Von Geusau Historische Kring ‘Land van Cuijk’

BIOGRAflE VAN DE CUIJKSE AOUARELLIST ARNOLD VAN GEUSAU (1817 – 1006).

Bron: P.M.H. Breukers, ‘Biografie van de Cuykse aquarellist Arnold van Geusau (1817-1886)’ in: “Merlet” 18 (1982) p. 74-78. Tijdschrift Merlet is een uitgave van de Historische Kring ‘Land van Cuijk’

website Historische Kring Land van Cuijk

Auteursrecht berust bij Historische Kring ‘Land van Cuijk’

Hieronder volgt een biografie van Arnold van Malsen, zich noemende van Geusau, die in de laatste jaren te Cuijk en omgeving bekendheid heeft verworven door zijn aquarellen, waarvan tot nu toe een dertiental door drukkerij van Lindert in vierkleurendruk zijn gereproduceerd. Schrijver van dit artikel zijn nog meerdere aquarellen van Van Geusau bekend en hoopt dat ook deze ter zijner tijd gereproduceerd worden.

Arnold van Malsen werd op 9 maart 1817 te St. Michielsgestel buitenechtelijk geboren als zoon van Willem Arnold Alting Lamoraal van Geusau (1783 – 1855), burgemeester van St.Michielsgestel, en Neeltje van Malsen.

Het oeradellijk geslacht von Geusau stamt uit Thüringen met het stamhuis Geusau (1012 Guszua, 1017 Gusua). De stamreeks begint met Hans von Gusewe, in 1423 assessor(?) van de schepenbank in Hettstedt en in 1445 onder de naam Geusau bemiddelaar bij een grensgeschil tussen de keurvorst Friederich en hertog Wilhelm von Sachsen.

Het geslacht van Geusau in Nederland werd in 1817 bij Koninklijk Besluit in de Nederlandse adelstand ingelijfd met de titel van Jonkheer. Het familiewapen van van Geusau is als volgt: “In blauw een gans met naar den rechterbovenhoek uitgestrekten hals en opgeheven vleugels, geplaatst op een los in het schild staand grondje, alles van zilver. Helm met blauw zilveren wrong en zilverblauwe dekkleeden. Helmteken: eene wrong liggende en geplaatst voor vier hooge en smalle groene bladeren twee naar rechts en twee naar links omgebogen. Schildhouders: twee roodgetongde gouden Leeuwen”.

Over Arnolds moeder is ons weinig bekend. Naar alle waarschijnlijkheid was zij als dienstmeid werkzaam in het huis van burgemeester van Geusau. Haar vermoedelijke geboorte- en doopakten zijn gevonden te Bruchem in de Bommelerwaard. Op 12 november 1789 werd aldaar geboren Neelke van Malsen, dochter van Willem van Malsen en Willemeintje van Rossem. Haar doop vond plaats op 22 november daaropvolgend. Te St.Michielsgestel troffen we nog een akte van overlijden aan van Maaltje van Malsem gedateerd 3 oktober 1823. Zij heeft dezelfde ouders als Neelke, maar gezien de leeftijd van 25 jaar kunnen beide dames niet één persoon zijn. We zullen met zusters te doen hebben.

Ondanks ijverige nasporingen is het ons niet gelukt iets meer te weten te komen over Arnolds jeugd en opleiding. Zijn vader moet hem wel een passende opleiding hebben gegeven, gezien zijn beheersing onder meer van de Duitse en Franse taal.

Iets meer weten we van zijn militaire en ambtelijke loopbaan. In het hulpdepot van het Algemeen Rijksarchief te Arnhem (thans hel A.R.A. in Den Haag) vonden we zijn stamlijst en signalementstaat. Hieruit noteerden we het volgende: Arnold begint zijn militaire loopbaan als gemeen soldaat op 28 maart 1835 tot en met 25 december 1837. Daarna heeft hij de rang van onderofficier van 26 december 1837 tot en met 13 september 1840. Vervolgens werd hij weer gemeen soldaat van 14 september 1840 tot 4 april 1841. Zijn conduitestaat vermeldt dat zijn gedrag middelmatig was en zijn omgang met mensen minnetjes. Ook was hij aan de drank, en zijn gestel was zwak. Hierin zal de oorzaak van zijn degradatie hebben gelegen.

Na zijn niet zeer succesvolle carriere in de militaire dienst besluit Arnold een ambtelijke loopbaan te kiezen, eerst een paar jaar bij het kadaster en vervolgens bij het ministerie van Financiën, alwaar hij tot 1855 enkele bevorderingen ondergaat. Kort daarop volgt zijn aanstelling tot visiteur bij de Ambtelijke Recherche te water. Vijf jaar later wordt Arnold benoemd tot ontvanger der Directe Belastingen. In augustus 1861 wordt hij benoemd tot ontvanger der In- en Uitvoer Regten.

Op 23 mei 1866 vestigen Arnold van Malsen en zijn toekomstige bruid Maria Clementine Dusser de Barenne zich te Venlo. Op 5 april 1867 trouwt Arnold voor de ambtenaar van de Burgerlijke stand en tevens burgemeester van Venlo Antoo van Liebergen met Maria Clementine Dusser de Barenne, oud 24 jaar, geboren te Harderwijk de 20e mei 1842, dochter van Johannes Gregorius Dusser de Barenne, gepensioneerd majoor, wonende te Venlo en van wijlen Elisabeth Maria van der Beggen, overleden te Breskens op 24 november 1853. Uit dit huwelijk werden te Venlo twee kinderen geboren, namelijk Maria Elisabeth van Malsen op 27 mei 1868 en Johannes Georg van Malsen op 15 november 1869. Deze laatste overleed reeds op 18 oktober 1870. Met ingang van 1 januari 1871 wordt Arnold eervol ontslagen. Hij wordt op 17 november 1871 uit Venlo afgeschreven naar Heeze, zijn vrouw op 11 oktober 1871 naar Valburg en hun dochtertje op 2 mei 1874 naar Neerbosch. Hun huwelijk moet in die jaren danig verstoord zijn geweest.

In 1879 vestigt Arnold zich te Cuijk, waar hij bij de familie Elders in de latere Spoorstraat in de kost was. Aldaar overlijdt hij op 17 mei 1886. Hij zal van zijn spaarcenten en een karig pensioentje hebben geleefd, wat aangevuld met het maken van aquarellen. Arnolds vrouw vinden we later terug in leiden, waar ze zich op 19 februari 1879 vestigde, komende van Den Haag. Een paar weken daarvoor werd op 24 januari 1879 in het academisch ziekenhuis aldaar geboren Wilhelmina Maria van Walsem. Zij woonde toen niet meer bij haar man, want de directeur van het ziekenhuis verklaarde bij de aangifte dat het beroep en de woonplaats van Arnold van Malsem hem niet bekend waren. Was het kind gezien de achternaam toch nog van Arnold? Op 13 november 1880 vertrekt zij met als beroep naaister naar Bloemendaal. Later moet zij weer naar Leiden teruggekeerd zijn. Vanwege de stadhuisbrand van 1929 valt dit niet meer na te gaan. Op 21 mei 1892 vertrekt zij naar Den Haag, vanwaar zij weer op 20 februari 1894 terugkeerde. Op 23 augustus 1899 hertrouwt zij te Leiden als weduwe van Arnold van Malsen met Johannes Bijleveld, koopman in eieren.

Hij overlijdt te Leiden op 30 januari 1905, zij wordt op 9 januari 1917 in het Minneziekenhuis aldaar opgenomen en overlijdt spoedig daarna op 19 februari.

Interessant is het nog te vermelden dat het geslacht van Geusau geparenteerd is met het geslacht von Amsberg. Zo is onze Arnold van Geusau in de 16e graad verwant met prins Claus von Armsberg. In Rotterdam zijn nog afstammelingen ven de dochter(s) van Arnold woonachtig.

De laatste jaren reproduceert de firma Van lindert uit Cuijk regelmatig in de vorm van nieuwjaarskaarten aquarellen in fraaie kleuren, die deels ook tot een kalender zijn verwerkt. Men hoopt deze serie voort te zetten. Vele afbeeldingen van Cuijk uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw sieren nu menige Cuijkse huiskamer, waarop staan weergegeven onder meer de Korenbeurs, het Station, Oude Kerk en Pastorie, de Maasstraat met het Oude Raadhuis met openbare gebeurtenissen enkele malen, een processie, de Molen, de Grotestraat met Hervormde Kerk en Oude Kerk en toren gezien vanuit het noorden. Cuijk mag zich gelukkig prijzen dat het dorpsbeeld door middel van deze aquarellen vlak voor het algemeen worden van de fotografie met zijn ansichtkaarten vanaf omtrent 1900 aan het nageslacht is doorgegeven. Ook het klooster St. Agatha is een paar maal afgebeeld. Regelmatig komt ondergetekende nog op het spoor van aquarellen van van Geusau, ook van andere plaatsen zoals Klein Linden en zelfs Nuland. Ondanks de geringe kunstwaarde van deze werkstukken zijn ze van veel belang voor de plaatselijke situatie van het Cuijk van ongeveer honderd jaar geleden. We mogen Arnold van Geusau dankbaar zijn dat hij menig karakteristiek plekje van het zich in de laatste decennia zo gewijzigde Cuijk heeft vastgelegd.

P.M.H. Breukers