 kwam het raam in het bezit van het Rijksmuseum. Het werd oorspronkelijk getoond in een ruimte gewijd aan protestantse kerkarchitectuur. Architect P.J.H. Cuypers heeft het later in de Kapel van het Rijksmuseum geplaatst. Op oude foto’s is te zien dat het raam opgenomen was in een buitenmuur van zaal 165, als onderdeel van de opstelling Nederlandse Geschiedenis. Na een restauratie door Atelier Bogtman was het raam van 1992 tot 2003 geplaatst in de Aduard Kapel, die als vergaderruimte werd gebruikt. Van 2003 tot 2013  werd het raam in twee kratten in het depot in Lelystad bewaard.

 

Ter gelegenheid van het 650 jarig bestaan van het klooster is het raam weer teruggeplaatst in de kloosterkerk in St Agatha.

 

 

Nederland, St Agatha 2021, opening van kloosterjaar door Koning Willem Alexander en het aansteken van de kaars door zuster Margriet van Vleit

Bronnen: het Rijksmuseum Amsterdam en het boek ‘Nassau en Oranje in gebrandschilderd glas, 1503 – 2005’ van Emerentia van Heuven – van Nes.